BRIEVEN UIT AMERIKA
Geliefde vriend,
Laat ik 1111 mijn belofte, die ik in mijn laatste brief aan U deed, inlossen. U zult U ongetijfeld herinneren, dat ik U schreef over Amerikaanse „oude schrijvers". Zoals ge weet zijn velen van gedachte, dat Amerika een land is, waar cle waarheid Gods slechts gepredikt wordt in de enkele gemeente, die tot ons kerkverband behoort, maar dat daarbuiten cle waarheid naar cle godzaligheid niet gevonden wordt en clat deze daar nimmer zou gepredikt zijn.
Ik geloof wel, waarde vriend, dat gij die gedachte niet koestert, maar toch zijn wij maar al te zeer genegen om uit te roepen: Des Heeren tempel, des Heeren tempel, des Heeren tempel zijn deze. En daarbij komt nog, clat als men clan over Amerika spreekt men heel dikwijls cle gedachte hoort uiten, alsof dit land en cle bewoners ervan met Sodom en Gomorra en met deszelfs inwoners vergeleken moet worden. Nu ik geloof, clat er delen zijn in dit land, waarop men deze vergelijking zou kunnen toepassen en clat er plaatsen zijn in sommige van de grote steden, die centra van grote goddeloosheid zijn, maar om dit op dit gehele land toe te passen, neen, dat is verkeerd. Als ge mijn brieven regelmatig leest, hoop ik D.V. in cle toekomst U nader over enkele dingen te schrijven, waardoor ge naar ik hoop een betere indruk krijgt van het land, waar ik nu woon en het volk, in het midden, waarvan ik werk. En men behoeft niet een verrader en verachter van zijn eigen vaderland en volk te zijn om toch met waardering voor dit volk vervuld te worden. Ja, clat klinkt misschien vreemd in cle oren van iemand, die hier nimmer was, maar daarom is het niet minder waar. Ge kunt een goed vaderlander zijn en toch liefde en genegenheid krij-
gen voor een ander volk. Neen, dat is geen verachting van het eigen land, want ik geloof, dat al zou ik hier vele jaren en misschien wel het overige deel van mijn leven moeten blijven, dat ik dan toch in de allereerste plaats Nederlander blijf en met liefde en achting aan ons vaderland zal blijven denken, waarvan ik mij één der zonen weet. Ik verfoei dan ook zulke mensen, die ofschoon Hollander van geboorte, weigeren de Nederlandse taal te spreken, zelfs onder landgenoten, ja die zich zelfs schamen Nederlander te zijn. Ik vind zulken onwaardige zonen van een volk, dat wel klein is, maar welks naam met eerbied genoemd worden kan.
Nu wij willen dan iets schrijven over dat boek, dat ik in mijn vorige brief noemde. Het is een oud boek, dat zoals ik schreef in 1792 verscheen en de naam draagt: The American Preacher or a collections of sermons from some oi the most eminent preachers now living in the United States of different denominations in the Christian Church (Volume IV). , dat is: De Amerikaanse prediker of een verzameling predikaties van enige van de uitnemendste predikers, die nu wonen in de Verenigde Staten van verschillende denominaties in de Christelijke kerk (Deel IV). Dit boek bevat: predikaties van verschillende predikanten uit verschillende kerkgemeenschappen.
Wij schrijven eerst de namen van de predikanten en de predikaties, die zij schreven, om eerst dan uit enkele predikaties U enkele aanhalingen voor te leggen, waarover ge dan zelf kunt oordelen.
De aard van het zaligmakend geloof, piedikatie over 2 Petrus 1 : 1, door Robert Smith, predikant van een Presbyteriaanse gemeente in Pequea, Pennsylvania. De uitnemendheid van het zaligmakend geloof, predikatie over 2 Petrus 1:1, door de zelfde predikant.
Praktisch gebruik, een predikatie, die een lange toepassing is op de beide voorgaande predikaties, geschreven door dezelfde predikant.
Vervolgens twee predikaties over Openbaring 19 : 10 van Theodore Hinsdale, leraar van een congregationalistische gemeente in Windsor, Connecticut. Het opschrift van deze predikaties is: e Christelijke godsdienst aanbevolen dooide Geest der Profetie.
Vervolgens twee predikaties van Samuel Langdon, dienaar van een congregationalistische kerk in Hamptonfalls, New Hampshire. De ene preek is n.a.v. 1 Cor. 1 : 21 en heeft als opschrift: e verhevenheid van het Evangelie hoven alle wereldse wijsheid. De tweede handelt over Hand. 8 : 36 en wordt beschreven als: e bezigheid des levens en de hoop bij het sterven.
