VRAGENBUS
Correspondentie voor deze rubriek aan: T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam Zuid
M. G. V. II. te D. schrijft: In Markus 16 : 12 lezen we, dat de Heere Jezus verscheen aan twee van hen, daar zij wandelden en in het veld gingen. Matthew Henry verklaart dat dit de Emmaüsgangers waren. Maar hoe kan dit, daar Markus schrijft, dat die twee toen zij het boodschapten door de anderen niet geloofd werden (zie Markus 16 : 13) en Lukas schrijft, dat de terugkerende Emmaüsgangers werden begroet met dc woorden: De Heere is waarlijk opgestaan en is van Simon gezien."
Antwoord: Dat de twee, die in het veld gingen, de Emmaüsgangers zijn geweest, is buiten twijfel. Behalve dat verschillende Bijbelverklaarders het zeggen is het ook de mening van de Statenvertalers. Het hele verband in Markus wijst er op.
Hoe nu de mogelijkheid op te lossen met dc uitspraak in Lukas 24?
Ts de uitdrukking: „De Heere is waarlijk opgestaan" het bewijs, dat allen het geloofd hebben? Ik geloof het niet. Vers 14 van Markus 16 geeft ons de oplossing. Daar toch lezen we: „Daarna is hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten (waar zij bijeen zaten), en verweet hun hun ongelovigheid en hardheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat hij opgestaan was."
Dat verwijt betrof niet Johannes, want van hem lezen we in Johannes 20 : 8: Toen ging dan ook de andere discipel daar in, die het eerst tot het graf gekomen was, en zag het en geloofde." Vele anderen hebben het niet kunnen geloven, om dat hun de zaak te groot was. De blijde uitroep: De Heere is waarlijk opgestaan" is dus gedaan door hen, die het wel geloofden en dat waren zeker Johannes en anderen, die met de elven vergaderd waren. Zie Lukas 24 : 33. Wellicht zijn dat geweest de vrouwen, aan wie de Ileere Jezus Zich ook had geopenbaard.
Fam. K. te II.; vraagt wat men moet doen met de oude of versleten Bijbels.
Antwoord: Ik kan mij voorstellen, dat deze vraag gedaan wordt. De Bijbel is Gods Woord en als we hoogachting en liefde hebben tot dat Woord is het te begrijpen, dat we tot zulke vraag komen. Verbranden? Dat is ook zo wat. Dat doet denken aan de tijd van de vervolging, toen de Bijbels verbrand werden. Met dc vuilnisman meegeven! Dus naar de mesthoop? Dat bevredigt ook al niet. Maar wat dan?
Ik heb eens een beperkte enquette ingesteld en aan verschillende mensen de vraag voorgelegd. De antwoorden verschillen nog al wat. De één zei: „Inpakken en langs dc dijk leggen: „Een ander: „Geven aan mensen, die helemaal geen Bijbel hebben." Sommigen vonden het beter de losse blaadjes maar hier en daar neer te werpen bij wijze van evangelisatie. Zo waren er verschillende me-
ningen. Voor verbranden voelde niemand wat.
Als u met het probleem zit en u weet werkelijk niet wat u moet doen, dan zou ik zeggen bewaar hem dan maar. Er wordt zo veel in het huisarchief weggelegd, clat de versleten Bijbel daar ook nog wel een plaatsje kan vinden.
P. D. te M. schrijft mij een lange brief en heeft bezwaar tegen een uitdrukking van een onzer dominees. Het gaat over cle positie van de vrouw onder het Oude Testament en onder het N. Testament. Antivoord: akobus zegt in het derde hoofdstuk van zijn brief: Indien iemand in woorden niet struikelt, clie is een volmaakt man, machtig om ook zijn hele lichaam in dc toom te houden." Over dit éne woordje praten we niet. Ik kom nu tot de zaak. Reeds in het Oude Testament wordt ons de gelijkwaardigheid van de vrouw met de man geleerd. Volgens Gen. 1 : 2 zijn man en vrouw naar Gods beeld geschapen; ze zijn de zelfde menselijke natuur deelachtig. Onder Israël was cle positie van de vrouw een hogere dan bij de heidenen. Kenden sommige volken alleen het vaderlijk gezag, het vijfde gebod verplicht de kinderen ook tot gehoorzaamheid aan de moeder. In Lev. 19 : 3 wordt zelfs eerst de moeder en daarna de vader genoemd. In het Nieuwe Testament komt nog duidelijker uit dat de vrouw geen minderwaardig wezen is, en dat de man de vrouw niet als slavin behandelen mag, maar dat hij haar moet eren en liefhebben.
Echter leert ons Gen. 2 ook de ongelijkheid, want de vrouw wordt uit en om de man hem ter hulp geschapen. Deze ongelijkheid is tengevolge van de val verscherpt.
Bij de heidenen heerste allerwege de gedachte, dat de vrouw geen subject van rechten is maar haar natuurlijke bescherming heeft in haar vader of oudere broeder of man. In Israël was dit heel anders. In het leven van Sara, Rebekka e.d. vrouwen bespeuren we geen slaafse onderdanigheid. In Spreuken 30 wordt de vrouw hoog gewaardeerd.
De vrouwen mochten deelnmen aan cle openbare gebeden, cle feesten en offermaaltijden. Ze mochten tegenwoordig zijn bij de voorlezing van de wet en de hoge feesten te Jeruzalem meevieren.
Toch is, ook naar het Nieuwe Testament cle vrouw verplicht tot gehoorzaamheid aan de man en strekt het gezag van de man zich ook uit over de vrouw. In 1 Corinthe 11 : 7—9 wordt uitdrukkelijk gezegd, dat de man daarin boven de vrouw verheven is, omdat hij de heerlijkheid Gods is, d.w.z. dat hij in het gezin de heerschappij uitoefent en cle stand in het maatschappelijk leven bepaalt.
Over het algemeen wil het moderne denken van deze onderdanigheid der vrouw niet meer weten. Het eist almeer voor de vrouw precies dezelfde rechten op als voor cle man. De Christelijke kerk dient de plicht van de onderdanigheid van cle vrouw tegenover de moderne theorieën te prediken, allereerst op grond van Gods Woord maar ook met een beroep op het feit, dat man en vrouw én geestelijk én lichamelijk onderscheiden zijn. Het huwelijk wordt er waarlijk niet gelukkiger op, als de vrouw weigert onderdanig te zijn.
Kort samengevat kunnen we zeggen, dat én in het Ouclc Testament én in het Nieuwe Testament de vrouw een plaats had en heeft overeenkomstig scheppingsordinantie.
Toe te juichen is zonder twijfel cle ontwikkeling van de vrouw naar haar aard. Wil de vrouw anders, dan bedenke zij, dat cle ordinantie Gods niet straffeloos vertreden mag worden en clat de ingeschapen natuur der vrouw niet straffeloos geweld mag worden aangedaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1955
Daniel | 8 Pagina's