JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De catechismus van ds. Smytegelt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De catechismus van ds. Smytegelt

7 minuten leestijd

RONDKIJK

De vorige keer ben ik niet klaargekomen met mijn boekbeoordelingen. U staat mij daarom wel toe, dat ik nog op een paar nieuwe, pas uitgekomen boeken de aandacht vestig. De Catechismus van Smytegelt — die n.1. geheel was uitverkocht en slechts bij een antiqair verkrijgbaar — is bij de fa. W. M. den Hertog te Utrecht opnieuw verschenen. Daar ben ik — en ongetwijfeld zeer velen met mij — erg blij om. Er zijn 112 vacante gemeenten in onze kerkgroep, waar iedere Zondag een catechismus predikatie wordt gelezen. Ter afwisseling komt dan ook die van ds. Smytegelt op de kansel. De ouderlingen willen dan het boek zelf wel in hun kast hebben om de preek van te voren eens na te lezen; bovendien zullen vele anderen dit mooie „troostboek" willen bezitten, zodat er nogal een enkel exemplaar zal worden gesleten.

Ik sprak van een troostboek, dat is het ook inderdaad. De titel luidt: Des Christens' enige troost in leven en sterven. Daarmee vangt de Catechismus aan. „Wat is uw enige troost? en in feite de hele inhoud van het boek. Bijzonder eenvoudig, duidelijk en begrijpend zijn de leerredenen samengesteld, zodat ze heel goed in onze tijd kunnen worden gebruikt.

Ds. Smytegelt was een prediker die zich geheel op het innerlijke leven richtte, het bevindelijk element komt er sterk in naar voren. Het komt mij voor, waar de practijk der godzaligheid er zo in op de voorgrond treedt, dat deze catechismus daarom zo gewild is. Van ds. Smytegelt zeiden zijn felste tegenstanders dat het een man van de daad was. In deze rubriek heb ik al eens meer over Smytegelt geschreven. Zoals bekend is hij niet zelf de samensteller van. alle uitgegeven preken (en dat zijn er vele!) maar een aandachtig luisteraarster, Maria Boter genaamd, heeft ze opgetekend. Vandaar dat er in de aprobatie staat: „niet naar eigenhandig afschrift des predikers, maar onder het prediken opgeschreven." Dat heeft dit voordeel, dat men Smytegelt in zijn preken en in zijn catechismus hoort, zoals hij werkelijk was.

Het geslacht Smytegelt stamt van het eiland Tholen. In de Herv. Kerk aldaar bevindt zich het graf van burgemeester Cornelis Jacop Smytegelt, (Anno XVc XLII). Later zwermden ze verder Zeeland in, de stamboom van de Smytegelts vertoont vele Zeeuwse vertakkingen.

Bernardus werd 20 Aug. 1665 uit godvruchtige ouders geboren. En die godsvrucht openbaarde zich al vroeg in hem. Hij was in dit opzicht een tweede Timothëus. Van een krachtdadige omzetting wist hij, naar hij zelf zegt, niet te spreken, de ware godsvrucht was hij echter al vroeg deelachtig.

Vele grote lichten stonden er in de 17e eeuw, in Smytegelts tijd, aan de kerkhemel. Een paar zal ik er van noemen. De Voetiaan ds. Thilenus stond in Middelburg (1666) toen Bernardus nog geen jaar oud was. Dat was de man die optornde tegen „de lichtvaardigheid der gekrolde haren en de lange achteraanslepende staarten der vrouwen." Hij volgde de ontwikkeling van de jonge Bernardus en begeerde op zijn sterfbed dat Smytegelt hem later zou opvolgen, wat ook is gebeurd.

Een ietwat latere tijdgenoot was Wilhelmus a Brakel, ook Abraham Hellenbroek niet te vergeten en ds. Barenzonius, die aan Smytegelt catechetische lessen gaf. De theologische faculteit te Utrecht (1683-1687) bestond uit de professoren P. a Mastrigt, H. van Halen, M. Leydekker (neef van Smytegelt en Hermannus Witzius. Bekende „oudvaders." Witsius had in de student Smytegelt) en Hermannus Witverwant gevonden. Dat zijn standvastigheid in zijn studententijd hoog bij Witzius stond aangeschreven, bleek wel, daar hij Smytegelt als kamergenoot een echte losbol bij hem gaf. Toen Bernardus daarover tegen Prof. Witzius een opmerking maakte, antwoordde deze: ik doe dat omdat er van u een goede invloed op die jongeman kon uitgaan! Het was dus een jong mens om een voorbeeld aan te nemen!

Van andere tijdgenoten noemen we nog Jacobus Fruytier (1659—1731); Petrus Immers, bekend om zijn „Godvruchtige Avondmaalganger", overleden in 1720 en Carolus Tuinman, van 1699 tot zijn overlijden in 1728 predikant te Middelburg.

