JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Mijn Heere en mijn God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mijn Heere en mijn God

5 minuten leestijd

„En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: ijn Heere en mijn God." (Joh. 20 : 28)

Thomas, één der discipelen j van Christus, is tot deze Godverheonijkende en zielszaligende geloofsbelijdenis gekomen, doordat de grote Herder der schapen zich aan hem heett willen openbaren.

Ook Thomas is door het zwaard der gerechtigheid Gods wat zijn Herder treffen moest, verstrooid geworden, gelijk de andere discipelen, doch naar 's Heeren belofte zou ook deze kleine vergaderd worden. De verantwoordelijkheid voor dit dwalende schaap berust bij de Herder, de Vader heeft ook dit schaap aan Hem gegeven, reeds van de stilte der nooit begonnen eeuwigheid, en geen schaap kan er ontbreken, wijl de Herder de gehele kudde gekocht heeft met Zijn dierbaar bloed, en het woord van Christus zal vervuld worden door de eeuwen heen: „En ik geef hun het eeuwige leven, en ze zullen niet verloren gaan in eeuwigheid, en niemand zal hen uit Mijne hand rukken." Dat daar toch de nadruk op valle bij de overdenking van Thomas' geloofsbelijdenis, opdat niet Thomas in de eerste plaats het voorwerp zij, maar de Overste Leidsman en Voleinder des Geloofs, Jezus. Dit gevaar is niet denkbeeldig, hoe licht gaat een mens op in één of of andere bijbelheilige. Zie het slechts in de gemeente te Corinthe, waar cle apostel aan schreef: „Is Paulus voor u gekruist, of zijt gij in Paulus gedoopt? " Daarom moge de opgestane zelf het grote voorwerp zijn, clie, nadat Hij geleden had, Zichzelve levend vertoond heeft met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien en sprekende van de dingen die het Koninkrijk Gods aangaan. In zeer nauw verband met het Koninkrijk Gods stonden cle elf apostelen, wijl door hun bediening het Koninkrijk van Christus zou worden gefundeerd en uitgebreid. Als het dan avond was op dezelfde eerste dag der week, waren tien Apostelen vergaderd met gesloten deuren vanwege hun vreze voor de vijandschap der Joden. Op deze vergadering is cle grote Apostel hunner belijdenis gekomen en heeft zich geopenbaard; in deze samenkomst heeft hun Zender de opdracht gegeven: Gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook ulieden. Alsmede de gaven des Geestes geschonken die hun nodig waren tot versterking van het geloof, totdat de volheid derzelve die hun nodig was tot cle uitvoering van het apostelambt hun gegeven zou worden op de Pinksterdag. Eveneens heeft Christus hun ambtelijk werk verklaard, zeggende: „Zo gij iemands zonden vergeeft, die worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, die zijn zij gehouden." Doch één apostel was niet tegenwoordig. Thomas één van cle twaalven, gezegd Didymus, was niet met hen toen Jezus daar kwam. Wat cle oorzaak van Thomas afwezigheid betreft, zijn er verschillende gedachten geuit, doch weinig of niets bewezen aangaande zijn wettige of onwettige verhindering. Wel weten we dat, nadat door de andere apostelen hem de opstanding van Christus verkondigd was, Jezus Thomas beschamend bestraft heeft over zijn ongeloof doch niet voor zijn afwezigheid.

Thomas heeft op het gezag-en getrouwvol getuigenis der andere apostelen niet kunnen geloven en begeerde de zelfopenbaring der opgestane Christus en de gevoelige betasting en aanschouwing Zijner kruiswonden. Opmerkelijk is, dat Christus niet twee, drie of vier dagen later zich aan hem openbaart, doch acht dagen wacht, en juist op de eerste dag der week verschijnt Christus ten tweede male in de kring der apostelen, nu vergaderd met Thomas. Daaruit blijkt zonneklaar, dat de eerste dag der week door cle Heere van de Sabbath gesteld is tot de Sabbath der nieuwe bedeling, dus op de tweede wettige Sabbath verschijnt Hij niet alleen om Thomas, doch ook om de kerk.

De grote Ambtsdrager der Kerk is begonnen met twaalf apostelen, waarvan Judas is afgevallen. Op de eerste Sabbath waren er tien, op de tweede Sabbath elf aanwezig, de twaalfde apostel wordt straks door Christus Zelf geroepen, alzo blinkt hier Zijn trouw betreft fende Zijn Kerk, wijl de apostelen voor cle gemeente Gods gezien, gehoord en getast hebben van het Woord des Levens dat door hen is verkondigd: „en wij hebben het Profetisch Woord, dat zeer vast is en gij doet wel dat gij daarop acht hebt." Alzo heeft Thomas door aanschouwen, horen en tasten beleden: „Mijn Heere en mijn God."

Dierbare geloofsbelijdenis, Mijn Heere, mijn wettige Eigenaar, door Hem verkoren en gekocht, niet met goud of zil-

ver, maar met Zijn dierbaar bloed. O, onbevattelijke liefdeprijs waarmede Hij voldeed aan het Goddelijke recht, zich opofferende aan Zijn Vader, tot het enige slachtoffer, Gode een welriekende reuk voor Thomas en Zijn gehele Gemeente.

Hij verbrak cle banden des ongeloofs en verloste ook dit schaap en tevens apostel uit alle strikken, ja, uit het geweld des Satans, om hem tot een eeuwig eigendom te maken. Thomas is hier voor tijd en eeuwigheid naar ziel en lichaam, ambtelijk en persoonlijk voor rekening van Christus en buigt zich in volkomen overgave des harten voor Hem neer, sprekende: ijn Ileere, Mijn Goël, mijn Verlosser, mijn Gebieder, om kinderlijk en knechtelijk Hem dienstbaar te zijn. Mijn Heere en mijn God, hier uit zich het geloof in aanbidding, hij vindt God in Christus tenig. In Joh. 14 : 5 heeft Thomas gevraagd: Heere, wij weten niet waar Gij heengaat, en hoe kunnen wij de weg weten? " En over Jezus' antwoord valt nu het licht: Ik ben cle weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij." O, voortreffelijke geloofskennis van, en geloof sbetrouwen op Christus, buiten Hem verliest Gods volk alles, ja zichzelf, waarop het zich voortijds grondde. Opdat Christus cloor het geloof in hun harten zou wonen en in de liefde geworteld zouden leren roemen cloor de Heilige Geest:

Mijn God U zal ik eeuwig loven Omdat Gij 't hebt gedaan, 'k Verwacht Uw trouwe hulp van [boven, Uw waarheid zal bestaan. Uw naam is voor 't oprecht gemoed, Van al Uw gunstvolk goed. (Ps. 52 : 7)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 9 april 1956

Daniel | 8 Pagina's

Mijn Heere en mijn God

Bekijk de hele uitgave van maandag 9 april 1956

Daniel | 8 Pagina's