JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

5 minuten leestijd

De Nationale Synode van Dordrecht.

We komen hier op een bekend terrein; althans voor onze kringen naar ik veronderstellen mag. Hoewel het meer een stof van kerkhistorische aard is; zijn wij toch genoodzaakt, of liever verplicht, een kort overzicht van cle gewichtige feiten te geven.

Het was niet cle eerste maal, dat men te Dordrecht in synode bijeenkwam; ook in de jaren 1574 en 1578 werd daar vergaderd. Men zie het Kerkelijk Handboekje van wijlen ds. Kersten. Uitgave „De Banier".

Maar die van 1618/1619 droeg wel een bijzonder karakter; zij was met recht een gereformeerde oecumene.

Ook buitenlandse godgeleerden waren opgekomen om deel te nemen aan de gewichtige besprekingen, die hier zouden plaats vinden; volgens Groen een 28tal. De banken van cle franse afgevaardigden stonden leeg, omdat Lodewijk XIII verboden had deputé's te zenden.

Ds. Balth. Lydius opende

De samenkomsten vingen aan op 13 Nov. 1618. Tot praeses werd verkozen ds. Joh. Bogerman, predikant te Leeuwarden.

Zeer opmerkelijk was de voorafgaande synodale eed: dat men „in het oordeel over de geloofsgeschillen generlei menselijke geschriften, maar Gods Woord alleen, voor een zekere en onfeilbare regel des geloofs zou gebruiken en in deze ganse handel niet dan Gods eer, de rust der kerk en bovenal cle behoudenis van de zuiverheid der leer zou voor ogen hebben." (bij Groen).

Dr. Vos merkt hierbij op, dat dit voorschrift de kerk feitelijk losmaakte van haar belijdenis. O.i. niet; te meer waar deze Synode een gereformeerd oecumenisch karakter droeg. Trouwens, hij moet zelf erkennen, dat genoemde uitspraak conform art. 7 van onze N.G.B. was. De Staten-Generaal hadden niet alleen tot het houden der Nat. Synode besloten en daartoe hun lastbrief uitgevaardigd, maar vooral onderstreept (gelast) om met cle minste moeite en op de geschiktste manier „te weren de zwarigheden, clie uit de bekende Vijf Artikelen voortgevloeid zijn."

De Staten-Generaal hadden voor deze vergadering nog een voorschrift gegeven n.1. „clat de best geoefende remonstranten voor de vergadering zouden verschijnen, om aldaar hun gevoelen voor te stellen, te verklaren en te verdedigen, zoveel zij zouden vermogen en nodig achten en tevens alle bedenkingen, die zij hadden op de leer in de Confessie en Catechismus begrepen, over te leveren." Er stond nog een bepaling in genoemde lastbrief die koren op de molen der Remonstranten was: gevolmachtigden der Staten-Generaal (er waren er niet minder dan 18 in de vergadering) zouden in elke vergadering tegenwoordig zijn, om haar handelingen te besturen en te leiden, terwijl zij zich de goedkeuring daarvan voorbehielden.

Wie dit alles leest, vraagt zich mogelijk af: hoe zit dat nu met de hier geoefende macht in cle zaken der kerk?

Zeker er was aan dit ganse gebeuren een politieke kant, de rust in deze landen, de bescherming der ware kerk tegen alle overlast; maar laat de Staat alstublieft cle vaststelling der ware leer aan cle kerk en haar kerkedienaren overlaten. Dat „terwijl zij zich cle goedkeuring daarvan voorbehielden", zint ons niet. Dat lijkt erg veel op de dagen van Oldenbarnevelt. Gelukkig, clat de praktijk der kerk beter was, clan deze neergeschreven theorie; zodat cle Synode met recht een illustre Synode mag genoemd worden, wat de beslissing der leerverschillen en de verdere bemoeiingen tot heil der geref. kerk betreft.

Op 6 dec. (1618) verscheen dan Episcopius c.s. in de vergadering. Zij moesten goed voor ogen houden, werd hun gezegd, dat zij gedaagden waren. Uit alles bleek clat zij obstructie wilden plegen, cle vergadering afmatten. En hoewel de Synode niet onbillijk wilde zijn, zij prikkelden cle aanwezigen, vooral de praeses zo (zelfs cle Statenleden moesten het ontgelden), dat cle Synode op een mislukking dreigde te lopen. Daarom wees de praeses hen uit naam der Synode de deur. Men zou hun gevoelens in hun geschriften nagaan cm beoordelen. Deze uitzetting geschiedde op 16 jan. 1619 en cle veroordeling van de leer had plaats op 24 april d.a.v. De bovengenoemde gedaagden werden afgezet. De overige remonstrantse predikanten werden ter beoordeling aan cle overige meerdere vergaderingen en cle kerkeraden aanbevolen.

Wij dachten het niet nodig hier cle 5 artikelen tegen cle Remonstranten nader te behandelen. Ze zijn ook overvloedig bekend! Alle synodeleden hebben deze

leerregels, als hun eigen gevoelen, ondertekend. Ook de frans-gereformeerde kerken, gelijk men weet, niet ter Synode aanwezig, hebben toch in 1620 in haar Synode de leerregels onderzocht en verklaard als conform Gods Woord en de belijdenis der franse kerk.

Ongeveer 200 arminiaanse predikanten werden afgezet. Indien zij zich stil hielden, zouden de Staten-Generaal voor hun onderhoud zorgen, desgewenst ook buitenslands. Men noemt dit de Acte van Stilstand. De 80 onwilligen werden over de grenzen gezet.

De remonstrantse predikanten mochten natuurlijk nergens preken, noch in huizen noch in 't open veld. Toch deden sommigen het; de samenkomsten werden dan uit elkaar gejaagd en de leraars streng gestraft. Merkwaardig is wat Groen over dit optreden zegt: „Waarom niet buiten de Hervormde Kerk vrijheid van godsdienstoefening verleend, nu men de Arminianen dood prediken kon? " Men bedenke, dat hij de Afscheiding heeft meegemaakt!

De Synode was met cle opstelling van de Canones nog niet aan het einde van haar gewichtige taak gekomen. Allereerst wercl de N.G.B. herzien en goedgekeurd. Veranderingen bleken niet nodig. Ook de Heid. Cat. werd bevonden in alles met Gods Woord overeen te stemmen.

Plechtig werd daarop de 6e mei in de Grote Kerk van Dordt afgekondigd, „dat de Synode in geen van beide geschriften enig met Gods Woord strijdig en dus te verbeteren punt gevonden had."

Dr. Vos merkt op: „Het onderzoek liep niet over cle methode of manieren van spreken, maar over de leerpunten en substanties der leer. De Syno.de moest alleen naar hetgeen Gods Woord leerde oordeel vellen; en zo ook elk lid in 't bijzonder. Niemand had tegen hetgeen onderzocht werd wezenlijk bezwaar."

Wij denken hierbij even aan de strijd tussen infra en supraü

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1956

Daniel | 8 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1956

Daniel | 8 Pagina's