JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Reformatorische actie - juist nu!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Reformatorische actie - juist nu!

7 minuten leestijd

Van verschillende kanten bereikten mij welwillende vragen en opmerkingen n.a.v. het artikel over Rome's opdringen, in Daniël van 28 okt. no. 10 van deze jaargang. Gaarne wil ik trachten deze hier publiek te beantwoorden, opdat ook anderen het lezen en er hun voordeel mee doen mogen. Wellicht wekt het de belangstelling van jongen en ouden om samen de hand aan de ploeg te slaan en op dit terrein te doen, wat ze hoogst belangrijk en noodzakelijk is.

Allereerst deze vraag: Wat kannen en moeten wij in onze gemeenten doen tegen de vestiging van de twee nieuwe bisdommen? Het enig mogelijke antwoord hierop is de wedervraag: Zijn wij (nog) protestanten of zijn wij dit niet (meer)? Zo ja, dan rest ons slechts de taak, luide en alom te protesteren. Ieder

belijdend lid kan zijn kerkeraad vragen, namens de gemeente een protest in te dienen bij de regering. Onze classes en synoden kunnen eveneens een protest laten horen. En wij vertrouwen, dat in deze kwestie ook onze deputaten bij de hoge overheid niet stil zullen zitten. Hoe meer protestanten en protesten, hoe beter het is, opdat de regering zien mag, dat er nog een deel van ons Nederlandse volk is, dat — rekening houdend met de God der vaderen — er «iet in toestemmen wil, dat op onze van martelaarsbloed doordrenkte bodem nieuwe, machtige bisschoppelijke paleizen gebouwd zullen worden. „Niet om HUN erf te wezen heeft God het ons bevrijd." Of de regering luisteren wil naar onze protesten dan wel of zij ze naast zich neerleggen wil, dat is onze zaak niet. Ook daarvan zal zij eenmaal rekenschap hebben af te leggen. Maar wij zijn niet klaar met te constateren, dat „er wel weer niets gedaan zal worden behoudens een tam artikel in de Christelijke pers." Waarom kan de April-beweging-1853 (de zgn. Utrecht-Datheense beweging; bij het horen dezer namen alleen al moesten wij opvlammen!) zich in 1955 niet herhalen? Dit kan, als wij zelf onze futloosheid maar kwijtraken. Zeer terecht schreef de bekende Herv.-Geref. predikant ds. W. L. Tukker in zijn lezenswaardige artikel „Het bisdom Rotterdam" (in „Protestants Nederland" overgenomen): „De maand april zette heel protestants Nederland in rep en roer. Het ministerie-Thorbecke viel. De pers roerde zich heftig. Men zag het protestantisme in gevaar. Nu loopt men er nauwelijks warm voor. Als men dat al doet, is het alleen over de kwestie van prestige."

Laten wij ons toch eens heel eerlijk afvragen, of het zo heel erg zou zijn, als NU ons protestantisme in rep en roer zou komen? En als ook nu het ministerie, dat niet regeert naar 's Heeren ordinantiën, zou vallen, indien het al er een portefeuille-kwestie van zou willen maken? Een deining onder het protestantisme, een golf van heilige verontwaardiging over zoveel paapse overmoed zouden heilzaam werken voor dit protestantisme zelf èn voor onze gehele natie. Een tweede vraag luidde: Wat kunnen en moeten wij doen tegen Rome's opdringen? Niet negatief, maar positief werkzaam zijn. Wij kunnen en moeten Rome alleen bestrijden met geestelijke wapenen: „het zwaard des Geestes, hetwelk in Gods Woord". Daarmede kan Rome — al schijnt het nog zo machtig — GEHEEL ten ondergebracht worden, ook in de 20ste eeuw: „het draagt zijn rusting nog van gruwel en bedrog, maar zal als KAF verdwijnen." Dit Woord moeten wij — biddend — onderzoeken. Als wij dit heilig Woord tot grondslag nemen, dan kunnen en durven wij gerust den vast aarukkenden vijand treden: „beef, Rome! Hij, Die ons geleidt, zal u de vaan doen strijken!" Dan zullen wij ook — bij de verdediging van het Reformatorische erf deel — het Reformatorische erf goed weer liefkrijgen. Dan gaan wij ons bezinnen op die gezegende Reformatietijd. Bezinnen, dat betekent niet: dezelfde personen, punten en onderwerpen met de periodiciteit van een repeterende breuk steeds maar weer bespreken. Neen, er is zo oneindig veel meer! Bezinnen, dit betekent: ons gezamenlijk zetten tot studie van dit gehele tijdvak, ook de vele onbekende werken lezen en herlezen.