Vervolgens een preek van Charles Backus, Leraar van een Congregationalistische kerk in Somers, Connecticut. Deze preek handelt over Ps. 97 : 1 en draagt als opschrift: e goddelijke regering, een zaak van algemene verheuging:
Daarna is er een preek te vinden van Jonaihan Edwards, leraar van de tweede Congregationalistische kerk, New Haven. Connecticut, handelend over Joh. 7 : 17 en uitgegeven onder het opschrift: e menselijke onmacht, bron van ongeloof. Daarna is een preek opgenomen van Achilles Mansfield, Leraar van een congrenationalistische kerk in Killingworth, Connecticut, handelend over Romeinen 5 : 4 en genaamd: e christelijke hoop. Twee preken van Samuel Spring leraar van een congregationalistische kerk in Newbury-Port, Massachuetts, beide handelend over Genesis 8 : 28 en genaamd: et gezins-gebed. Twee preken over de sabbath, n.a.v. Ilebr. 10 : 24, 25 van de hand van Mozes Mather, leraar van de kerk van Christus in Stanford, Connecticut. Dan twee preken van Nathan Perkins over Christus, de weg, de waarheid en het leven, gepreekt in een congregationalistische kerk in Hartford, Connecticut, naar aanleiding van joh. 14 : 6. Ten slotte een predikatie van Nathan Kerr, dienaar van de eerste Presbyteriaanse Kerk in Goshen, New York en handelend over Romeinen 9 : 21, met als opschrift: e goddelijke souvereiniteit in betrekking zowel de middelen als de genade zelf. Nu ik met opzet al de namen van deze predikanten en de preken, die zij gepredikt hebben, voor U overgenomen heb, zullen er twee dingen zijn, die U opvallen. De eerste zaak, waarover ge wellicht enige inlichtingen wenst, is, hoe het toch zit met het feit, dat er verschillende kerken genoemd worden. Ge moet er dan erg in hebben, dat men Amerika wel pleegt te noemen: he melting-pot of nations, dat eigenlijk zeggen wil het mengvat der naties. Er zijn hier in de loop van de eeuwen mensen gekomen uit alle delen van de wereld, zoals Engeland, Schotland, Ierland, Duitsland, Noorwegen enz. Al deze verschillende mensen brachten hun eigen kerk mee en brachten die hier wederom tot openbaring. In die verschillende kerken waren verscheidene leraren, die alhoewel met verschillende gebruiken, toch dezelfde grondslagen der waarheid predikten en die door de liefde tot de waarheid, zoals wij die naar Gods Woord verstaan, tot elkander gebracht werden en gezamenlijk deze serie van preken uitgaven tot de opbouw der broederen.
In de tweede plaats wilt ge natuurlijk wel iets weten van de kerken, die door deze mensen gediend werden en hoe het daar nu mee gesteld is. Wij kunnen die vraag, die een beantwoording waardig is, niet uitvoerig beantwoorden, maar hopen dat te zijner tijd te doen. Alleen een kleine historische uitweiding, die in dit verband verhelderend werkt. De eigenlijke eerste grondleggers van de huidige Verenigde Staten zijn de z.g. Pilgrim-fathers. Wie waren dat? Deze pilgrim-fathers (pelgrim-vaders) waren mensen afkomstig uit Engeland, die zich niet verenigen konden met de in Engeland overheersende Kerk van Engeland. Ge weet wel, dat deze kerk van Engeland wel een protestantse belijdenis aanvaardde, maar Rooms bleef in haar eredienst en er priesters, bisschoppen, aartsbisschoppen op na bleef houden en vele andere dingen, die een hedendaagse bezoeker van die kerk de indruk geven in een Roomse kerk te zijn aangeland in plaats van in een kerk, die zegt een protestantse belijdenis te bezitten. Het geval deed zich nu voor dat men van de zijde van de overheid degenen, die zich hier niet mee verenigen konden te vuur en te zwaard deed vervolgen. Verscheidene hebben met hun leven hun belijdenis bezegeld.
Wij denken in dit verband aan Christoffel Love, wiens werken ook in het Nederlands vertaald zijn, en die zijn leven op het schavot gelaten heeft. Niet Rome was voor deze moord verantwoordelijk, maar de kerk van Engeland, die .wel met de Paus brak en sommigen van Rome's leerstellingen verwierp, maar toch vele Roomse gebruiken tolereert tot op de huidige dag. Velen konden zich niet verenigen met deze gang van zaken en werden dan als dissenters en als nonconformists, dat wil zeggen ontevredenen en niet-mede-verenigden, ten dode toe vervolgd.
