De apostel der Bataks
Het juk in zijn jeugd gedragen.
In een weekblad stond onlangs te lezen: „Er bestaan plannen om een Christelijke Universiteit op Sumatra te stichten. In Pcmantang Siantar heeft men beslag weten te leggen op een terrein van ongeveer 25 ha. Deze universiteit, die men naar de bekende „apostel der Bataks" de Nommensen-universiteit gaat noemen, zal voorlopig een theologische en een juridische faculteit omvatten.
De stichting van deze universiteit is mogelijk geworden door de offervaardigheid van de Batakse Christenen zelf en door hulp van buiten. Voor de outillage heeft men echter nog nodig een bedrag van plm. 1 millioen gulden."
Het zal misschien interessant zijn, iets meer van deze Nommensen te vernemen en over het volk, waaronder deze man heeft gewerkt. Als Nommensen de bijnaam van „apostel der Bataks" heelt gekregen, is dat wel een teken, hoe groot zijn invloed op Sumatra is geweest.
Evenals Nederland, heeft ook Duitsland zijn Wadden-eilanden; bij Rottum houden die eilanden niet op. Op één van deze Duitse Wadden-eilanden nu werd de zendeling geboren, waarnaar de universiteit zal worden genoemd. Zijn voornaam is Ludwig en al vroeg ondervindt het kind, dat hij in een gezin opgroeit, waar meestal armoe heerst. Vader Nommensen verdient niet veel als sluiswachter en als we in het eenvoudige huisje een kijkje nemen als het maal gereed gezet is, dan zien we veelal, dat het brood niet is gesmeerd; dat er vaak paardebonen worden gegeten en pap opgediend wordt van roggemeel. Eén keer per week komt cr vlees op tafel met aardappelen. Het is wel paardevlees, maar hoe heerlijk eten de ouders met hun kinderen. Dit bizondere gerecht kwam alleen op Zondag op tafel, dus kunnen we wel aannemen, dat er naar deze dag werd uitgezien. Zoals deze familie leefde, zo leefden ruim een eeuw geleden de meeste mensen in Duitsland en ook in ons land. Als we deze dingen horen, wat leven we dan in een weeldetijd! En wat worden de eisen al hoger en hoger gesteld, zodat er op de duur niets meer bevredigt!
In onze tijd zouden we zeggen: wat een ongelukkig leven hebben deze mensen toch gehad. Ja, dat denken we, maar het is heel anders. Bij al de weelde van nu is er bitter weinig tevredenheid; in de armoedetijd van vroeger was de dankbaarheid veel groter en er was veel meer tevredenheid onder de mensen. Nu weten we de grenzen niet meer. Maar genoeg hier over, want dan dwalen we af.
Het gezin Nommensen leefde in genoegen en, wat meer is, er werd gezocht naar het bestendige Goed. In het gezin werd trouw uit de Bijbel gelezen en er werd getracht ernaar te leven.
liet spreekt vanzelf dat Ludwig, zo gauw het maar enigszins kon, moest werken om iets te verdienen. Op zevenjarige leeftijd moet Ludwig al ganzen gaan hoeden. Van leren kon er zodoende niet veel komen. Wat heeft onze jeugd dan
onnoemelijk veel voorrechten! Worden die op rechte prijs gesteld?
Als hij veertien is, wordt hij overreden door een wagen. Allebei zijn benen zijn zwaar gekneusd. Dadelijk moet de dokter komen, maar ach, er is geen dokter op het Waddeneiland. Vader en moeder moeten zelf maar voor dokter spelen, totdat cr eindelijk eens een geneesheer van het vasteland komt opdagen. De wonden worden nu wat beter verbonden en het voorschrift is: rust op bed. De ene week na de andere gaat voorbij en Ludwig verveelt zich erg. Hij kan niets anders doen dan lezen, maar er zijn geen boeken in huis. Neen, geen boeken, maar wel het beste boek, dat er bestaat: de Bijbel!
Trouw leest de jongen in de Bijbel. Op zekere dag wordt
zijn moeder geroepen. „Moeder, is het heus waar wat hier staat? " „Wat staat er, 11111 jongen? "
„Alles wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik u geven." „Dat is zeker waar, " antwoordt de moeder. „Alles wat in de Bijbel staat is waar. Het is het Woord van God! Over deze woorden denkt Ludwig veel na; hij kan het niet meer kwijt raken. Nu zal hij de Heere bidden om herstel. De Heere zal Zijn Woord toch waar maken. Ilij houdt aan in het gebed. En. . . . hij doet er een belofte bij: Als ik beter mag worden, dan zal ik naar de heidenen gaan om over u te vertellen.
En hoe was de uitkomst? De genezing kwam! En de belofte? Ja, daaraan denkt Ludwig voortdurend, maar wat hij de Ileere heeft beloofd, kan hij niet vervullen. Hij moet hard werken voor het dagelijkse brood, want vader wordt ziek en nu moet hij er zeker op uit. Enige tijd later sterft vader Nommensen en 1111 is hij kostwinner voor zijn moeder. Zo gaat zijn leven verder tot hij twintig jaar is. Er kunnen nu ook andere kinderen gaan verdienen en dan kan hij ïnet een gerust hart naar de heidenwereld gaan. Zijn moeder zal nu wel genoeg inkomen hebben. Ilij koopt een Bijbel, een psalmboek en een catechismus. Meer zal hij voorlopig niet nodig hebben, denkt hij. Maar hoe moet hij bij de heidenen komen? Dat is ook niet zo moeilijk, want hij zal zich verhuren als matroos op een schip, dat naar Indië of daar ergens zal varen. Als hij zich echter gaat aanmelden als matroos, dan komt de grote teleurstelling. „We hebben geen matrozen nodig; we kunnen je niet gebruiken!" klinkt het hem tegen.
Hoe gelukkig is het voor Ludwig, dat hij heeft geleerd 0111 geduldig te zijn. Die gewonde benen waren nuttig voor hem geweest, want nu heeft hij op zijn ziekbed geduld leren oefenen.
Allerlei werk pakt hij aan, totdat hij op de duur als hulponderwijzer voor de klas staat. Dat is wel een beetje anders dan in de heiden wereld van de Ileere te vertellen! Die gelooft zal evenwel niet haasten. Zendeling zal hij worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 augustus 1955
Daniel | 8 Pagina's