Philips Willem van Oranje of Een vergelen Oranjeprins
II.
Na de dood van zijn moeder heeft Philips Willem zijn jeugd doorgebracht in diverse plaatsen, in Breda, Brussel en Zeeland.
Korte tijd later hertouwde zijn vader Willem van Oranje met Anna van Saksen. Deze tweede moeder was echter zo, dat ze zich bijna geheel niet bemoeide met de kinderen van Anna van Buren. Zij moesten de moederlijke liefde missen, die zij toch zo nodig hadden.
De Prins heeft clit misschien ook wel gezien, want toen Philips Willem twaalf jaar geworden was, liet hij hem naar cle Universiteit van Leuven gaan om daar zijn studies te volbrengen.
Toen de twaalfjarige Prins in Leuven aankwam werd hij ingeschreven als „cle Nassau Comes de Buren."
Ondanks zijn afkomst was hij een geziene student, vooral omdat hij zijn studie met succes volbracht. Veel belangstelling had de jonge Prins voor de schone letteren en hij leek eerder een dichter te worden dan een krijgsman of staatsman. Een enkele keer bracht zijn vader hem een bezoek wanneer hij voor staatszaken naar Brussel moest. (Aanbieding Smeekschrift der Edelen; toen Alva uit Spanje naar de Nederlanden kwam.)
In 1567 vertrok Willem van Oranje uit de Nederlanden en week uit naar den Dillenburg, omdat het niet verantwoord vvas, dat hij nog langer bleef, wegens de gespannen toestand. Maria zijn dochter nam hij mee, maar Philips Willem moest achterblijven in Leuven (want de Prins waande misschien zijn zoon veilig in Leuven, wat niet het geval zou zijn.) De Universiteit van Leuven bezat een privilegie, geschonken door Paus Martinus en welke bepaalde, dat iedere student geplaatst stond onder de bescherming van de Rector Magnificus.
Voor Philips Willem zou echter deze privilegie niet gelden. „Om die privilegies geef ik niets, " zo zei de secretaris van Alva.
Philips II koning van Spanje wilde zeker Willem van Oranje treffen, door zijn zoon te ontvoeren.
Op 14 februari 1568 was het een zwarte dag voor de jonge Prins. Op deze dag wercl voor hem een periode afgesloten van vrijheid, waarop volgen zou een periode van ballingschap.
Twaalf hellebaardiers stonden bij de uitgangen van de Universiteit opgesteld, terwijl de secretaris van Alva hem een brief van Alva overhandigde waarin stond; dat de koning hem naar Spanje riep tot zijn welzijn en om een betere opvoeding te krijgen om op latere leeftijd de koning beter te kunnen dienen.
's Maandags vertrokken ze, de Prins mocht zijn secretaris en enkele bedienden meenemen. De reis ging over Antwerpen, Middelburg en Vlissingen, waar zij zich inscheepten om de tocht over zee naar Spanje te aanvaarden.
Maanden, jaren zou het duren, voordat hij terug zou mogen keren naar de Lage Landen bij de Zee. (Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1956
Daniel | 7 Pagina's