JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

BRIEVEN UIT AMERIKA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BRIEVEN UIT AMERIKA

10 minuten leestijd

Geliefde vriend,

Ja, ge moet het mij maarMiiet kwalijk nemen, dat ik misschien wat wijdlopig, zoals een oud Nederlands woord het zegt, ben. Al schrijvende komt men van het een op het ander. Ik zal ook maar geen beterschap in dit opzicht beloven, want ik geloof, dat het een natuur van mij is. Het is al weer de derde brief, waarin ik het hebben zou over dat reeds aangehaalde boek en waaruit ik U enige gedeelten zou voorleggen.

Ik begin bij de eerste preek. Het is een preek van Robert Smith over 2 Petr. 1 : 1. In de heilige Schrift worden vijf dingen in het bijzonder dierbaar genoemd. (Ik moet even opmerken, dat het woord dierbaar of kostelijk in het Engels aangeduid woord door het ene woord „precious".) De Heilige Geest zegt, dat de verlossing van de ziel kostelijk is. Het bloed van Christus, de prijs voor onze verlossing, is dierbaar bloed. Christus, de glorierijke Borg is dierbaar voor hen, voor wie Hij borg geworden is. De beloften van het Evangelie, waarin Hij aan ons vertoond wordt, zijn grote en dierbare beloften. En in onze tekst wordt het geloof, dat Christus in de belofte des levens aanneemt, genoemd een dierbaar geloof. Men pleegt die dingen dierbaar te noemen, die van een uitnemende waarde zijn, en in het bijzonder, indien deze zeldzaam zijn. Goud schat men hoger dan koper, zedelijke deugd dan goud; maar het geloof van Gods uitverkorenen (dat het thema van onze tekst is) gaat alle deze dingen te boven, ja gaat oneindig te boven alle dingen onder de zon. Het is inderdaad een zeldzaam juweel; want „wie heeft onze prediking geloofd? en aan wien is de arm des Heeren geopenbaard? " In zijn werkingen en uitwerkingen is het geloof zeer verheven, zoals ongetwijfeld blijken zal in de loop van deze verhandelingen. Wat vervolgens daartoe strekt om de waardij van het zaligmakend geloof in onze achting te doen rijzen, is de manier, waarop wij er de deelgenoten van worden, namelijk door de genadige en souvereine beschikking des hemels. Het woord in de grondtekst gebezigd, dat onze vertalers overzetten door „verkregen", betekent iets krijgen of verkrijgen door het lot. Maar de besturing van het

lot is enkel het werk Gods. Die de prijs van Zijn genade schenkt aan wie Hij wil. Zo is dan het geloof niet een werk van de mens, maar een gift van God. De bijzondere gift des Hemels. In de tweede plaats doet dat de waardij van het geloof zo onuitsprekelijk groot zijn, dat de zwakste ware gelovige deelgenoot is van dezelfde zegening, waarvan de krachtige Apostelen deelgenoten waren. Daarom lezen wij: „aan hen, clie een even dierbaar geloof met ons deelachtig zijn." Het geloof van cle gelovigen moge in cle algemene zin, niet gelijk zijn aan dat van de Apostelen, wat cle mate des geloofs betreft, maar in zijn oorsprong, zijn voorwerpen, oorzaken en uitwerkingen is het precies hetzelfde geloof als het hunne was. Het is de roem der waarheid, dat God cle verborgenheden van het Koninkrijk openbaart aan kinderkens en zuigelingen, terwijl deze voor cle wijzen en verstandigen verborgen zijn; en dat Hij aan het zwakste kindeke in Christus een deel geeft in cle gemeenschap der genade met de Profeten en cle Apostelen. Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij U, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus.

