De vrouw in het ambt Over
RONDKIJK
De vrouw in het ambt Over „de vrouw in het ambt" is de laatste tijd veel te doen geweest en nog is het laatste w 7 oord er niet over gezegd. De uitspraak van de Synode der Ned. Herv. Kerk, dat vrouwelijke personen behoren te worden toegelaten tot de kerkelijke ambten, heeft grote ontsteltenis veroorzaakt in ons land en het hart van reformatorisch Nederland pijnlijk getroffen. Met woord en geschrift is door degenen in de Herv. Kerk, die op de grondslag van Gods Woord en op de belijdenis onzer vaderen staan, zoals die gezeten waren in de beroemde Synode van Dordt (1618—19) krachtig tegen die uitspraak opgetreden en zelfs is een petitie ingediend, om de vrouw uit de ambten te weren.
Al ligt dit nu buiten ons eigen kerkverband, toch is het goed en ook nodig, dat onze jongelingsschap nota neemt, wat er op de kerkelijke erve in het algemeen voorvalt. We zeiden reeds, dat er meerdere geschriften zijn verschenen, waarin tegen deze Synodale uitspraak wordt geageerd. Een van deze brochures is „Een Schriftuurlijk protest tegen de vrouw in de kerkelijke ambten", geschreven door C. B. van Woerden Jr. te Akrum en uitgegeven bij Drukkerij J. Bout te Huizen (N.H.) Op dit werkje wil ik hier de aandacht vestigen, omdat dit bijzonder leerzaam is en uw rondk ij keihet kan aanbevelen voor studie-materiaal op onze verenigingen. Rondkijker kijkt overal rond, ook wel eens op de boekenmarkt. Dus moet U mij toestaan, dat ik daar ook eens iets over zeg.
De schrijver toont op duidelijka wijze aan, dat het toelaten van de vrouw tot de kerkelijke ambten in strijd is met de wetten, welke God de Heere, voor Zijn eigen huis heeft gesteld. Allereerst gaat hij de besluiten van de Dordtse Synode na en concludeert dat de Kerkorde van 1618—19 geen vrouwelijke ambtsdragers erkent. De uitspraak van de Synode, dezer dagen gedaan, gaat dan ook rechtstreks in tegen Gods Woord en tegen de geest, die heerste in de Synode van Dordt. Vervolgens beziet hij hoe de vrouw bij goddelijke ordinantie een bijzondere roeping heeft in het gezin, in de maatschappij en in de kerk, waarbij op Schriftuurlijke gronden bewezen wordt, dat de vrouw in de kerkelijke samenleving wel geroepen wordt om christelijke naastenliefde te beoefenen maar geen zeggenschap dient te hebben in de regering der gemeente. De gelijkgerechtigheid van de vrouw met de man is naar de geest des tijds en dringt zich niet alleen in wereldlijke maar ook in kerkelijke ambten op. Het is een revolutionnaire actie en geheel in strijd met Gods Woord dat leert: „Het is de vrouwen bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt." De schrijver noemt het terecht een opstandige beweging tegen het gezag van God, die in de kerk „machten heeft geordineerd" en een misdadige woeling tegen de kerkregering, zoals die door God is ingesteld. In de Heilige Schrift, waarop de belijdenis onzer vaderen is gegrond, is geen enkel voorbeeld te vinden van een vrouw die geroepen werd tot het predikambt of tot enige ambtelijke bediening. Zowel onder het oude als het nieuwe testament lezen wij uitsluitend van mannen, die werden geroepen en bekwaam gemaakt tot de kerkelijke ambten. Vele voorbeelden en uitspraken uit Gods Woord worden door de samensteller aangehaald waarmee duidelijk bewezen wordt, dat het leren en regeren door de vrouw in de gemeente ingaat tegen de ordinantiën, welke gesteld zijn voor de goede orde in de kerk. We raden de besturen van onze jongelings-en meisjesverenigingen dit nuttige werkje aan te schaffen; er valt veel leerzaams uit te halen. Komt het in gesprek, dan leert U er uit op Schriftuurlijke wijze van antwoord te dienen.
Nu ik toch aan het „recenseren" ben, wil ik tegelijk de aandacht vestigen op een uitgave van fa. W. M. den Hertog te Utrecht, n.1. „De bijna christen ontdekt" door Matheus Meade.
„De bijna christen ontdekt" is een nieuwe uitgave van een oud boek — Matheus Meade voltooide het in 1661 — maar het heeft nog niets door actualiteit verloren. Integendeel: moest de schrijver in de 17e eeuw klagen dat er zo velen een grote belijdenis hadden, die toch maar bijna-christenen waren — dat is in onze 20ste eeuw niet minder waar. Daarom is het goed, dat dergelijke boeken weer op de markt komen; er wordt hier een toetssteen aangelegd die scherp, maar voor ons allen nuttig nodig is, opdat we ons niet bedriegen voor de eeuwigheid. Niets toch is vreselijker dan met een ingebeelde hemel voor eeuwig te moeten omkomen.
Zo wordt in dit boek de vraag gesteld: hoe ver iemand kan gaan in de weg ten hemel en nochtans maar bijna een christen zijn. En dan volgt het antwoord in twintig bijzonderheden:
1. Hij kan veel kennis hebben.
2. Hij kan grote gaven hebben.
3. Hij kan een hoge belijdenis hebben.
4. Hij kan veel doen tegen de zonde.
5. Hij kan de genade begeren.
6. Hij kan beven voor het Woord.
7. Hij kan zich verheugen in het Woord.
8. Hij kan een lid zijn van de Kerk van Christus.
9. Hij kan grote hoop op de hemel hebben.
10. Hij kan onder grote en zichtbare veranderingen zijn.
11. Hij kan zeer ijverig zijn in zaken de godsdienst betreffende.
12. Hij kan veel zijn in het gebed.
13. Hij kan lijden voor Christus.
14. Hij kan geroepen wezen
van God. 15. Hij kan in zekere zin de Geest Gods hebben.
16. Hij kan een soort van geloof hebben.
17. Hij kan liefde hebben tot Gods volk.
18. Hij kan ver gaan in de geboden Gods te gehoor-
zamen. 19. Hij kan enigermate geheiligd zijn.
20. Hij kan alles doen aangaande de uiterlijke plichten wat een gelovige doen kan en nochtans niet meer dan een bijna Christen zijn.
We zouden hier de vraag kunnen stellen: „Wie kan dan zalig worden? " — maar zelfonderzoek is zo nodig. Het komt mij voor dat daar in onze tijd weinig aan wordt gedaan." De poort is eng en de weg nauw die tot het leven leidt en weinigen zijn er, die dezelve vinden". Dat legt ons de H. Schrift zo na aan het hart. En meen nu niet, dat de godvruchtige schrijver de weg afsnijdt of de ware christenen ontmoedigd. Hij wijst ook de weg aan om niet een bijna maar geheellijk een Christen te worden in die enige Borg en Middelaar die tot een rantsoen voor velen gegeven is. Troostvol is hij ook voor de bekommerden van hart, door de zwakgelovigen te bemoedigen en te versterken. Op klare wijze toont hij aan, dat er veel kan zijn dat niets is en weinig, dat alles is.
Wij bevelen dit boek zeer ter lezing aan, vooral ook voor onze jonge mensen. De schrik des Heeren mocht nog eens bewegen tot zaligheid. De prijs is ƒ 4.95 gebonden.
RONDKIJKER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1955
Daniel | 8 Pagina's