De staat Israël
In vorige artikelen is steeds gesproken over Joodse kolonies. Dit zijn samenlevingsvormen van cle Joden met cle opzet, het land zo voordelig mogelijk in cultuur te brengen.
We stellen ons voor, in dit artikel iets te schrijven over
De Joodse Kolonies.
Met grote verbazing heeft cle wereld kennis genomen van het geweldige opbouwende werk, dat de Joden in hun land hebben verricht. Ze hebben woestijnen tot tuinen gemaakt. Dit gebeurt door groepen personen, die daartoe samenwerken in de een of andere vorm van kolonisatie, want in een land als Palestina begint de enkeling niets. Daarvoor is cle grond te onvruchtbaar en moet eerst doelmatig ontgonnen worden. Bovendien dwingt in droge streken de noodzaak van irrigatie, moeten moerassen droog worden gelegd, terwijl men altijd bedacht moet zijn op aanvallen van Arabieren, dit alles maakt het nodig, zich tot een aaneengesloten groep te organiseren.
De eerste collectieve kolonie was de kolonie Daganja bij cle zuidelijke oever van het Meer van Galilea in 1909. Deze collectieve kolonie was zo ingericht, dat men in gezamenlijk overleg bepaalde, welk aandeel ieder afzonderlijk in het werk moest leveren, hoe het werk werd ingedeeld en hoe uitgevoerd. Een dergelijke organisatie noemde men een kwoetsah. De leden aten in een gemeenschappelijke eetzaal; alles, zoals werkindeling, werd besloten in vergaderingen, waarbij (die leden hetzelfde stemrecht hadden. Hiermee hield echter het collectivisme op, want het loon en aandeel in de winst, verminderd met de kosten voor eten enz., werd maandelijks gecrediteerd. Als grondprincipe stond echter vast: alle arbeiders ontvangen hetzelfde loon, onafhankelijk van cle arbeidsprestatie, als ze hun kracht maar voor het gemeenschappelijk werk beschikbaar stellen.
Oorspronkelijk werd cle eerste kwoetsah gesticht door jonge, ongetrouwde mannen. Maar cle rechten der natuur deden zich spoedig gelden: mannen huwden
en vrouwen kwamen in de kring met het noodzakelijke gevolg, dat kinderen geboren werden. Zo ontstond binnen de gemeenschap een nieuwe: het natuurlijke gezin en tussen deze beide gemeenschappen kwamen spanningen en moeilijkheden. Zo werd een klemmende vraag: Heeft de moeder alleen voor haar kinderen te zorgen? Als zij dat doet, hoe kan zij dan nog deelnemen aan het bedrijfswerk? En als zij daar niet aan deelneemt, wie moet dan de kosten betalen voor haar onderhoud en dat der kinderen? Blijft zij wel in het bedrijf werken, wie zorgt dan voor de kinderen en hun opvoeding?
Na veel besprekingen werd men het er over eens, dat een collectieve samenwerking een collectief leven eiste. De verzorging en opvoeding der kinderen moest beschouwd worden als een gemeenschappelijke plicht van de kwoetsah. Er kwam dus gemeenschappelijke verzorging der kinderen van zuigeling tot het einde van de schooljaren in het gemeenschappelijk kinderhuis op kosten van de kolonie.
Op deze beginselen berust de kwoetsah en de kibboets. De laatste ontstond uit de eerste onder invloed van hen, die het grootbedrijf voorstaan, overtuigd van de economische voordelen daarvan. Behalve het verschil in grootte staat de kibboets open voor nieuwkomers, terwijl de kwoetsah meer intiem is.
Bij beide wordt dus particuliere eigendom van de grond verworpen en tevens iedere vorm van loonarbeid, onder toepassing van de beginselen van coöperatie, van gelijkheid en onderling hulpbetoon. Alle eigendom zijn van de gemeenschap. In plaats van loon ontvangt men alle levensbehoeften uit de collectieve kas. Met de bereidheid van elk lid om zijn arbeid te verrichten op de hem aangewezen plaats, staat en valt het systeem. Alle leden zijn gelijk.
Er zijn echter ook nog andere kolonievormen, zoals de mosjawa.
Deze is ingericht als een dorp van zelfstandige boeren en is gebaseerd op persoonlijk eigendom, meestal gesticht door middenstanders en daardoor meer kapitalistisch georiënteerd.
Tussen de collectief werkende kibboets en de particulier werkende mosjawa, zijn er ook nog tussenvormen. Immers velen vonden, dat de vrijheid van de enkeling in de kibboets te veel werd onderdrukt. Men wilde een kolonie op individuele grondslag met vrije ontplooiing van alle krachten van de enkeling, wat weer aanspoorde tot eigen initiatief. Bovendien voelden vele ouders er maar weinig voor, de opvoeding van hun kinderen aan vreemden te moeten toevertrouwen. Evenwel wilde men bepaalde dingen van de gemeenschapsidee behouden, zoals coöperatieve in-en verkoop, terwijl wederzijdse hulp gegeven zou worden bij persoonlijke-of bedrijfsongelukken.
Zulke kolonietypen kregen de naam mosjaw owdim.
De vierde en laatste kolonietype is de mosjaw sjitoefi. Het bedrijfsleven is hier gecollectiveerd, maar het gezin behoudt zijn individueel bestaan. De distributie van de opbrengst is in overeenstemming met de behoeften van het gezin en niet in overeenstemming met de hoeveelheid gepresteerde arbeid.
Beschouwen we de 4 typen rustig, dan is het ene uiterste de mosjaw (het gewone dorp) en het andere uiterste de kibboets en kwoetsah (volledig collectieve nederzetting). Daar tussenin liggen de overgangsvormen.
Het aantal inwoners van de kibboetsgroep is kleiner dan die in de tussenvormen.
De kibboets is de meest bekende geworden en vooral door de jongeren begeerd. In het algemeen zijn echter de 4 verschillende typen geslaagd te noemen en het percentage mislukkingen is bij alle zeer klein. Wanneer het affect overwint, maakt de kibboeets de grootste kans; overwint de rede, dan staan de tussenvormen er beter voor.
In de pionierstijd, toen aanvallen van benden veel voorkwamen, was de kibboets noodzaak.
Ook wordt wel eens beweerd, dat deze maatschappij-vorm de bevrijdende oplossing is van de strijd tussen de kapitalistische maatschappij en die van het Russische politieke communisme, een mening, die wij niet kunnen delen (men denke slechts aan de opvoeding der kinderen in verband met de doopbelofte.) Evenzeer moet men zeer voorzichtig zijn met de gedachte, dat de kibboets met zijn collectivisme een verschijnsel is, dat bezien moet worden in het licht van de toekomende tijd van de bekering van Israël tot Christus, een gedachte, die schrijver dezes eveneens verwerpt.
Samenvattend hebben we dus behandeld:
JOODSE KOLONIETYPEN
1 de mosjaw: de gewone dorpsgemeenschap, waar ieder individueel leeft en werkt.
2 de mosjaw-owdim: de coöperatief werkende arbeidsgemeenschap;
3 de mosjaw sjitoefi: het gemeenschappelijk bedrijf, waar de bewoners zelfstandig leven, maar communaal arbeiden.
4 de kibboets (kwoetsah): de volstrekt communaal levende gemeenschap.
In een volgend artikel willen we D.V. wat uitvoeriger stilstaan bij het leven in de kibboets.
W. VAN DIJK.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1955
Daniel | 8 Pagina's