BLADVULLING
Niets is, o Oppermajesteit, Bedekt voor Uw alwetendheid. Gij kent mij; Crij doorgrondt mijn [ daan; Gij weet mijn zitten en mijn staan; Wat ik beraad', of wil betrachten. Gij kent van verre mijn gedachten.
G' omringt mijn gaan en liggen, Gij, O Heer, zijt altoos nevens my; Uw onbepaalde wetenschap, Kent mijnen weg van stap tot stap; Geen woord is nog mijn tong [ ontgleden, Of Gij, Gij weet alreeds mijn reden. (Ps. 139 : 1 en 2)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 mei 1956
Daniel | 8 Pagina's