DE DIENST DER BARMHARTIGHEID
(10.)
Het spreekt vanzelf dat de diaconale-en de overheidsarmenzorg wel eens met elkander te maken hebben. En hier juist liggen de voetangels en klemmen; vooral in deze tegenwoordige tijd, met zijn steeds verder voortgaande socialisatie. Er schijnt een nieuwe Armenwet op de helling te staan en ik vrees, dat de gevaren dan nog meer zullen toenemen. In elk geval mogen de diaconieën dan wel dubbel op hun hoede zijn. „Maar mag een diaconie wel gelden van de Overheid aanvaarden? "
Ja, dat mag dan, wanneer de kerk het uiterste gedaan heeft en waarbij steeds deze lijn moet worden vastgehouden, dat eerst de familie moet helpen, daarna de diaconie en tenslotte de overheid. En de overheid moet dit dan altijd doen in overleg met de diaconie. Dit is Bijbels en de Armenwet stelt het ook zo.
Wanneer iemand dus regelrecht naar Sociale Zaken gaat om ondersteuning, dan mag deze Dienst niet helpen, maar moet de Dienst zo iemand verwijzen naar zijn Diaconie.
Zo behoort het althans te zijn.
't Is wel jammer, maar het komt nogal eens voor, dat men eerst, en blijkbaar liever, naar het gemeentehuis gaat, dan naar de diaconie. Men heeft liever van de Overheid, dan van de Diaconie.
't Is mij bekend, dat mensen naar de Sociale Dienst gingen om ondersteuning, doch toen zij daar te horen kregen, dat zij naar hun diaconie moesten gaan, het er bij lieten zitten. Met één van de diakenen te gaan praten, neen, daar voelde men niet voor.
Jaren geleden kwam er iemand hij mij of hij ook ƒ 30.— kon krijgen van dat geld, dat de burgerlijke gemeente voor een bepaald doel had beschikbaar gesteld. Nu had die goede man wel de klok horen luiden, maar hij wist niet waar de klepel hing; want die zaak zat wel even anders, dan hij vermoedde. Dus ging ik hem uitleggen aan welke voorwaarden hij moest voldoen om voor die gemeentelijke uitkering in aanmerking te komen. Daar hij aan die voorwaarden niet voldeed, zei ik hem, dat hij die ƒ 30.— wel van de Diaconie kon krijgen. Hierop kreeg ik prompt ten antwoord: „Ja, maar dan moet ik het niet hebben, want ik wil niet van de Diaconie trekken."
Uit de aard der liefde zullen we geloven, dat zulke mensen het mischien uit onwetendheid doen, hoewel het in wezen een miskennen van het door God ingestelde ambt is. De aanvrage om hulp moet bij de diakenen geschieden en of de diaconie daarbij dan de hulp van de overheid zal vragen, ligt aan de diakenen te beoordelen. Tegenwoordig komt het zo vaak voor, dat onze mensen naar een sociale werkster gaan en daar uitvoerig hun omstandigheden vertellen, 't Resultaat is tenslotte dat die juffrouw het dan wel eens met één van de diakenen zal bespreken. Waarom gaat men toch niet regelrecht naar de diakenen? Laat die sociale werksters er maar buiten, want zij kunnen toch niets doen, buiten de diakenen om.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1955
Daniel | 8 Pagina's