Lente in Holland
Nu breken alle knoppen los: De bongerd, als een groot wit bos, Staat in het licht te prijken. Zo plotsling kwam de stille pracht, Waarop verlangend werd gewacht, Toen winter moest gaan wijken,
De lentewind beroert de kroon En siddren gaat het bloesemschoon, Zo pril nog, nauw geboren. De koekoek, schuilend tussen 't wit, Dat niemand ziet waar 't beestje zit, Laat steeds zijn naam maar horen.
Nu is het voorjaar in het huid! De blauwe hemel overspant liet schoon van Hollands gaarde. Nu aad'men mens en dier verheugd: De zuiverende lucht doet deugd! liet zonlicht trilt op d' aarde.
Zo schoon en vredig ligt het land, Alsof het pas door 's Meesters Hand Uit 't niet is voortgekomen. Hoe zuiver zingt het vogelkoor, Met koekoeksroep er tussendoor, Uit witbebloemde bomen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1956
Daniel | 8 Pagina's