De snelle tijd en het drukke leven
Droom is 't leven, anders niet; 't Glijdt voorbij gelijk een vliet Die langs steile boorden schiet Zonder ooit te keren. Jan Luyken.
Is het straks 1956? Zijn ive niet mis?
We stonden als schoolkind vaak bij de wagenmaker, die zo fraai zijn wagens beschilderde, 't Was niet gehaast, maar rustig legde hij het laagje verf over zijn fabrikaat. We stonden stil te kijken en de man had geen hinder van ons. Op de glanzend-geschilderde wagens kwam ook het jaartal te staan. Het dringt vaak tot me door: wat waren die jaartallen laag!
Als we daaraan denken, schrikken we even. Waar zijn die jaren gebleven? Wat hebben we er in uitgevoerd? Hoe velen herinneren zich als de dag van gisteren het uitbreken van de tweede Wereldoorlog, en dat was in 1940. Tel die jaren, die sindsdien verliepen, eens bij uw leeftijd!" „O, dan ben ik. . . ." Nee, verder ga je niet, je durft het bijna niet.... „een oude man, een oude vrouw, of.... onze plaats wordt niet meer gevonden."
Hoe ernstig is het leven! Wat we er van maken is: wat we in het korte heden doen. Het verleden komt nooit weerom en wat de toekomst ons brengt, weten we niet.
Er wordt zo vaak gezegd: Wat vliegt de tijd toch!
Is het wonder? Wij hebben het allen zo druk, dat we niet bij het heden stil kunnen staan: Het is allerwege een jagen en rennen en er is tijd te kort. Iedereen roept: Ik heb geen tijd. En spottend spreken we over de tijd van de trekschuit en we glimlachen, als we horen zeggen, dat vroeger de mensen uren liepen om in de kerk te komen. Er was niets gemechaniseerd en er werd rustiger geleefd dan in de eeuw van de kernenergie.
Van het wereldgebeuren wist men schier niet af. Een enkele keer schrikte men op, als er iets vreselijks was gebeurd.
Men sprak weken over een moord, die in de omgeving had plaats gehad. Maar nu, nu stapelt het nieuws uit de gehele wereld, van de verst-verwijderde landen, zich op tot een hoogte, die niet meer te overzien is. Men heeft geen tijd om geïnteresseerd bij een voorval stil te staan. En daardoor komt het oppervlakkige leven. Alles laat ons tenslotte koud. Er is zo veel, dat het niet verwerkt kan worden en daarom laten we alles rustig van onze schouders glijden. Er wordt zo veel lectuur door de brievenbus gegooid, dat er geen tijd is om serieus te lezen.
En onze ouders? Zij hadden tijd over! Zij konden zich rustig verdiepen in goede, stichtelijke lectuur. Ze wisten, wat Brakel geschreven had over dit of dat onderwerp-, ze konden de leespreek van de Zondag thuis brengen, want ze hadden de preek in huis en ze lazen in de loop van de week alles nog eens over. Van „herkauwen" gesproken!
Hoe staat het nu met de lezing van de geschriften van onze voorvaderen? Onbekend. ... en dato volgt: onbemind! Een schade, die niet te overzien is!
„Men scheldt de tijd voor kort, zelf veel te snel van gang; En elk zoekt tijdverdrijf; is dan de tijd niet lang? " (Jan Vos).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1955
Daniel | 8 Pagina's