ken lezen en herlezen. Tegenwoordig is er in onze en andere kringen veel interesse voor het tijdvak der „nadere Reformatie", d.i. de tijd na 1619. Op zichzelf is deze interesse goed. Maar ik geloof niet mis te tasten, als ik hier uitspreek, dat — voordat we beginnen aan het tweede tijdvak — we eerst het eerste tijdvak terdege bestuderen moeten. We zijn er niet mee klaar door te zeggen: „Ja, maar daarmee hebben anderen zich al zo lang bezig gehouden", want het gaat niet over wat anderen doen, maar wat wij zelf doen.

Een derde vraag (nauw samenhangend met de tweede) luidde: oemt u ons eens enkele practische punten op, die wij persoonlijk en op de jongelings-en meisjesv er enig in Qe n kunnen doen met betrekking tot de binnenlandse bestrijding van Rome en tot verdieping van hét Reformatorische besef onder ons. Mijn advies luidt als volo; t:1. Elkeen en elke vereniging worde lid van de vereniging „Protestants Nederland" voor ƒ 4.— per jaar. In deze vereniging, die ons het naaste staat op dit gebied, werkten en'of werken ook enigen onzer predikanten mee; in de afdelingsbesturen zitten personen van onze gemeenten. Wie lid is, ontvangt het maandblad gratis, waarin zeer lezens-en behartigenswaardige lectuur over Rome staat, geknipte stof voor elke vereniging.

2. Iedereen en elke vereniging worde eveneens donateur van de „Willem de Zwijgerstichting" voor ƒ 3.50 per jaar, in ruil waarvoor men jaarlijks 4 a 5 dikke brochures ontvangt over historische figuren uit de Reformatie-tijd en over actuele vragen inzake Rome. Hoe meer donateurs deze stichting krijgt, hoe meer zij doen kan vanzelf. Deze brochures verdienen een plaats in elke bibliotheek. Het is onnodig te zeggen, dat elke brochure — evenals alle andere boeken — met oordeel des onderscheids gelezen moeten worden. Die drie en halve gulden kan elke vereniging jaarlijks best hieraan besteden.

En dan: Wat kunnen wij zelf in eigen kring(en) doen? Ik moge hiervoor gedeeltelijk verwijzen naar mijn antwoord op de tweede vraag. Zeer noodzakelijk is en blijft: VERDIEPING IN HET ERFGOED DER VADEREN. In het vorig artikel noemde ik reeds de lezing van Marnix' boek: „De Biencorf". Ten vorigen jare werd de opmerking gemaakt en de hoop uitgesproken, „dat de verder-studerenden onder ons toch eens met hun kennis en gaven zouden bijspringen om het arme hoopje van Gods volk met hun pen te dienen". Bij deze eenzame opmerking is het tot heden gebleven. Als wij hiermee eens ernst zouden gaan maken? Of is het nog steeds daarvoor de tijd niet en laten wij dit maar op zijn beloop? Allereerst kunnen zij, wien dit rechtstreeks geldt, maar vervolgens kunnen wij allen meehelpen om dit zeer noodzakelijke tot stand te brengen. Er is een oplossing mogelijk. Misschien zijn er onder onze lezers, jong of oud, en speciaal onder de „bestudeerden", wien deze zaken zeer ter harte gaan. Zij hebben ideeën, die kunnen leiden tot nadere uitwerking van plannen op dit gebied. Twee weten meer dan één en honderd meer dan twee: men schrijve gerust. Dat er onder ons meer reformatorische actie komen moet, is een ding, dat zeker is, indien wij zelf niet van de reformatie willen vervreemden.

Het echte, het onvervalste geluid der reformatie dienen wij in deze tijden van groot verval onvervaard en onverminderd te laten weerklinken: „toch zal geen vrees ons nederslaan, toch doen wij 't krijgslied schallen". Het reformatorische lied, dat tijdens de dertigjarige oorlog in de legers van Gustaaf Adolf gezongen werd, inspirere ons tot nieuwe reformatorische kracht:

„Wees niet vervaard, gij kleine stoet, hoe luid des vijands overmoed zijn zegelied doe klinken! Hij rckend' op uw ondergang, maar voedt die ijdle waan niet lang: Laat gij de moed niet zinken!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1956

Daniel | 8 Pagina's

Reformatorische actie - juist nu!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1956

Daniel | 8 Pagina's