RONDOM KERK EN STAAT
Zo langzamerhand moeten wij afscheid gaan nemen van het belangrijke Tweede-Kamer college, anders wordt onze artikelenreeks wel erg lang. Er zou nog veel over te zeggen zijn. Kamerlid zijn is een heel mooi werk, maar men moet er voor voelen, van houden. Uiteraard volgt men daarin een roeping, maar toch niet zo dat men die niet kan afslaan. Ge kunt U verder voorstellen hoe dat gaat als gij 100 mensenonder wie enkele dames, geregeld in een vergadering samenbrengt. Men gaat elkander kennen, men weet soms elkanders zwakke plaatsen, kortom, in enkele jareni groeit er toch enige collegialiteit. Doordat er zoveel richtingen in de Kamer zijn, zijn er ook zoveel verschillende meningen en slaan de vlammen er wel eens uit. Ge kunt praten als Brugnuin en toch nog het onderspit delven. Overigens, het zijn allen mensen, met al hun ondeugden. Afkeuring van uw ideeën moet ge verdragen, maar soms is er ook opgevijzelde lof om iemand te behagen.
Het vrouwenkiesrecht bracht in 1922 als eerste vrouwelijk lid mevr. Suze Groeneweg in de Kamer voor de Soc. Dem. Arb. Partij. Zij was afkomstig van Zuid Beveland, had in haar jeugd de Goesse kap nog gedragen en heeft het openbaar onderwijs gediend. Het was een ongehuwde, furieuse vrouw, die zowél in de Kamer als in de Prov. Staten en de Gemeenteraad van Rotterdam haar invloed deed gelden.
Ook Schaper viel in de Kamer op, hij was een van de oprichters der S.D.A.P. In zijn jeugd was hij schildersknecht geweest. Man met een hese stem, onvervaard, gewend te spreken en te strijden. In hun eerste jaren waren die socialisten erg wild, zij moesten hard boksen voor hun idealen en Mr. Troelstra was er bij, en de gebroeders Klaas en Jan ter Laan, deze beide zijn nog in leven. In het begin wilde de S.D.A.P. volkomen revolutionnair zijn, het Koningshuis stonden zij tegen. Later zijn zij meer gaan beseffen, dat zij samenwerking met anderen voor hun doel nodig hadden en dat het onder een Konings-
huis van getemperde invloed nog wel goed leven was. De kiesrechtuitbreiding kwam hun ook goed te stade, in een steeds meer onkerkelijk Nederland won de idee van het socialisme langzadm aan veld.
Aanvankelijk hadden er natuurlijk in alle colleges telkens botsingen plaats met deze heren. Verschillende malen heb ik die nog bijgewoond, ofschoon niet in de Kamer.
In 1910 was in de Kamer beraadslaagd over het zenden van een Adres van Antwoord op de Troonrede. Troelstra had er tegen gesproken — het is later ook afgeschaft — en wilde de volgende dag voortgaan. Maar het debat was gesloten en de Kamer was op voorstel van de voorzitter niet bereid het debat weer te openen. Nu stoof Schaper op en begon te razen en toen hij zijn zin niet kon krijgen, vroeg hij over alles en nog wat stemming aan. Twintig maal is er op één dag gestemd, het was zuiver obstructie. Toen zeide Schaper: „dat is nu les in enkel-boekhouden. Denk er om, als 't weer gebeurt dan wordt het dubbel-boekhouden, hoor. Ellendige, smerige troep!"
Zo heb ik hem wel eens medegemaakt, dat hij heftig te keer ging. Nu, ze waren geen van allen erg mals, die heren. En Suze ook niet. Berg je maar. Later werden zij wat rustiger, zij wonnen terrein. Maar de ter Laans konden ook geducht brommen. Klaas ter Laan is onder Cort van der Linden benoemd tot burgemeester van Zaandam en handhaafde bij relletjes de orde met politie-te-paard. Dat gaf de communisten weer aanleiding zich te beklagen over de „hakmachines van rooie Klaas". En Jan ter Laan te Rotterdam, een man van zacht karakter maar toch scherp in zijn woorden. Hij had een zware bromstem, die men reeds in de gangen kon horen als 't binnen weer hommeles (home-less) ivas. Maar natuurlijk, zij kregen er op zn tijd ook van langs, dat ligt voor de hand. Want de andere woordvoerders lieten het er ook niet bij zitten en ontdekten in menig betoog van de roden zwakke plekken en zonden hun beste redenaars in 't vuur. Onder die moet men ook Dr. J. Schouten rekenen, terwijl de liberalen ook eminente personen hadden, dooreengenomen uit gegoede stand. Ik mocht ze gaarne bezig horen. Ja, in alle partijen komen prima sprekers voor; twee communisten heb ik gekend die echte redenaars waren, Soms is het een mooi iets, een goed opgezet debat te horen, zonder twist. De gave van te kunnen spreken, de gedachten in goede zinnen te kunnen formuleren, is een schone gave. Dan denkt ge wel eens, hoe kostelijk zou het wezen als al die talenten eens werden aangewend om een beter Koninkrijk te dienen! Toch is daarin meest een ellendig volkje.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1955
Daniel | 8 Pagina's