JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE MILVA’s

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE MILVA’s

4 minuten leestijd

(6.)

Ons vorige artikel eindigde met de opmerking dat bijv. in een goed huwelijk cle kwestie „gezagsverhouding tussen man en vrouw" nooit aan de orde komt. Wij besloten toen met de volgende vier zinnen

Wanneer kan ze dan wèl aan de orde komen?

Als de goddelijke ordinantie gevaar loopt.

Paulus heeft in zijn brieven veel over de verhouding van man tot vrouw gesproken.

Jullie moet 1 Cor. 11 maar eens lezen; wat een wijze lessen staan daarin. Nu gaan wij dan weer verder.

Kan de man dan maar heersen zo hij wil? Is hij nergens aan gebonden? Paulus leert het ons wel anders. Hij zegt: „Nochtans is noch de man zonder de vrouw, noch de vrouw zonder de man in cle Heere." Ik heb eens nagekeken wat onze kanttekenaren van deze tekst zeggen. En weet je wat ze zeggen? Dit doet de apostel er bij, opdat om dezer heerschappij wil, noch de mannen zich verhovaardigen, noch de vrouwen zich bedroeven zouden." Maar Paulus werpt de scheppingsordinantie niet omver. Die laat hij onaangetast. Hartelijk ben ik het eens met dhr. C. B. v. Woerden Jr. als hij schrijft: „Om geen voet te geven aan de verdenking clat wij menen clat cle man alleen rechten en de vrouw alleen plichten heeft, willen wij opmerken, clat de verhouding onder mensenkinderen, in welke betrekking zij ook tot elkander staan, moet beheerst worden door het voorschrift: „Dient qlkandefr door de liefde." Dit bevel moet ook het huwelijksleven beheersen. Zij clie daarnaar handelen zullen getroost en vredig samenleven.

Wij moeten er echter rekening mee houden dat deze zegen alleen tot volle werkelijkheid zal worden, wanneer beiden, man en vrouw, cle plaats innemen clie hun door Gocl is aangewezen."

Hierbij wil ik het laten alhoewel hierover nog veel meer zou zijn te schrijven. Maar we zouden misschien te lang worden.

Ik heb U hierboven beloofd, terug te komen op cle wortelsplitsing der mensheid.

Wij lezen in Deut. 22 : 1 clie ordening meer in haar uitwerking naar een bepaalde zijde voorgesteld: Het kleed eens mans zal niet zijn aan een vrouw en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den Heere Uw Gocl een gruwel."

In dit stuk van Israëls wetgeving ligt heel wat meer dan een voorschrift omt-ent gewaad. Daarmee wordt tevens de tweeheid van geslacht uitgesproken en in zekere zin alles wat daaruit voortvloeit, mede de verplichting om cle aard en de betekenis van deze ordening na te speuren en toe te passen.

Wat een opbloeien van het leven werd misschien aanschouwd, als eens ernstiger werd nagedacht wat in dat scheppingswoord van „man en vrouw"-is neergelegd.

God heeft de mens, man en vrouw geschapen. Hier is sprake van tweeërlei geslacht, tweeërlei wezen, tweeërlei leven, tweeërlei wereld, mitsdien tweeërlei roeping. En in cle harmonische samenwerking ligt een der voorwaarden voor cle welstand van het menselijk geslacht. De vrouw is door God in de schepping tot een hulpe gesteld voor de man. Welnu, ze zal dit te beter zijn, naarmate zij meer waarlijk vrouw is. Een van onze oudvaderen (Coenraad Mei) zegt: „Het is een goddelijke ordening en bevel, clat cle vrouw de man zal onderdanig en gehoorzaam zijn. Wel is waar, clat de man verplicht wordt zijn vrouw lief te hebben en haar als het zwakkere vat ere te geven. Maar de vrouw is verplicht, haar wil onder die van haar man te buigen, zolang de man niets van haar eist dat met de ere Gods en met Zijn heilig Woord onbestaanbaar is. Als een vrouw haar man zo liefheeft en eert, dan doet zij ziclizelve eer aan, maar als zij hem veracht, veracht zij zichzelve en God, die deze ordening gemaakt heeft, toen Hij zeide: „Tot Uwen man zal Uwe begeerte zijn, en hij zal heerschappij over U hebben." Tot zover C. Mei.

Reeds met enkele woorden heb ik aangehaald de plaats, van de vrouw, die zij innam in het Paradijs. Haar wil, ondergeschikt aan de wil van haar man.

Op die plaats bleef zij echter niet. Eva nam van de vrucht des booms en Eva gaf haar man. In clat voortreden van de vrouw ligt reeds het wijken, het verlaten van de plaats haar van Gocl gegeven in cle scheppingsordinantie, die de man als haar hoofd stelde. Daarom ook haalt de vrouw zich zelf omlaag door haar optreden in het openbaar. We hopen in ons 3e punt hierop nader terug te komen.

D.V. hoop ik de volgende keer te beginnen met mijn 2e punt n.l. De plaats van de vrouw in het huwelijk. Tot de volgende keer mijn lezers. Hartelijk gegroet van

„KRIJGSMAN".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1955

Daniel | 8 Pagina's

DE MILVA’s

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1955

Daniel | 8 Pagina's