Kerkgeschiedenis
Hier volgt een gedeelte van Calvijns testament. „In de Naam van God. Ik, Jean Calvin, dienaar van Gods Woord in de kerk van Genève, voel mij door verschillende ziekten zo aangetast, dat ik niet anders kan denken, dan dat God mi] spoedig thuis wil halen uit deze wereld; en ik heb daarom het besluit ge nomen een testament en een laatste wilsbeschikking schriftelijk te doen opstellen in de volgende vorm.
Vooreerst dank ik God, dat Hij medelijden met mij gehad heeft, Zijn arm schepsel, en mij getrokken heeft uit de afgrond van de afgoderij, waarin ik vast zat, om mij tot het licht van het Evangelie te trekken en mij deel te doen hebben aan de zaligmakende leer, wat ik niet waard was; Hij heeft ook Zijn barmhartigheid verder uitgestrekt en mij met al mijn zwakheden en gebreken gedragen, waarmee ik honderdduizend maal verdiend had, door Hem verworpen te worden.
En niet alleen dat, maar ook nog meer: Hij heeft Zijn genade zo ver aan mij bewezen, dat Hij mij en mijn werk tot verbreiding en verkondiging van de waarheid van Zijn Evangelie gebruikt heeft. Daarom verklaar ik, dat ik leven en sterven wil in dit geloof en geen andere hoop en vertrouwen heb als daarop, dat Hij mij in genade aangenomen heeft, waarop al mijn zaligheid rust; ik neem de genade aan die Hij mij in onze Heere Jezus Christus bewezen heeft en steun op de verdienste van Zijn lijden en sterven, opdat daardoor al mijn zonden begraven worden; ook smeek ik Hem, dat Hij mij wassen en reinigen wil door het bloed van deze onze grote Verlosser, dat voor alle arme zondaren vergoten is, opdat ik verschijnen kan voor Zijn aangezicht. Zijn beeld vertonende. ... enz."
De apostel Paulus schreef eenmaal, dat het in zijn leven ging door eer en oneeï, door kwaad gerucht en goed gerucht. Met het volste recht mogen deze woorden op Calvijn toegepast worden.
Vooral heerszucht heeft men hem verweten. Ds. Nic. Colladon, predikant in de omgeving van Genève, een der getuigen bij het opmaken van het testament, noemt dit „een boosaardige en onoprechte onbeschaamdheid" en wijst o.m. op het feit, dat hij steeds met zijn collega's overleg pleegde, opdat het toch maar ten dienste zou zijn van Gods kerk. Zeker, hij had een oplopende natuur en hij zelf kende zich daarin beter dan iemand anders.
Zoals we zagen, heeft hij het ook bij herhaling erkend en er zich diep over verootmoedigd.
Het is nu eenmaal zo in het leven, vooral in dat van grote mannen, dat men vaak meer oog heeft voor de gebreken, dan voor het werk, dat is verricht en de gaven door God hen geschonken.
Het Calvinisme
Een viertal eeuwen zijn wij nu verwijderd van de bron. En de vragen gaan zich vermenigvuldigen.
Wat is Calvinisme? Is het Calvinisme van heden gelijk aan dat van Calvijn? Of heeft er in dezen een ontwikkeling plaats gehad, die zelfs geleid heeft tot omvorming?
Heeft het Calvinisme vervormingen ondergaan al naar de landen, waar het ingang vond?
Dat aantal landen was al in de aanvang niet gering. Ik noem: Frankrijk, Zwitserland, België, Nederland, Schotland, Engeland, Hongarije, spoedig Noorcl-Amerika; om er maar enkele te noemen. Als speciaal voorbeeld moge ik ons eigen land noemen, voorheen zo rijk gezegend in geestelijk en stoffelijk opzicht, en de vraag stellen. Waren de Nadere Reformatie in de 17e eeuw (de tijd van Voetius, Witsius, enz.), de Afscheiding, de Doleantie, enz. oorspronkelijk (d.w.z. oud-) calvinistisch? En dan: zijn wij nu nog calvinistisch?
Men zal bij de overweging van dit alles moeten toestemmen, dat het buitengewoon moeilijk is de vraag te beantwoorden: Wat is Calvinisme?
Ik weet wel, dat er zijn, die dit in een handomdraai voor elkaar hebben: de werkelijkheid is echter wel wat anders: In de dagen van Kuyper begon men te spreken van neo-calvinisme en men weet waarom. Welke naam zal er dan heden aan gegeven moeten worden, nu de gereformeerde gezindte zich duidelijk in de crisis bevindt; nu door velen beweerd wordt, dat we ons in een overgangstijd, ook wat het calvinisme betreft, bevinden en de weg vooruit ligt! Hoe moeilijk (of ik moet zeggen: hoe gevaarlijk? ) is dat voor onze jeugd, de toekomst van ons vaderland, geroepen om in alle levensverbanden, waarin zij geplaatst worden hun roeping te vervullen overeenkomstig de regel der Heilige Schrift.
Ik las dezer dagen een eigenaardige opmerking: de jeugd van heden is. . . . het beeld der ouders! M.a.w. Deze laatsten staan dan voor de noodzakelijkheid van onderzoek en wederkeer!
Er is over de leer van Calvijn in de loop der tijden een uitgebreide literatuur verschenen, met allerlei beschouwingen. Om iets te noemen: zijn predestinatieleer, de leer der sacramenten, het geloof, de kerkelijke tucht; zijn beschouwing over kunst, hoe hij dacht over toneel, dans, vreugde; te veel om op te noemen. Zijn betekenis voor het recht ga ik dan maar voorbij.
Men ziet het deze werken zijn deels van theologische aard, deels bewegen zij zich op het gebied der ethiek. Al vroeger merkte ik op, dat er nagenoeg geen sector van het leven was, waarop hij het licht van de lamp des Woords niet heeft doen schijnen.
Dat maakt juist zijn werken zo uitermate praktisch; doet hem zijn een universeel man, die zich niet verliest in eenzijdigheid.
•Vandaar, dat hij feitelijk de voorkeur gaf aan een universiteit, waar alle terreinen van wetenschap werden bewerkt; meer dan aan een academie, waar slechts één tak (b.v. theologie) werd beoefend; om zo samen te werken op de grondslag der Heilige Schrift „solum ad gloriam Dei."
Zijn „systeem" is dan ook geen wijsgerig theologisch en ethisch systeem, zoals bij K. Barth het geval is, maar het echt reformatorisch vragen: Wat zegt het Woord.
Uit dit alles volgt, dat het niet aangaat het begrip calvinisme in zijn geheel te omschrijven.
Kerkgeschiedschrijvers zijn dan ook gewoon enige bepaalde „wezenstrekken" er van te geven.
De keuze en de volgorde is dan ook uiteraard niet bij allen dezelfde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1956
Daniel | 8 Pagina's