Kerkgeschiedenis
Calvijns predestinatieleer (vervolg)
Ook in de verwerping schittert voor hem de souvereiniteit Gods. Op de vraag of hier sprake is van een reformatorisch leerstuk kan in bevestigende zin geantwoord worden.
Ook Luther hield vast aan de predestinatieleer; aanvankelijk ook Melanehton. Door het misbruik, dat er van deze leer gemaakt werd, zakte hij later af naar het „synargisme". Hij leerde namelijk later een zekere medewerking van de mens tot de genade. En ook Luther werd enigszins „krachteloos", ' ook al door het misbruik, dat hij zag: velen brengend tot een verderfelijke lijdelijkheid. Ook verlegde hij later het accent meer op de liefde Gods.
Onze jonge lezers moeten dit eens overwegen in verband met het algemeen kerkelijk tijdbeeld van heden!
De latere Luthersen moesten niets van de predestinatieleer hebben en gingen meer en meer naar het remonstrantisme over.
De Synode van Dordrecht, 1618-1619, ging in dezen geheel met Calvijn akkoord. Alleen willen wij er op wijzen, dat in onze Belijdenisschriften bij de verwerping gesproken wordt van een laten liggen in hun verderf en verdoemenis tot bewijs Zijner rechtvaardigheid (Waar wijst deze formulering op? )
Calvijns Avondmaalsleer.
Bij de beschouwing van Calvijns avondmaalsleer moeten wij goed voor ogen houden, dat deze Hervormer ietwat later begon te werken dan Zwingli en Luther en er tussen deze beiden reeds een zware strijd gevoerd was, alvorens Calvijn in het veld kwam.
Zo kon hij kennis nemen van de avondmaalsbeschouwing dezer mannen. De roomse beschouwing kende hij uiteraard van huis uit.
Uit deze strijd is zijn standpunt geboren, dat afweek van dat der beide anderen.
Men zegt wel eens, dat Calvijn getracht heeft de verschillende waarheidselementen te verbinden.
Al goed, mits men daaruit niet opmake, dat hij in deze een soort „grootste gemene deler" zocht!
Wij geven toe, dat de één op een onderdeel van een leerstuk meer de nadruk kan leggen dan de ander, als gevolg van persoonlijke ervaring, van de tijdsopvattingen en de strijd, waarin men gewikkeld is.
Tenslotte gaat het om de beslissing dei-Heilige Schrift. Wij zijn maar kortzichtige mensen; wij zijn van gisteren en weten niet.
Bekend is de hevige avondmaalsstrijd in 1527 te Marburg tussen Luther en Zwingli over het woordje „is" in de avondmaal formules: dat „is" Mijn lichaam, dat „is" Mijn bloed, waarin het volgens Zwingli niet anders wil zeggen dan: „betekent".
Ook Calvijn heeft jaren, in 1552, zo'n strijd meegemaakt, toen hij aangevallen werd door de duitse Lutheranen onder leiding van een zekere Joachin Westphal, die Calvijn zwingliaans noemde.
Er was namelijk tussen de Zwitsers, onder leiding van Bullinger en Calvijn, inzake het avondmaal een „consensus" (= overeenstemming) tot stand gekomen.
Hierover waren de Lutheranen zeer verbolgen. Verder gaan wij op deze zaken niet in.
Hier volgt nu een typerend stuk over dit leerstuk uit de Institutie IV 17.10:
„De hoofdsom zij, dat onze zielen met het vlees en bloed van Christus evenzo worden gevoed, als brood en wijn het lichamelijk leven voeden en onderhouden. (vg. Rome L.) Want het teken zou met de betekende zaak niet overeenkomen, als de zielen haar voedsel niet vonden in Christus. Hetgeen niet kan plaats hebben, tenzij Christus met ons waarlijk worde verenigd en ons door het eten van Zijn vlees en het drinken van Zijn bloed verkwikke. (n.b. L.)
Schoon het nu ongelofelijk schijnt, dat het vlees van Christus, wegens een zo verre afstand van plaats, tot ons zou doordringen, om ons tot spijs te verstrekken, zo moeten wij overwegen, hoe ver de verborgen kracht van de Heilige Geest al onze vermogens te boven gaat en hoe dwaas het is zijn onmetelijkheid af te passen naar de maat van onze bevatting. Dat dan ons geloof vatte hetgeen ons verstand niet begrijpt, te weten, dat de Geest waarlijk die dingen verenigt, welke door de plaatsen van elkaar gescheiden zijn.
Deze heilige gemeenschap nu van Zijn vlees en bloed, waardoor Christus Zijn leven in ons overstort even alsof het in onze beenderen en ons merg doordrong betuigt en verzegelt hij ook in het Avondmaal; en dat niet door het vertonen van een bloot en ijdel teken (=: zinledig; als bij Zwingli, voor wie de tekenen louter symbolen zijn; symbolisme maar daardoor te bewijzen de kracht van Zijn Geest, door welke Hij, hetgeen Hij belooft, vervult.
En inderdaad, Hij biedt daar de betekende zaak aan en stelt die voor aan allen, die aan die geestelijke maaltijd aanzitten; ofschoon zij met vrucht ontvangen wordt alleen door de gelovigen, die een zo grote milddadigheid met een recht geloof en dankbaarheid des harten aannemen. (Cursivering van mij. L.) Waarom de apostel gezegd heeft (1 Kor,
10 : 16): et brood, dat wij breken, is de gemeenschap des lichaams van Christus; de drinkbeker, die wij door Woord en gebeden daartoe heiligen, is de gemeenschap van Zijn bloed.
Niemand behoeft hier voor te werpen, dat dit een figuurlijke spreekwijze is, door welke de naam van de betekende zaak op het teken wordt overgebracht. Inderdaad, ook ik bekend, dat de breking des broods een teken, niet de zaak zelf is. Maar dit vastgesteld zijnde, zullen wij nochtans uit het geven van het teken met recht besluiten, dat ook de zaak zelf gegeven wordt. Want niemand zal ooit durven zeggen, dat door God een ijdel (— zinledig) teken wordt voorgesteld, tenzij hij Hem een bedrieger noemen wil.
Indien de Heere clan door cle breking des broods het deelgenootschap Zijns lichaams in waarheid voor ogen stelt, moet het buiten twijfel zijn, dat Hij 't waarlijk geeft en schenkt.
En door de godvruchtigen moet volstrekt deze regel gehouden worden, dat zij, zo dikwijls zij de door cle Heere ingestelde tekenen zien, bedenken en vaststellen, dat de waarheid der betekende zaak daar ook gewis aanwezig is. Want waartoe zou de Heere het teken van Zijn lichaam u toereiken dan om u te verzekeren van het ware deelgenootschap aan Hem?
Indien het waar is, dat het zichtbare teken ons gegeven wordt, om de gave der onzichtbare zaak te verzegelen zo laat ons vast vertrouwen, dat ons, bij het ontvangen van het teken des lichaams, zo zeker ook dat lichaam geschonken wordt."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 9 april 1956
Daniel | 8 Pagina's