JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

Correspondentie voor deze rubriek aan: T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid

De heer E. H. ter Aa schreef mij, dat versleten bijbels opgestuurd worden naar het N.B.G. Herengracht 366 te Amsterdam. Daar worden ze opgeknapt indien enigezins mogelijk en anders worden ze in de papiermolen gedaan voor nieuw bijbelpapier. De belangstellende lezer wil hiervan wel notitie nemen.

ƒ. V". te R. vraagt hoe het is gesteld met cle zendingsactiviteit der diverse Kerkgenootschappen.

Antwoord: De kenmerken van de ware kerk zijn de volgende: Zuivere bediening van Gods Woord, bediening van de sacramenten naar de instelling van Christus, handhaving van de Chr. tucht en opvolging van het zendingsbevel.

Over het laatste gaat het dus bij vraagster.

Laat ik nu beginnen met de zending van de Geref. Kerken.

Toen in 1892 de beide kerkgroepen uit Scheiding en Doleantie zich verenigden, had alleen de Chr. Geref. Kerk een zending rechtstreeks uitgaande van cle Kerk, waarvoor in 1872 als arbeidsveld was gekozen Batavia, Soerabaja en Soemba. In de kringen van de Nederduits Geref. Kerken kende men de Geref. Zendingsvereniging, die in 1861 opgericht, de Geref. Belijdenisschriften tot grondslag had en een arbeidsveld had gevonden op Midden-Java. Deze vereniging heeft haar taak toen overgedragen aan de Zending van de Geref. Kerken (1894). De organisatie van de zendingsarbeid dezer kerken is daarna geregeld op de Synode van Middelburg (1896). De toepassing van cle daar uitgesproken beginselen vindt men in cle cloor de Synode van Arnhem (1902) vastgestelde zendingsorde, bestaande uit 27 artikelen welke achtereenvolgens handelen over het terrein, de diensten, de abeid, de tucht en de gelden.

De zendingsterreinen van cle Gereformeerden zijn voornamelijk Java en Sumatra.

De Zending van de Geref. Kerken in Hersteld Verband vond haar arbeidsveld eerst in China en daarna onder de Chinezen te Soerabaja.

De Geref. Zendingsbond, opgericht in 1901, gaat uit van de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk en beweegt zich wat opzet en organisatie betreft in Geref. lijn. Een zendingsterrein werd gevonden op Midden-Celebes, waarheen in 1913 de eerste zendeling werd uitgezonden. Deze werd vermoord in het jaar 1917. Sedert 1920 mag zich deze zendingsarbeid weer in bloeiende toestand verheugen.

In 1922 heeft de Chr. Geref. Kerk de zendingsarbeid aangevat. Ook zij gaat uit van de stelling, dat de uitzending van een zendeling moet uitgaan van de plaatselijke kerk. Als zendingsterrein werd gekozen Zuid-Oost-Celebes.

En nu de Geref. Gemeente. Hoewel onze Gemeenten veel doen voor de inwendige zending (verspreiding van Bijbels en lectuur onder de Roomsen) blijven we nog steeds wachten op de uitzending van een zendeling. Vele jaren geleden is op de Synode al besloten het werk van de uitwendige zending op ons te nemen. Geld is verzonden om Maleise Bijbels weg te sturen, maar een zendeling hebben we nog niet. De Heere geve gebed voor deze Goddelijke opdracht en Hij verwekke mannen van God geleerd en bekeerd, brandende van liefde tot Christus, in Zijn kracht, na onderwijs in Nederland, de blinde heidenen bekend te maken met de enige Naam, die onder de Hemel gegeven is om zalig te worden.

J. V. te R. schrijft mij door middel van haar secretaris het volgende: In artikel 17 Hoofdstuk I der Dordtse Leerregels wordt gezegd, dat volgens Gods Woord de kinderen der gelovigen heilig zijn, uit kracht van het genadeverbond. waarin zij met hun ouderen begrepen zijn.

Waneer nu deze kinderen in hun kindsheid uit het leven worden weggenomen, dan moeten de Godzalige ouders niet twijfelen aan de verkiezing en zaligheid van hun kinderen. Het gaat er nu voornamelijk om, wat we moeten verstaan onder uitdrukkingen als o.a. „dat de kinderen der gelovigen" heilig zijn.

„Moeten we nu onder de gelovigen verstaan Godsdienstigen of Godzaligen? Zo ook de regel „zo moeten de Godzalige ouders niet twijfelen aan de verkiezing en zaligheid hunner kinderen."

Antwoord: Reeds menigmaal heb ik geschreven, dat de 3 formulieren van Enigheid uitgaan van het wezen van de zaak. Hier in dit artikel wordt gesproken van „Godzalige" ouders. Dit woord geeft geen ruimte voor wat wij b.v. „christen" noemen in cultuur-historische zin. „Godzalige" ouders zijn bekeerde mensen, evenals „gelovigen" in dit artikel genoemd.

Hoe staat het nu met de kinderen, die uit „Godzalige" ouders geboren worden? Die zijn volgens dit artikel „heilig." Zeker zijn ze „heilig", want ze zijn geboren op het heilig erf van de kerk, afgezonderd van de wereld, geroepen om in heiligheid des levens voor Gods Aangezicht te wandelen. Dit artikel zegt, dat ze „heilig" zijn, niet van anture, maar uit kracht van het Genadeverbond. Hiermee worden zonder twijfel bedoeld de „uitverkoren" kinderen. Zijn nu alle kinderen uit gelovige ouders ook uitverkoren? Gods Woord leert wel anders. De Godzalige Izak had twee zonen: Jakob en Ezau. Van hen wordt getuigd, dat de Heere Jacob heeft liefgehad en Ezau gehaat. De Godvrezende Samuël had kinderen, die niet wandelden in zijn wegen, die zich negden tot gierigheid, die geschenken namen en het recht bogen. David had een Absalom en de vrome Josia een Jojakim. Moet ik meer voorbeelden noemen? Maar wat is dan de reden, dat onze vaderen spreken, dat „Godzalige" ouders niet moeten twijfelen aan de verkiezing en zaligheid van hun kinderen, welke God in hun kindsheid uit het leven wegneemt?

Laat ds. Kersten daar nu eens een antwoord op geven. Hij schreef:

„Onze Dordtse Vaderen moesten zich verdedigen tegen de laster der Remonstranten. Die toch loochenen de souvereine verkiezing Gods. Zij wilden een verkiezing om een voorgezien geloof en goede werken. Waar nu kleine kinderen nog geen geloof konden oefenen en geen goede werken doen, lasterden de Arnliilianen dat Gereformeerden de jonge kmderen maar verdoemden. Die laster hebben de Dordtse Godgeleerden toen verre van zich geworpen. God heeft ook onder de jong stervende kinderkens Zijn uitverkorenen en zal die in heerlijkheid opnemen, als blijkt uit het kind van David en van Jerobeam. Daaraan hebbe niemand te twijfelen. Doch dat wil niet zeggen, dat alle jong stervende kinderen zalig worden. Alleen die in het Genade-Verbond begrepen zijn, die zullen zalig worden. Zij zijn er toe uitverkoren in Christus."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1955

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1955

Daniel | 8 Pagina's