JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

RONDOM DORDT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DORDT

4 minuten leestijd

De vorige keer zagen wij, hoe in de vluchtelingengemeente in het buitenland de grondslag werd gelegd voor de kerk der Reformatie in ons vaderland.

Toen in 1572 de oorlog tegen de spaans-„roomse tyrannie een keer had genomen, ten goede van ons vaderland, keerden veel vluchtelingen uit het buitenland terug en toen werd al spoedig de kerk in ons land meer gevestigd.

Zoals in Emden op de synode was bepaald, werden classes en synoden gevormd, die op regelmatige tijden bijeenkwamen. Er werd een opleidingsschool voor predikanten gesticht, men trachtte de roomse gebruiken in het land uit te roeien en ook het onderwijs aan de jeugd werd in goede banen geleid. Maar nu kwamen al spoedig de conflicten. Immers, zolang het ging om de bevrijding van ons volk van onder het juk der spaans-roomse tyrannie, was er een stroming geweest, die met de Calvinisten had meegestreden in de strijd voor de vrijheid, maar die stroming kwam nu in verzet tegen hun vroegere bondgenoten. Die tegenstanders moeten we in twee richtingen onderscheiden. De eerste richting was die van de aanhangers van Erasmus. Zij wilden een moralistisch christendom en nu moesten zij zien, dat de kerk, waartoe zij wilden behoren, en met wie zij gestreden hadden voor de vrijheid, de onmacht van de mens beleed en Gods vrije verkiezende genade, waardoor er geen plaats bleef voor hun moralistisch christendom. Zij verzetten zich met kracht tegen een belijdenis, die bindend zou zijn voor allen, en ook wilden zij van geen leertucht weten. Zij wilden onderlinge verdraagzaamheid en geen vaste belijdenis. De tweede richting onder de vroegere bondgenoten in de vrijheidsstrijd, maar die nu tegenstanders werden, vormden de regenten, de overheidspersonen dus van steden en gewesten. Velen van hen hadden geen enkele belangstelling voor de godsdienst en zij hadden alleen aan de vrijheidsstrijd deelgenomen uit staatsbelangen om weer vrij te zijn van het roomse juk.

En nu zagen deze regenten met schrik, dat de kerk de overheid wilde binden aan artikel 36 van de geloofsbelijdenis, waarin van de overheid geëist wordt, dat zij de valse religie zal uitroeien en de ware kerk beschermen. Die regenten vreesden dat op deze wijze de overheid aan de kerk gebonden zou worden en de kerk haar zou beinvloeden en zij wensten juist andersom de kerk onderworpen te maken aan de overheid, aan de staat.

Deze twee richtingen onder de tegenstanders vloeiden ineen in een gemeenschappelijke strijd tegen het streven van de gereformeerden. Zij noemden zich libertijnen.

Binnen de kerk ontstond nu een strijd over de belijdenis en in de verhouding van kerk en staat kreeg men een strijd over de kerkorde.

Eerst nu iets over de strijd over de belijdenis. Zoals we straks al even aanhaalden, wilden de aanhangers van de humanist Erasmus, niets weten van een bindende belijdenis.

Onder deze strijders tegen de belijdenis nam - Coornhert, de stadssecretaris van Haarlem, een voorname plaats in. De kerk wilde, dat iedere predikant en onderwijzer de geloofsbelijdenis en de catechismus zou ondertekenen, maar hier verzette hij zich fel tegen.

Immers, Coornhert wilde niets weten van de predestinatie en van des mensen onmacht ten goede, neen de inhoud van zijn leer was, dat de mens moest streven naar de deugd en dat Jezus als deugdzaam mens daarbij het grote voorbeeld zou zijn.

Coornhert was dus één van de belangrijkste voorlopers van de latere vrijzin-nigen. Vele predikanten waren het met het streven van Coornhert eens, onder wie de Leidse predikant Coolhaes wel één van de belangrijkste was. Ook kreeg Coornhert natuurlijk de steun van de regenten. Op vele plaatsen dwongen deze regenten de kerk, om predikanten te beroepen, die met dit moralistisch christendom van Coornhert instemden en die weigerden om de belijdenis en de catechismus te ondertekenen.

De Gereformeerden hebben toen een scherpe strijd moeten voeren op de kerkelijke vergaderingen en langzaam maar zeker hebben zij deze strijd gewonnen. Steeds meer kregen de geloofsbelijdenis en de catechismus gezag en werd hun ondertekening vereist.

Als de geest van Coornhert was toegelaten en gesticht in cle kerk, zou dit verraad hebben betekend aan de kerk der Reformatie, die in haar vaan heeft geschreven het „Sola Gratia", alleen uit genade.

De volgende keer hopen wij iets te schrijven over de strijd om de kerkorde om zo de weg te banen tot de Dordtse Synode.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1956

Daniel | 8 Pagina's

RONDOM DORDT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1956

Daniel | 8 Pagina's