Daarom is cle stelling, clie wij overdenken: Het zaligmakend geloof is cle uitnemendste gift des hemels, aan allen, clie er de deelgenoten van worden. In cle behandeling van dit onderwerp, zal ik:

I. cle natuur van het zaligmakend geloof verklaren.

II. De uitnemendheid ervan beschrijven.

III. Het geheel in enige praktische gebruiken toepassen.

Zoals U begrijpen kunt willen wij niet de gehele predikatie voor U vertalen en in deze brief opnemen. Na uit deze drie preken U deze voorrede te hebben voorgelegd, zal ik in het kort overnemen de lijn, waarlangs deze leraar zijn gedachten ontwikkelt, om tenslotte een klein deel van cle zo ernstige en getrouwe toepassing aan U voor te leggen, opdat gij een indruk van inhoud van deze predikaties hebben mag. Ten eerste beschrijft hij het geloof als een

toestemming aan het getuigenis van Christus en een vertrouwen in Hem tot zaligheid. Vervolgens beschrijft hij, dat het getuigenis Gods tot ons komt door middel van de wet en het evangelie. Daarna hoe in de heilige orde, die de Heere in cle bekering van de zondaar houdt, de Heilige Geest in de eerste plaats in het hart van cle zondaar werkt een toestemmen aan het getuigenis Gods, ons gegeven in de wet. Laat ik voor U, waarde vriend, weer een klein gedeelte van zijn preek mogen vertalen, waarin ons zo klaar het werk Gods beschreven wordt.

„In het zaligmakend geloof geeft het hart zijn toestemming aan cle wet Gods en erkent cleze als heilig, rechtvaardig en goed. Door dit glas weerkaatst cle Heilige Geest, als het ware, de stralen van de majesteit, de zuiverheid en de rechtvaardigheid Gods op de consciëntie van de zondaar. In het licht daarvan leest hij cle rechtvaardige eisen, die God op hem heeft; hij leest de striktheid van de vereisten van cle wet; hij krijgt kennis van cle geschondenheid van cle natuur en zijn praktijk als ook van de totale onmogelijkheid om zichzelf van cle puinhopen van zijn gevallen staat te verheffen. Hij tracht de wet te betalen, wat hij schuldig is, maar tevergeefs. Hij bevindt zijn hart dwars tegen al de plichten, die de wet vereist en geneigd tot al het kwaad, dat de wet verbeidt. Dan tracht hij zijn hart week te maken, zijn hart, dat hard en onrein is, opdat hij God een meer aannemelijke dienst moge aanbieden, maar tevergeefs. De steen in het binnenste van hem wil noch breken, noch smelten; en hoe meer hij poogt zich zelf te reinigen hoe dieper de vlekken worden, die verschijnen. Geen weg van verlossing blijft voor hem over, dan alleen Christus. Hij durft het echter niet wagen om in al zijn schuld en met zulk een smet een beroep op cle Zaligmaker te doen. Daarom poogt hij om zichzelf voor Christus geschikt te maken, cloor sommigen goede gesteldheden van zijn hart te werken. Dit echter moet hij ook ervaren vergeefs te zijn. Want indien een boetvaardige zucht, een heilig verlangen, een versmeltende indruk van cle liefde Gods hem zaligen, clan nog kan hij die niet voortbrengen. Nu wordt hij gedreven om te komen als een totaal verloren en hulpeloze zondaar; daarom poogt hij op cle roeping van het Evangelie, schuldig en onwaardig als hij is, Christus aan te nemen, maar helaas de hand is verlamd, hij heeft geen kracht om die uit te strekken. Hij kan eerder krachtige bergen van haar grondslagen rukken, of een wereld scheppen, clan het ongeloof uitrukken en het geloof scheppen in zijn dode en onvruchtbare hart.

Daar vandaan tenslotte komt cle bede voort, wanneer hij Zijn rechter en zaligmaker te voet valt met cle bede: Heere, wees mij zondaar genadig. Een arme, onwaardige, hulpeloze en ontklede zondaar. Dit is de ware overtuiging van zonde, of een geloof der wet in zijn hart gewerkt door de Geest en het Woord van God."

