JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

6 minuten leestijd

V aderlandse Maar de staatsinrichting bleef bij het oude! E11 dat was fout. De volgende tijden zouden het leren.

Zo eindigden wij ons vorig artikel.

Het is nodig, over dit punt, de wijziging van de staatsvorm, een en ander naar voren te brengen.

De voorbije jaren hadden duidelijk aangetoond, dat deze landen bloot lagen voor gewestelijke overheersing, met name van de kant van Holland, met al cle nare gevolgen er van.

Nu was het ogenblik gunstig, om clie regeringsvorm geleerd door cle feiten, ten beste te veranderen.

Maar, zegt Groen: „cle personen werden wel veranderd, de staatsinrichting echter niet."

Hij noemt Maurits zorgeloos omtrent deze urgente zaak. Is dat waar?

Het is altijd nodig op historisch gebied ook cle personen naar waarheid, nuchter, te beoordelen en zich te hoeden voor idealiseren.

Deze beschouwing doet natuurlijk niets af aan onze hoogachting voor deze emi-

nente Oranjevorst, aan wie onze landen zeer veel te danken hebben.

Maar een staatsman was Maurits niet; wel een kundig veldheer. Had hij van de positie, waartoe hij door de tijdsomstandigheden gekomen was, gebruik gemaakt, hij had ook in politicis een gunstige verandering ten goede kunnen bewerken. En dit deed hij niet!

Groen zegt het zó: „Was Maurits heerszuchtig geweest, hij had zich zonder moeite tot landsheer kunnen opwerpen. Of het dan beter zou gegaan zijn? Althans was er dan een centraal gezag geweest, een gezag van boven af. Wij weten hoe juist een gezag van onder op in de dagen van Jan de Witt en later in de 18e eeuw ons volk de grootste narigheden hebben bezorgd; wij bedoelen de tijd van de oligarchie met zijn regenten overheersing en drukkende familieregering, waartoe die oude staatsinrichting de weg opende.

Maar over dat alles dacht Maurits an* ders. Nog in 1617 verklaarde hij, dat het gezag der magistraten niet wankelen zou, dan alleen wanneer het tot verderf van de godsdienst gebezigd werd.

Maar zulk een standpunt kan en mag het onze niet zijn. Er is op staatkundig terrein meer te doen, dan alleen maar godsdienst te beschermen en voorts het overige aan zijn lot over te laten. Zo'n défaitisme brengt heilloze gevolgen mee.

Of, om het een beetje moderner te zeggen, dat het er niet op aankomt welke partij de lakens uitdeelt, als die partij maar van de godsdienst afblijft!

Zo begrijpen we ook, dat Willem Lodewijk heel wat moeite had zijn neef in deze tot zijn plicht over te halen.

Het is jammer, dat Maurits niet meer staatsman, christenstaatsman is geweest. Maar het zou niet rechtzijn, als we de oorzaken niet opspoorden, die tot dit standpunt hebben geleid, n.l. van geringe politieke belangstelling.

Allereerst lag dit aan zijn aard: hij was, zoals wij reeds schreven meer krijgsman dan diplomaat, staatsman. Het is wel eens zó gezegd: „Hij was meer geschikt voor snelle handeling dan voor langzaam beraad.

Er was nog een factor. Groen wijst daarop: „Hij was van jongs af geleerd de Staten als de hoogste Overheid te beschouwen en alleen bij machtsmisbruik in geloofsvervolgingen, tegen haar op te moeten treden, maar meer ook niet. Vóór alles dienaar der Staten.

Er is echter nog een derde factor, die o.i. al zeer belangrijk is. Maurits werkte in de schaduw van Oldenbarnevelt. Al waren zijn inzichten nog zo juist, als de Advocaat bemerkte dat zijn eigen plannen, zijn zetten op het politieke schaakbord anders waren, anders moesten zijn, dan wist hij met klem van redenen zijn vrienden, de Staten van Holland zo te begeesteren, dat zij hem blindelings volgden en Maurits lieten staan.

Had deze een dictatorsaard gehad, hij had zich z.n. met succes tegen Oldenbarnevelt kunnen verzetten.

Nu ging dat niet en liet hij de Advocaat op politiek gebied vrij baan, of liever vrij spel, met al de gevolgen er van. Maar op krijgskundig gebied was hij — gelukkig voor het land — heer en meester.

Hij was dan ook gewoon te zeggen, dat hij er niet van hield met Oldenbarnevelt te disputeren.

Dit alles verklaart wel enigszins zijn houding; al is het te betreuren, dat hij nu, in deze gunstige omstandigheden, niet doorgestoten heeft.

De gevolgen bleven dan ook niet uit; was er met recht blijdschap en dankbaarheid bij het rechtzinnig volk, bewondering voor de Prins, staatkundig bleef alles bij het oude.

Groen wijst hierop, als hij de woorden van de toenmalige engelse gezant, reeds in jan. 1619 geschreven, citeert: „Ik zie, dat Holland de erkenning zijner meerderheid verlangt; wij hebben wel andere mensen, maar geen ander gedrag."

Op politiek terrein dus niets geleerd.

Hoe het dan had gemoeten? Men leze dat eens bij Groen. En hij is overtuigd, dat wij dan meer in een historisch nationalistisch spoor zouden geraakt zijn. Dat onze jonge mensen van dit alles toch goede nota nemen. Zij hebben een politieke scholing nodig voor hun toekomstige politieke roeping. De tijden veranderen, andere problemen dringen zich op. Maar dit moet blijven, wat ook blijve het gezag van Gods Woord ook op politiek terrein.

De krijg hervat.

In 1621 liep het Bestand ten einde en werd de vraag onder de ogen gezien: Zullen wij de oorlog hervatten of niet? Er waren verschillende stemmen gehoord. De Zuidelijke Nederlanden waren sterk voor verlenging van het Bestand. Geen wonder, zij hadden in de voorbije oorlogsjaren geducht geleden en de wonden waren nog niet genezen.

We gingen er niet op in. Gelukkig maar; want in dit jaar stierf aartshertog Albertus van Oostenrijk kinderloos. Hij en zijn vrouw Isabella hadden gelijk bekend het bewind over de Z. Nederlanden krachtens de bekende overeenkomst van 1591. Nu hun huwelijk kinderloos was gebleven kwamen die gewesten weer terug aan Spanje en Isabella werd landvoogdes.

Spanje was ook voor verlenging, maar dat had een andere reden. In 1618 was in Duitsland de bekende 30-jarige oorlog uitgebroken (het begon in Praag), die in de aanvang een felle godsdienstkrijg was tussen rooms en protestant. Het ging om het zijn of niet zijn van het protestantisme. Wie kent niet de namen Keizer Ferdinand, Gustaaf Adolf, Koning v. Zweden, Tilly, Wallenstein. Het is een vreselijke krijg geworden. De zege is gelukkig bevochten maar tot een dure prijs: gans Duitsland was een woestenij geworden.

Nu, om de zege van Rome te helpen bevechten in bond met de keizerlijken kwam verlenging van het Bestand goed van pas. Voor ons was het een reden te meer de krijg te hervatten.

P. J. LAMORe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1956

Daniel | 8 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1956

Daniel | 8 Pagina's