Het gevolg was, dat deze mensen uitweken uit Engeland. Een gedeelte ging naar Nederland, waar zij zich vestigden in Leiden en ook in Rotterdam. Zij waren Engelsen en wilden met hun kinde-
ren Engels blijven. Daarbij kwam, dat zij de strenge levensopvattingen, die zij, als Puriteinen beleden, ook in Nederland bedreigd zagen. Wij weten toch uit onze eigene geschiedenis, dat al heeft de waarheid op de Dordtsche Synode gezegevierd en werd de Remonstrant uit de kerk geweerd, het volksleven in die dagen van de Gouden Eeuw nog verre van gereformeerd was. Wanneer ge van de stijd, die Lodensteyn en de zijnen te strijden hadden, kennis neemt, dan weten wij dat. Vanwege de algemene zondendienst en wereldzin, ook van degenen, die toen tot de Hervormde Kerk behoorden, wilde Lodensteyn het Avondmaal niet bedienen in Utrecht. Denk aan de wijze, waarop Smytegeld zich keert tegen de volkszonden; herinnert U de strijd van van Brakel in Rotterdam met de plaatselijke overheid, denk aan de goddeloze wijze, waarop men Koelman uit de kerk geworpen heeft en andere voorbeelden meer. (Ik mag misschien de aandacht van de Jongelingsverenigingen wel eens vestigen op dit deel van onze vaderlandse kerkgeschiedenis, dat vele onderwerpen zou kunnen opleveren, waardoor wij de strijd van onze vaderen zouden kunnen leren kennen en van welke geschiedenis maar al te weinig bekend is). Nu de uit Engeland uitgewekenen, die een strenge beleving van de waarheid begeerden, ook in het dagelijkse leven van de natie, konden in Holland om deze twee redenen niet blijven. Zij wilden Engels blijven spreken en ook een strenger, meer nauwgezet leven, dan toen in Holland was. Daarom besloten zij naar Amerika te gaan en daar een nieuw leven aan te vangen, hopend met hun kinderen daar te mogen leven overeenkomstig Gods Woord en naar de daarop gegronde belijdenis. Connecticut en Massachuetts waren de staten, waar zij hun nieuwe leven begonnen. Ge kunt in Leiden tot van daag aan de dag een gedenksteen zien, aangebracht aan de buitenzijde van de oude Pieterskerk, die aan het verblijf in Nederland van deze Pilgrim-fathers herinnert. Ook in Rotterdam is ergens zulk een gedenkteken, dat mijn Rotterdamse vrienden wel zullen weten. Nu vanuit Rotterdam vertrokken deze Pilgrim-fathers en een ander deel ging vanuit Plymouth rechtstreeks vanuit Engeland naar Amerika.
Zij vormden hier in Amerika gemeenten. Men moest niets van een Staatskerk hebben. Daar had men in Engeland genoeg ellende van beleefd. En men wist ook welke moeite de gebondenheid aan de staat der kerk in Nederland bezorgde (Het geval van van Brakel, dat wij al aanhaalden, legt van deze moeite getuigenis af, evenals de behandeling van Koelman). Men vormde op de verschillende plaatsen vrije gemeenten, die van geen invloeden van bovenaf overheerst konden worden.
De gemeente had alle rechten. In dat verband ligt dan ook de nadruk op de gemeente. Gemeente is congregation, zodat ge nu de naam: Congregationaal of in het Nederlands „congregationalistisch" verstaan kunt. Wij verwerpen deze vorm van kerkregering, daar wij geloven, dat de beginselen van de gereformeerde kerkenordening naar Gods Woord zijn. Maar al is dan de vorm van kerkregering anders, de waarheid, die naar de godzaligheid is en die toentertijd in deze kerken gepredikt werd was zuiver en het geluid, dat door de bazuin der dienaren voortgebracht werd, niet bedriegelijk. De presbyteriaanse kerken zijn weer kerken van Schots oorsprong, waarin op de regering door presbyters, dat zijn de ouderlingen, de nadruk gelegd wordt, wanneer men het over de vorm van kerkorganisatie heeft en welke vorm onze gereformeerde kerkregering het meest nabij komt. Alhoewel, voorzover ik weet deze kerken nu geheel van de waarheid afgeweken zijn en vele vrijzinnige leraren daarin voorgaan, zijn deze van de Pelgrim-vaders afkomstige kerken nog steeds veelvuldig, vooral in de oudere staten van de Verenigde Staten. Terzijnertijd willen wij U van het leven en de strijd van deze Pelgrim-vaders nader schrijven en ook van vele nog steeds onderhouden gewoonten, die door hen zijn ingevoerd. Ik heb U dus nu iets meer verteld over het oude boek, dat ik hier bij mij heb liggen, maar zie dat ik alweer hoognodig afbreken moet voor ditmaal en U, naar ik mij vlei, nog steeds nieuwsgierig houden moet. Voor ditmaal gegroet en tot d evolgende maal,
Uw vriend,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1956
Daniel | 8 Pagina's