Ds. Smytegelt voelde de zwaarte van de opdracht van Zijn grote zender. Over de predikantsbediening in Zondag 31 zegt hij: „Zij is een gevaarlijke bediening, 't Is ook een schone bediening. De predikanten, die hun plicht niet waarnemen, maken zich schuldig aan het bloed der zielen. Zij maken zich schuldig als zij de vromen vleien en de gewone mensen niet waarschuwen. God zal het van hun hand eisen. Vergt van ons nooit om ontrouw te zijn. Waarom zouden ' wij met u verloren gaan? .... Uw haat of wangunst hebben wij niet verdiend noch gevreesd. De gunst van groten nooit gezocht....

't Is periculeus en moeilijk, 't Is een strijden, jagen, vechten. Weet je wat veel helpt? De gebeden der vromen en Gods zegen. Dat verzoet alles." Hoe teer Is ds. Smytegelt in zijn woordkeus, als hij over of tot het Goddelijke Wezen spreekt. „Allerliefste Heere" is een uitdrukking die vaak in zijn preken voorkomt. Hij kon terecht zeggen: „Ik zal u hartelijk liefhebben, Heere, mijne sterkte." Hoe waarschuwend was hij t.o.v. van de waarneming van Gods dag, waarbij hij de jeugd vermaande „niet uit rijden te gaan, loopen of wandelen op singel en wandelplaatsen buiten; geen tuinen gaan bezien of andere vermaken nemen. Dan moeten de wegen niet krioelen van menschen." (Zondag 38) Er zou van ds. Smytegelt veel te vertellen zijn. Vereerders van hem, hebben in de uitgave van zijn „Keurstoffen" (1914 te Ter Aa) een portret geplaatst, dat echter een falsificatie is. Een portret van hem bestaat niet. De afbeelding stelt een persoon voor gekleed in een 19e eeuwse jas, met in het knoopsgat een ridderlint van de orde van de Nederlandse Leeuw. Deze orde is echter pas in 1815 ingesteld! Al is er dan geen portret van hem, ds. Smytegelt leeft in duizenden harten van ons volk voort, door zijn nagelaten geschriften. Ook in zijn Catechismus, spreekt hij tot ons, eeuwen nadat hij gestorven is. De nieuwe onveranderde uitgave van „Des Christens' heil en sieraad", moge velen ten zegen zijn.

En nu nog een paar woorden over het werkje van Andrew Gray, „Bestuur en aansporing tot waarneming van de plicht van het gebed", eveneens bij fa. Den Hertog te Utrecht uitgegeven. Andrew Gray, de jeugdige prediker, die reeds op 21-jarige leeftijd stierf maar ons zulke kostelijke predikaties heeft nagelaten.

De eerste vier preken uit genoemd werkje handelen over de tekst 1 Thess. 5 : 17: idt zonder ophouden, waarin wordt aangespoord tot waarneming van de plicht van het gebed. Dan volgen drie preken onder het motto „Hoe een Christen zijn hart behoort te bewaren over Spreuken 4 : 23; „Behoed uw hart boven al wat te bewaren is" en tenslotte twee preken over Micha 6 : 9. Als men deze preken leest moet men het de vertaler eens zijn, die in het voorwoord schrijft, - -dat men in gedachte de twintigjarige prediker op de kansel ziet staan met een ongeveinsde liefde tot Zijn Zender en het vurig verlangen dat zondaren door het geloof tot Hem zullen komen alsook over de evangelische raadgevingen, om de blijdenis en het geloof in Christus met een godvruchtige wandel te bezegelen. Ds. Gray was met iemand die een zondaar op grond van zijn overtuigingen zalig sprak, maar die trachtte het werk van overtuiging dieper te doen doorwerken, door te trachten hem niet alleen schuldig te stellen krachtens overtreding van de wet Gods, maar door ook gedurig de noodzakelijkheid van het geloof in de Heere Jezus Christus voor te stellen als het gebod en de wille Gods, opdat hem zijn diepe doodstaat, zijn vijandschap tegen God en Christus en de kracht en schuld van zijn verdoemelijk ongeloof mocht ontdekt en tot schuld worden, waardoor hij zich als een gans onwaardige tot Hem wenst die nooit tot het zaad Jacobs gezegd heeft „Zoekt mij tevergeefs."

Leest ge nooit geen preken, jonge mensen? Hier is een jongeling aan 't woord, die de vreze Gods deelachtig is. We kunnen het U aanraden. Er komen veel boeken op de markt, die het lezen niet waard zijn, dit is goede kost! Bij uitgever den Hertog te Utrecht verschijnen goede boeken, dat moet gezegd worden.

Tolle lege! Neem en lees.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1955

Daniel | 8 Pagina's

De catechismus van ds. Smytegelt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1955

Daniel | 8 Pagina's