Over de wondere geboorte
Het is begrijpelijk, dat in de Middeleeuwen, dat tijdperk van roomse overheersing, het bezingen van de geboorte van Christus, beperkt blijft tot de verheerlijking van de maagd Maria; dat er in allerlei toonaarden gesproken wordt over het wel en wee van de reis naar Bethlehem, van de vlucht naar Egypte, en dat de beschrijving van het Kind uitloopt op het uiterlijke wat aan het Kind te zien is. Het gaat dan over de rode wangetjes, de koude stal en het dorsten naar de moedermelk; alles heel primitief, echt middeleeuws en uitgesproken rooms.
In de Gouden Eeuw, die glorietijd van ons vaderland, waarin de kunst zo bloeide en waarin de reformatie krachtig had doorgewerkt, is dat anders. De prins van de nederlandse
dichters, Joost van den Vondel, is bekend geworden door zijn treurspelen, felle hekeldichten en zijn lezingen van alle mogelijke voorvallen in dit leven. Van hem is zeer bekend geworden het gedicht „O Kerstnacht....", dat ook werd gezongen, daar bij verschillende schrijvers als „wijze" genoemd wordt: O Kerstnacht.
Als het over de geboorte van Christus gaat, wordt veelal gesproken over de kindermoord te Bethlehem. Van den Vondel doet dat ook:
O Kerstnacht, schoner dan de dagen, Hoe kan Herodes 't licht verdragen, Dat in Uw duisternisse blinkt, En wordt gevierd en aangebeden? Zijn hoogmoed luistert naar geen reden, Hoe schel die in zijn oren klinkt. Hij poogt d' onnoosle te vernielen, Door 't moorden van onnoosle zielen, En wekt een stad-en landgeschrei, In Bethlehem en op de akker, En maakt de geest van Rachel wakker, Die waren gaat door beemd en wei. Dan naar 't westen, dan naar 't oosten. Wie zal die droeve moeder troosten, Nu zij haar lieve kinders derft?
Anna Roemer Visscher, een tijdgenote van Van den Vondel (zij was slechts vier jaren ouder), en die op het Muiderslot met de kunstenaars en geleerden vaak samen kwam, heeft in het jaar 1620 een gebed geschreven op de geboortedag van de Heere Jezus, dat als volgt luidt:
Almachtig Oppervoogd, o God stiert mijn gedachten Nu hoger als gewoon; ik voel mijn ziele trachten Te klimmen uit de poel van aarde, druk en slijk, Daartoe gemoedigd, omdat heden is gelijk Een kind geboren, God, verenigd met de mensen, Die ons verworpen volk ook vrede toe gaat wensen. O wonderbaar geheim, dat niemand niet begrijpt, Hoe spits hij zijn vernuft op werelds wijsheid slijpt.
Dan volgt er een moeilijke regel. De dichteres wil zeggen: zij die de wonderlijke geboorte willen begrijpen met het verstand en dwaas met hun gedachten willen indringen in het onbegrijpelijke, zullen reddeloos verward raken. En dan smeekt ze om daarvoor bewaard te blijven, om liever het wonder te aanbidden. Zij doet dat op deze manier:
Die 't klieven op een haar, doen door neuswijzig marren Dat zij onred'hjk daar ten laatste in verwarren. Verjaagt dit ver van mij en 't hart ootmoedig buigt Naar 't gene dat Uw Geest aan mijne geest getuigt, Opdat mijn wandel mag mijn evennaasten stichten, Opdat Uw klaarheid mag in mijn lantaren lichten. En 't geen ik, aardse worm, nog niet verstaan en kan Laat dat eerbiedig zijn van mij gebeden an.
In een ander Kerstlied (drie jaren eerder geschreven) eindigt ze:
Geeft, dat eerwaardig Hem van mij geofferd werd Geen wierook, mirre, goud, maar een gebroken hert.
Al is de geboorte van Jezus geschied onder armelijke omstandigheden, toch straalt er een grote luister af van de kribbe. En bij die majesteit en zuiverheid gaat de mens zijn kleinheid en onzuiverheid zien. Anna Roemer Visscher gaat zich een aardse worm noemen.
Willem de Merode, een onzer protestantse dichters, komt in zijn Kerstnacht tot de zelfde ontboezeming:
Wij weten wel, dat Gij geboren zijt, En hulploos in een kribbe ligt en schreit; En toch, wij gaan met aarzelende voeten, U te begroeten.
Wij schrokken huivrend op: dit is Uw nacht! Ons luchtig hart had niet op U gewacht. Nu kunnen wij met tuchteloze zinnen U niet beminnen.
Wilt Gij geschenken? neem ons wenen aan; Handen die niets dan kwaad hebben gedaan. En onze bloeiende zachtrode monden, Nog warm van zonden.
INDEX.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1955
Daniel | 8 Pagina's