JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een gezegend overblijfsel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een gezegend overblijfsel

6 minuten leestijd

„En Jakobs overblijfsel zal zijn in het midden van vele volken, als een dauw van de Heere, als droppelen op het kruid, dat naar geen man wacht, noch mensenkinderen verbeidt". (Micha 5:6)

Toen de Wijzen uit het Oosten te Jeruzalem kwamen met de vraag: „Waar is de geboren Koning der Joden? " hebben de Schriftgeleerden hun de weg gewezen aan de hand van Micha's profetie. De vraag van die Oosterse Wijzen bracht grote beroering teweeg in geheel Jeruzalem en in het hart van koning Herodes.

Op de vraag van Herodes, 'waar de Christus zou geboren worden, hebben de Schriftgeleerden geantwoord: „ Te Bethlehem, in Judea gelegen", want alzo is geschreven door de profeet: „En gij Bethlehem, gij land van Juda! Zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Zijn volk Israël weiden zal."

Die geboren Koning der Joden zal ook gegeven worden als een licht tot verlichting der heidenen. De zaligheid is uit de Joden, maar de grote massa heeft de beloofde Messias uitgeworpen.

Alleen het geestelijk} Israël heeft genade ontvangen om het licht des Evangelies te doen uitstralen temidden van de geestelijke duisternis der wereld.

In Micha 5 : 6 vinden we een stellige belofte voor Gods kerk op aarde.

Dit woord is vol troost en bemoediging vooral in de dorre geesteloze tijd die wij beleven. De kerk des Heeren ontvangt haar vruchtbaarheid van Hem die beloofd heeft: „Ik zal Israël zijn als dauw; hij zal bloeien als de lelie; hij za! zijn wortelen uitslaan als de Libanon, " Hemelse vruchtbaarheid, geestelijke schoonheid en innerlijke vastigheid wordt de Gemeente in dit woord toegezegd.

In onze tekst worden we bepaald bij de naam die zij draagt; bij de plaats die zij inneemt; bij de zegen die zij verspreidt; bij de afhankelijkheid die zij toont.

Zij wordt genoemd: Jakobs overblijfsel naar de verkiezing der genade.

De Heere zal doen overblijven een ellendig en arm volk.

Daarbij denken we aan een oosterse dorsvloer. Met de wanscliop wordt de tarwe opgeworpen terwijl de wind het kaf doet wegstuiven. Zo gebruikt de Heere de ontdekkende bediening van Zijn Woord, maar ook Zijn gerichten om de dorsvloer van Zijn kerk te doorzuiveren. Het is de hemelse Landman niet te doen om het kaf, maar om het koren.

Alleen het overblijfsel wordt behouden. Dat overblijfsel heet: Jakobs overblijfsel. Daarin komt zo duidelijk uit Gods vrijmacht en verkiezende liefde.

Niet vele machtigen, niet vele edelen, maar het verachte en het onedele heeft God uitverkoren opdat geen vlees zou roemen voor Hem.

Het beginsel waaruit de wereld leeft, is: Al wat sterk is, is goed en al wat zwak is deugt niet.

Het beginsel van Gods Woord is: Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.

De Heere ontfermt Zich over het ellendige, over het zwakke en verheerlijkt in hen Zijn vrijmacht.

Jakob heb ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat. Dat overblijfsel zal klein, weinig en onmachtig wezen, maar toch delen in de zegeningen van de hemel. Die zegeningen zal zij rondom zich verspreiden, want Jakobs overblijfsel zal zijn in het midden van vele volken, als een dauw van de Heere. De plaats die zij inneemt is, in het midden van vele volken. Uit die vele volken vergadert de Zone Gods Zijn uitverkoren gemeente (Cat. 21). De Filistijn, de Tiriër, de Moren, zijn binnen u o Godsstad voortgebracht.

Ik geloof één heilige, algemene, Christelijke Kerk.

Op de Pinksterdag is de kerk des Heeren losgemaakt uit haar nationale begrenzing en de drieduizend die werden toegebracht waren de eerstelingen ^ rt.n de schare die niemand tellen kan. Do Heere sluit Zijn volk niet op in een klooster, maar zendt hen als schapen temidden van de wolven. De kerk des Heeren is een stad op een berg en Gods kinderen schijnen als lichten temidden van een krom en verdraaid geslacht.

Helaas beantwoordt Gods kerk zo weinig aan haar hoge roeping. De grens tussen kerk en wereld wordt steeds meer weggedoezeld. Het contact met de hemel is zo vaak verbroken en daar is geestelijke dorheid en onvruchtbaarheid het gevolg van. De hemel is de voedingsbodem van de aarde, zowel in het natuurlijke als in het geestelijke. Als die hemel gesloten blijft moet op aarde alles verdorren.

Gelukkig als we aan onze dorheid worden ontdekt en het leven mogen zoeken

niet in onze bevinding maar in Hem die de Springader Israëls is. Als de hemel van dauw gaat druipen en de wolken gaan vloeien van gerechtigheid, dan worden de zielen van Gods kinderen als een gewaterde hof. Dan zal Jakobs overblijfsel zijn als een dauw van de Heere, als droppelen op het kruid. Dan wordt Gods kerk gezegend om zegen te verspreiden.

De kerk des Heeren en de wereld verhouden zich als Israël tegenover Egypte.

In Egypte regent het bijna nooit en daarom hebben de bewoners van de vroegste tijden af, door een kunstmatig bevloeiingsstelsel hun land vruchtbaar gemaakt.

In Qeut. 11 zegt de Heere tot Zijn volk: „Het land waar gij naar toe gaat om dat te erven is niet als Egypteland waar gij uitgegaan zijt; hetwelk gij bezaaidet met uw zaad en bewaterdet met uw gang. Maar het land waar gij naar toegaat is een land van bergen en dalen, het drinkt water bij de regen des hemels."

De wereld kan zichzelf wel helpen en heeft God niet nodig. Gods kinderen zijn diep afhankelijk van Hem, Die door Zijn Geest de ware vruchtbaarheid schenkt.

Jakobs overblijfsel zal zijn in het midden van vele volken, als een dauw van de Heere, als droppelen op het kruid, dat naar geen man wacht, noch mensenkinderen verbeidt. De gouden kandelaar wordt zonder menselijk toedoen van olie voorzien en brandende gehouden. Zeker de Heere bedient Zich vaak van zwakke, zondige mensen om Zijn kerk te dienen, maar Zijn volk is van mensen niet afhankelijk. Wanneer de Zon opgaat, verbleken al de sterren.

Op de berg der verheerlijking zagen de discipelen niemand dan Jezus alleen. Hij is geen helpend maar een algenoegzarae Zaligmaker. Welzalig hij, die al zijn kracht en hulp alleen van Hem verwacht. Daarom moet al het menselijke en al wat van het schepsel is weg vallen, opdat de gemeente des Heeren hier op aarde zou worden voorbereid om straks zonder zelfbedoeling en zonder schepselverheerlijking te zingen:

„Door U, door U alleen, om 't eeuwig [ welbehagen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1955

Daniel | 8 Pagina's

Een gezegend overblijfsel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1955

Daniel | 8 Pagina's