JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Na het ziekenhuis eindelijk een  zendingshuis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Na het ziekenhuis eindelijk een zendingshuis

5 minuten leestijd

Hoe groot is toch het bijgeloof onder de heidenen! Iedere zendeling zal daarvan mee kunnen praten. Ook Wielenga. Deze was zo ver, dat er een ziekenhuisje stond, als eerste vestiging onder de Soembanezen; maar er moest nu ook een zendingshuis komen. Dan was er een echte zendingspost. Wat had het bouwen van dit huis echter voeten in de aarde. Niet dat de inboorlingen de zendeling zo ongunstig gezind waren, maar de vrees voor de geesten. O, wat vreesden ze daarvoor toch. Wat duurde het lang, eer de plaats bepaald was, waar het huis zou komen.

Toen men een geschikte gelegenheid dacht gevonden te hebben, stond er in de nabijheid van die plaats weer een boom, die bewoond werd door een geest, die niets dan onheil zou brengen. Wielenga lachte echter om zo'11 bezwaar. Hij was helemaal niet bang voor boze geesten. Dat wisten de Soembanezen ook wel, maar zij zouden de kwade gevolgen ondervinden. Hoor maar wat een dorpshoofd zei: „Toean behoeft ook niet bang te zijn voor zijn persoon of huis, want de boze geest zal hèm niets doen. De geest zal echter boos worden op óns en zal ons straffen met ziekte en onheil, want over óns heeft hij wel macht."

De zendeling was wel zo wijs om toch zijn zin niet door te zetten, want dan liep het toch op niets uit.

Na lang beraad was men het tenslotte eens geworden over de plaats. Het ziekenhuis zou gebouwd worden een eindje buiten de kampong Pajeti. liet hele terrein zou omheind worden met een haag van cactusplanten en het huis zou van geschikt hout worden opgetrokken. Tijdens de bouw werd er niet ver van het zendingshuis ook iets gebouwd, een bivak voor de soldaten, die op het eiland de opdracht hadden gekregen om moord en diefstal tegen te gaan.

De komst van die soldaten was een doorn in het oog van de Soembanezen. Wat moesten die lui hier komen doen? Zij hadden zich toch niet met de zaken van de Soembanezen in te laten? Als ze gedurfd hadden, zouden ze die blanken van het eiland hebben verjaagd. Daar was evenwel geen denken aan, want het bivak was goed beschermd en de soldaten waren goed uitgerust met allerhande wapens.

Voor Wielenga ging het er nu niet zo rooskleurig uitzien, want.... de zendeling was ook een blanke. Deden hij en de soldaten niet samen? Wat waren ze eigenlijk van plan? Ze vertrouwden het zaakje niet al te best. De zendeling konden ze afbreuk doen. Diens bouwerij kon opgeruimd; het gebouw van de soldaten niet, omdat ze bevreesd waren. Op een avond zag Wielenga, vanuit Kambaniroe, de hemel rood gekleurd. Hij schrok hevig, want het was in de richting van Pajeti en wat moest er anders zijn dan brand? Zou zijn nieuwe huis ?

Hij behoefde niet lang in het onzekere te verkeren. Er kwamen al mensen vertellen clat het huis in brand stond.

„Dadelijk mijn paard zadelen, " riep cle zendeling. „Ik moet er terstond heen!" jMaar daar kon niets van komen. „O toean, " zeiden de omstanders, „het is levensgevaarlijk om daar heen te gaan in de nacht. Vijandige Soembanezen zullen uw huis in brand hebben gestoken en nu zijn ze verscholen om u te overvallen, wanneer u er heen gaat".

Wielenga begreep, dat hij beter kon wachten tot cle volgende dag. Maar zo gauw het licht was de volgende morgen, reed de zendeling er naar toe.

Vreselijk, wat een droeve aanblik! Waar het huis had gestaan, zag men nu verkoolde balken en planken. Alles was weg.

De bewaker kwam en moest vertellen hoe het gekomen was. Deze vertelde aan Wielenga uitvoerig wat er in zo'n korte tijd had afgespeeld.

„Ik stond op wacht en het was heel erg donker. Opeens hoorde ik getrappel van paarden. Ik ging op het geluid af en zag twee ruiters naderen. „Wat zoekt u hier? " vroeg ik. Ik kreeg geen antwoord, maar één van de ruiters snelde op me toe met een uitgestoken lans. In kon juist nog vluchten en me verstoppen. Maar ondertussen was cle andere ruiter naar het huis gesneld en had het rieten dak in brand gestoken. Op vier plaatsen ging het dak branden en in korte tijd stond heel het huis in lichte laaie. Toen ging ik dadelijk om hulp roepen. De mannen van Pajeti kwamen direct om bij het blussen te helpen, maar er was geen blussen meer op gemaakt. De ruiters waren in cle duisternis ontsnapt. Wij keken al uit of cle blanke soldaten ook zouden komen om te blussen, maar niet één liet zich zien."

Dat clie soldaten niet kwamen, konden de Soembanezen niet begrijpen. De soldaten wisten het wel waarom ze geen hand uitstaken. Ze hadden order gekregen om 's nachts nooit uit het bivak te gaan, wat er ook mocht gebeuren. De legerleiding wist maar al te goed, clat cle inboorlingen alles op touw konden zetten, om de soldaten uit hun tent te lokken. Daarom hadden ze het zaakje laten branden en niemand was verschenen.

De tegenslag vcor Wielenga had nu een heel gunstige kant. Vanaf deze gebeurtenis wisten cle Soembanezen zeker, clat de zendeling helemaal in geen contact stond met de soldaten en dat er geen verband bestond tussen het bivak en de zendingspost. Er kon dus gerust met cle bouw van een nieuw huis worden begonnen. Dat gebeurde dan ook en voor Wielenga kwamen dezelfde moeilijkheden weer als bij de eerste bouw.

In een brief schreef hij: „Bouwen op Soemba is het meest intens vervelende en moeilijke werk clat er is. Een mens zou er grijze haren van krijgen, want men moet letterlijk voor alles zorgen. Dan is men bovendien telkens om iets verlegen, b.v. om twee-duims spijkers. De Chinees op Waingapoe heeft er wel van drie en vier duim. Wat te doen? Bestellen in Soerabaja, maar clat duurt vier weken, en ga zo maar door."

Na drie jaren van voorbereiding kon Wielenga zich eindelijk onder de Soembanezen vestigen: het nieuwe zendingshuis was klaar gekomen in cle herfst van het jaar 1907.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 mei 1956

Daniel | 8 Pagina's

Na het ziekenhuis eindelijk een  zendingshuis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 mei 1956

Daniel | 8 Pagina's