Hetgeen ik nu lees in deze uitmuntende predikatie komt mij zo uitnemend voor, geliefde vriend, dat ik het niet weerstaan kan om nog enkele andere gedeelten uit cleze predikatie over te nemen. Bij het lezen ervan word ik temeer overtuigd van de waarheid van onze belijdenis: Ik geloof in een, heilige, algemene, Christelijke Kerk. Want dit is waarlijk altijd opmerkenswaardig, dat dat werk Gods in het hart van een zondaar overal op de wereld hetzelfde is. Of men nu in Holland, of in Amerika is, datzelfde werk Gods wordt altijd openbaar in cle harten van Gods uitverkorenen. Ge kunt dit weer zo klaar bemerken, als ge deze predikatie leest, geschreven in 1792 in een van de Amerikaanse staten, waarmede wij, Hollanders, toen zo geen gemeenschap onderhielden.

Kom laten wij weer een stukje verder lezen in deze schone preek. „Dat zulk een geloof der wet noodzakelijk is voor waar geloof van het Evangelie, of in andere woorden, dat een overtuiging van zonden noodzakelijk is om ons aan te sporen om naar Christus te vluchten voor de zaligheid is blijkbaar in vele duidelijke getuigenissen van cle Schrift. Want door cle wet is de kennis der zonde. En zonder de wet, zo leefde ik eertijds maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven. Want ik ben door cle wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou. De werkingen des geloofs met de beelden, waarmede deze werkingen worden aangeduid, brengen de waarheid van deze zaak klaarlijk aan het licht. Het geloof toch wordt ons beschreven als een toevlucht nemen tot Christus, hetwelk een gevoel van gevaar veronderstelt. Het geloof neemt Hem aan in al Zijn ambten, hetwelk een besef van de noodzakelijkheid van Hem in al Zijn middelaarsbedieningen veronderstelt. De zelfde waarheid schijnt ook met een onweerstaanbare duidelijkheid van de grote eigenschappen der verlossing af, welke eigenschappen zijn om cle hoogmoed des mensen te verbreken, en de vrije genade te verhogen — om cle zondaai te vernederen en cle zaligmaker te verheffen."

Na over cle eeuwige waarde van de wet te hebben gehandeld en te hebben voorgesteld hoe, behalve als een regel ten leven, deze wet in het leven van Gods volk altijd doorwerken moet tot verootmoediging in de voortgaande ontdekking, gaat de schrijver verder:

„Maar wat meer in het bijzonder onze aandacht waardig is, is het vertrouwen dat, in het geloven, het hart stelt in het getuigenis van het Evangelie. Van dat evangelie is de wezenlijke inhoud de blijde tijding van zaligheid door Christus, voor een iegelijk van het gevallen mensdom, die zal geloven in Zijn naam. De gelovende ziel neemt het aan als een getrouw woord en aller aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken, de grootste der zondaren. Een iegelijk, die gelooft, zelfs de schuldigsten van de schuldigen en de vuilste van de vuilen. Want het is des Vaders welbehagen, dat in Hem al de volheid wonen zal, en dat wij uit Zijne volheid zouden ontvangen, ook genade voor genade. Deze genadige verkondiging nodigt Uw aandacht voor cle kracht, de genade en de getrouwheid van Christus, de dierbare voorwerpen, zowel als gronden van het Evangelische geloof; waaraan wij nog zullen toevoegen het licht en de duidelijkheid, waarmede deze glorieuze voorwerpen onderscheiden worden.

Geliefde vriend, opnieuw ben ik klaar gekomen met U het een en ander uit cleze Amerikaanse oude schrijver voor te stellen, maar ik hoop, dat hetgeen ik er reeds van mededeelde, U ervan overtuigd heeft, dat ook cleze schrijver een plaats waardig is onder het grote getal van getuigen, dat wij rondom ons hebben liggende. Het is mijn oprechte wens, dat hetgeen ik U vertelde over deze preek en het nut en cle waarde van cleze geschriften, ook U moge doen besluiten om tot Uw eigen heilzaam nut eens zulke boeken ter hand te nemen, die voor U van eeuwigheidswaarde zouden kunnende zijn,

Zijt van mij hartelijk gegroet,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1956

Daniel | 8 Pagina's

BRIEVEN UIT AMERIKA

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1956

Daniel | 8 Pagina's