Nieuwe schriften
RONDKIJK
De voorschriften aangaande de schrijfwijze van de Nederlandse taal zijn met 1 September 1955 (ingevolge Koninklijk besluit van 23 Augustus 1955, Staatsblad 388) van kracht geworden. Dat geeft weer een hoop moeilijkheden. De leermiddelen zullen alweer herzien moeten worden — hoevele malen is het nu al niet veranderd? — maar wij, ouderen, zullen er ook aan moeten wennen. Willen we het goed leren, zullen we apart les moeten nemen, waarbij we dan veel zullen moeten afleren! Het doet toch wel een beetje vreemd aan, dat we de namen van weekdagen, van maanden, en windstreken met een kleine aanvangsletter gaan schrijven, b.v.: zondag, maandag, januari, october, zuidoost enz. Het valt me mee, dat ze de namen van het Opperwezen en de persoonlijke en meestal ook de bezittelijke voornaamwoorden die op het Opperwezen betrekking hebben, met een hoofdletter hebben gelaten! Bij de nieuwe spellingsvoorschriften blijven we dus schrijven: De Heere (geschreven moet eigenlijk worden Heer of Here, maar dat doen we zeker niet). De Heere verlaat de Zijnen niet. Eigennamen in de ruimste zin, zoals Karei de Grote, Amsterdam, Daniël blijven met een hoofdletter.
Dat het nogal ingewikkeld is moge blijken uit de tussenklank e (n), die in samenstellingen als — e — wordt geschreven: b.v. bokkesprong, brilleglas, leeuwemoed, vijgeblad, zonneschijn, eendeëi enz., waarop dan weer uitzonderingen zijn. De uitzonderingen maken het moeilijk. Wanneer het eerste lid een persoonsnaam betreft wordt het b.v.: boerenzoon, mannentaal, zottenklap enz. Nou, zoek het maar uit! Zo gaan we ook veel woorden, die anders met een c stonden, met een k schrijven: kandidaat, kapucijner, kritiseren, karton, lokaal enz. Maar pas op: commies bij voorkeur met een c! Zo zou ik nog tientallen andere voorbeelden kunnen noemen. We wachten als medewerkers van Daniël nu maar af, of de hoofdredactie ons deze spelling opdraagt; tot zolang blijven we bij het oude!
Taalverandering en Bijbelvertaling
Met de taal kan het anders wonderlijk gaan. Zo lazen we in het Centraal Weekblad, orgaan ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland, van grote veranderingen, die zich op taalgebied in Afrika voltrekken. Het werk van de Bijbelgenootschappen heeft daar veel mee te maken. Ter illustratie schreef Dr. van Minnen hierover in genoemd blad een interessant stukje, dat we in zijn geheel overnemen. „Zodra er enig verkeer groeide tussen blank en de kikongosprekende Afrikanen uit de beneden-Congo, ontstond er een soort van het kikongo afgeleide handelstaal die kiboelamatadi genoemd werd. Het was een uiterst simpele vorm van kikongo, zonder allerlei uitgangen, buigingsvormen en ingewikkelde zinsbouw.
Dit verschijnsel komt vaak voor: wanneer men met vreemdelingen spreekt, gebruikt men al gauw een sterk vereenvoudigde vorm van de eigen taal en de vreemdelingen nemen dat over.
Toen er echter zendelingen onder de Kikongos uitgingen, zagen deze met enige minachting neer op het kiboelamatadi; zij achten het — als misvormd dialect — onwaardig en ongeschikt voor bijbelvertaling en prediking.
Niet geheel ten onrechte; een dergelijke taal mist nu eenmaal de fijnere nuances en geestelijke realiteiten laten zich er moeilijk in uitdrukken. Echter: kiboelamatadi werd de algemene taal van het belgische gouvernement in het benedcn-Congo en in het gehele gebied ten zuiden van de Ka-Scirivier.
AUe officiële bekendmakingen en berichten gebruikten de taal; handelaren en plantageeigenaars kenden niet anders. Ja. cp de grote plantages en in de mijnen was het de taal, die tussen de verschillende stammen gebruikt werd; rond de handelsnederzettingen sprak de bevolking al spoedig niet ar.deis meer.
Enkele zendelingen ontdekten nu dal kiboelamaicdi (afgekort. kitoeba) toch wel geschikt was voor de /.er delingsprediking in gebieden waar talloze kleine groepen woonden met allen een verschillende taal. Bovendien: kitoeba is een gemakkelijk te leren taal, die iedere zendeling binnen enkele maanden vloeiend kan spreken.
Zo ontstond dan toch een vertaling van het nieuwe testament in het kitoeba en nog een wel vijfenzeventig andere publicaties, zoals catechismus en gezangenbundel.
Met de voortgaande industrialasatie blijft het kitoeba in betekenis toenemen, met het gevolg, dat het nu door een drie miljoen mensen gesproken
wordt. Zolang echter een taal de tweede taal blijft van de mensen, niet de moedertaal, kan ze
altijd weer verdwijnen. Dat stadium is het kitoeba nu gepasseerd; duizenden mensen spreken alléén kitoeba en kennen hun eigen stamtaal niet meer. Daar gaat aan gepaard het merkwaardige verschijnsel, dat deze taal nu ook uit gaat groeien tot een volwaardige taal. De woordenschat neemt toe, voor men het in de gaten heeft, is er eigenlijk een nieuwe taal geboren.
Men kan wat hier gebeurt enigszins vergelijken met wat er met grieks gebeurde toen de soldaten van Alexander de Grote dat in Voor-Azië brachten. Het verloor veel van zijn litteraire verfijning en van zijn ingewikkelde vormenleer; het werd een simpele handelstaal waar de atheense rhetoren de spot mee dreven. En dit grieks ontwikkelde zich toen weer tot het zogenaamde „koine" waarin het nieuwe testament geschreven is.
Zo staat het ook met het kitoeba. En het ligt nu op de weg van het bijbelgenootschap om deze nieuwe taal te gaan bestuderen en te onderzoeken welke betekenis en waarde zij heeft voor bijbelvertaling en op vorming van een christelijke litteratuur."
Tot zover dr. van Minnen.
Tot zover dr. van Minnen. In Babel ging alles overhoop toen de Heere bij de torenbouw nederkwam en de spraak verwarde. Die Babylonische spraakverwarring raken we in deze bedeling niet meer kwijt. Welke taal wij ook spreken, de taal Kanaans zal hier moeten geleerd. Als we handel op de hemel drijven, zullen we die taal moeten kennen. In het heidense Egypte waren vijf steden, sprekende de spraak van Kanaan. Lees Jesaja 19. Die taal te spreken voert naar de komende eenheid in de taal. Men probeert het hier wel met esparanto (kunstmatige wereldtaal) maar het lukt niet. In de hemel zullen de gezaligden in één taal eeuwig Gods glorie zingen. Spraakverwarring zal daar niet meer zijn.
RONDKIJKER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1955
Daniel | 8 Pagina's