JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

Correspondentie voor deze rubriek aan: T. MOLENAAR, Leede 18. Rotterdam Zuid

ƒ. V. te O. vraagt mij iets te schrijven over het Joodse Sanhedrin.

Antwoord: Onder Sanhedrin wordt verstaan de Joodse Raad of de Grote Raad. Grote Raad is een naam, die voor het college te Jeruzalem, dat de Ileere Jezus veroordeeld heeft, in de Statenvertaling slechts tweemaal voorkomt. Dat deze Raad groot werd genoemd is om deze Raad te onderscheiden van gelijksoortige kleine Raden in verschillende steden. Zelfs te Jeruzalem waren er twee, die elk 23 leden telden.

Het woord Sanhedrin komt van het Griekse woord sunedrion, wat vergadering betekent. Deze Jeruzalemse Raad heeft tot de dood van Christus besloten en Hem metterdaad veroordeeld en overgegeven aan Pilatus. Voor die Raad stonden Petrus en Johannes terecht volgens Handelingen 4. Ook Stefanus en Paulus hebben zich verantwoord voor het Joodse Sanhedrin.

Wanneer het Joodse Sanhedrin ingesteld is, is met zekerheid niet te zeggen. Wel wordt in Num. 11 gesproken van 70 mannen, die Mozes moesten bijstaan en wordt er in 2 Kron. 19 gewag gemaakt, dat Josafat een gerechtshof te Jeruzalem instelde. Maar hoewel de Joodse overlevering daarin reeds de oorsprong van de latere Grote Raad ziet, blijkt toch niet van enige historische samenhang tussen deze vroegere colleges en deze Raad.' Eerst na de ballingschap, zal deze Raad ingesteld zijn, en de betekenis gekregen hebben, die hij enige jaren voor en na de geboorte van de Heere Jezus heeft gehad.

Zijn gebied en bevoegdheid waren niet altijd gelijk. Na de dood van Herodes de Grote zal de macht formeel zich niet verder hebben uitgestrekt dan tot de grenzen van het gebied (Juda en Samaria.) Met Agrippa (Hand. 12) en na deze, zullen ook weer Galilea en Perea tot het terrein van zijn macht behoord hebben.

Zijn zelfstandigheid en betekenis wisselden met de politiek der regerende machtshebbers. Liet Ilerodes de Grote hem weinig zelfstandige macht, onder de Romeinse stadhouders had hij meer betekenis.

Hij was het opperste gerechtshof der Joden en de rechtszaken, die de kleine Raden niet beslissen konden, werden voor de Grote Raad gebracht. Hij mocht straffen, maar had voor de uitvoering van doodvonnissen de toestemming van het Romeinse bestuur nodig.

Behalve de rechtspraak had het Joodse Sanhedrin ook bestuursmacht, inzonderheid op godsdienstig gebied, maar ook inzake het burgerlijk leven. Het had eigen politie en dienaren.

In de Grote Raad hadden zitting: Overpriesters, schriftgeleerden en ouderlingen. De overpriesters waren de eigenlijk leidende personen. Zij waren Saddueeën en de schriftgeleerden meestal Farizeën.

Op welke wijze vacante plaatsen aangevuld werden, is niet met zekerheid te zeggen, doch vermoedelijk door coöp-

tatie d.w.z. verkiezing door de leden. Het aantal bedroeg 70. Hierbij kwam nog de voorzitter, de Hogeprieser. Na de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. bestond de Joodse Raad niet meer.

Mevrouw van der K. te L. vraagt enige inlichtingen over de Pinksterbeweging.

Antwoord: De Pinksterbeweging zoekt in de tongenspraak een vernieuwing van de gaven van de Pinksterdag. Zij openbaarde zich bij cle geestelijke opwekking in Wales onder Evan Roberts en plantte zich vandaar over naar Californië, Noorwegen en Duitsland. Pastor Paul trad in Duitsland als hoofd Van de beweging op en bezit nog altijd in cle kringen der Pinkster-gelovigen bijzonder gezag. Vooral in het eerste tijdperk van deze beweging kwamen pathologische (ziekelijk, abnormaal) gevallen van opwinding voor. In 1911 kenmerkte het Pinkstercongres te Christiania zich nog door stuiptrekkingen en hysterische huilbuien Allengs heeft de beweging een rustiger karakter gekregen en is het streven naar lgemene verbroedering onder de Christenen in plaats Van de tongenspraak har voornaamste kenmerk geworden.

Het stokpaardje wat zij heeft is het Pinksterfeit. Daarop borduurt zij eenzijdig door. Geestescloop met zijn buitengewone gaven. Men dwingt om de Geest der profetie. Zij misduidt het Nieuw-Testamentisch begrip der profetie. Is dat niet veeleer een onvoorbereid, geestdriftig spreken in cle vergadering tot vermaning, vertroosting en bekering?

Wonderlijke genezingen, waarvan men spreekt zijn op zichzelf nog geen bewijs van de uitstorting des Heiligen Geestes. Allereerst is het nog de vraag of men wel van gezondmakingen mag spreken. Is het soms suggestie? In de klingen van het Spiritisme hoort men van goed van dergelijke genezingen. De Heere Jezus heeft ons in de Bergrede gewaarschuwd, door te zeggen: „Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: „Heere, Heere, hebben we niet in Uw Naam duivelen uitgeworpen en in Uw Naam vele krachten gedaan? " Dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: „Ik heb u nooit gekend." Doordat cle Pinkstergemeente zich feitelijk plaatst op een voor-Pinksterstandpunt, zuchten zij om een vernieuwd Pinksterwonder. Zij stelt hiet de prediking van het Woord op de voorgrond, ofschoon toch naar het woord des apostels het geloof is uit het gehoor, maar suggestie, opwinding en dweperij.

Pastor Paul leerde de zondeloosheid van de Christen. Hier wordt dus de leer van het perfectionisme gehuldigd. Na rechtvaardigmaking en heiligmaking volgt een derde faze: cle reinheid van hart als werkelijke zondeloosheid. Dit is toch zeker in strijd met Gods Woord.

Dallmeijer, eerst een voorstander en later een tegenstander van de Pinksterbeweging deinsde niet terug, ervan te schrijven: „Ik houd de tongenbeweging van 't begin tot het eind een leugen-en bedrogsbeweging." Verder zegt hij: „Voor mij is het klaar: deze mannen zijn onwaar of zij bevinden zich in een zo dichte hellenevel, dat zij geen hand voor cle ogen meer zien."

Alle pogingen om in deze tijd de toestanden van de eerste Gemeente kunstmatig te herscheppen, moeten schipbreuk lijden. Gods werk is niet daar, waar het nagemaakt wordt en daarbij het grootste misbaar maakt. De kerk zingt: „De lofzang is in stilheid tot U, o God, in Sion."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 9 april 1956

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van maandag 9 april 1956

Daniel | 8 Pagina's