het oosterse landschap
STEDEN IN JUDEA. I.
Verreweg de meest bekende zijn Hebron, Bethlehem en Jeruzalem in dit gebied.
Hebron ligt in een dal en werd gebouwd in 1697 voor Chr. Dit is af te leiden uit Num. 13 : 22: ....Hebron nu was zeven jaren gebouwd vóór Zoan in Egypte." Vlakbij, aan de overzijde van het dal kocht Abraham de spelonk van Machpela. Thans is over deze grafspelonk een moskee gebouwd, zoals op zovele oude, zeer bekende Bijbelplaatsen. Bethlehem: n de nabijheid verloor jacob zijn geliefde Rachel. Ruth trouwde er met Boaz. David werd er geboren. En wie kent niet: En gij, Bethlehem Efrata, zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël en Wiens uitgangen zijn van ouds van de dagen der eeuwigheid." (Micha 5 : 1).
Het stadje was prachtig gelegen op een vrij brede bergketen 700 a 800 m. hoog. Daar deze keten naar het oosten tamelijk steil afloopt, heeft men naar die kant een vrij uitzicht. Toen Ruth Bethlehem uit ging om aren te lezen op de akker van Boaz, moet zij in de verte Laar geboorteland Moab hebben kunnen zien. In 1945 telde het stadje 7000 inwoners, maar waarschijnlijk was het vroeger veel kleiner. In de grijze oudheid droeg het de naam Beth-Lachama — huis, dat is tempel van de godin Lachama. „Bethlehem, eerst dus de stad van een heidense tempel, toen de stad van David en zijn helden, en eindelijk de stad der kribbe: voorwaar een opgang, waarop geen tweede stad in de ganse wereld kan bogen." (de Groot).
Heden ten dage staat er in Bethlehem op de plaats, waar de Heere Jezus zou zijn geboren, een kerk, de z.g. geboorte-Kerk. Op de bodem daarvan is een zilveren ster aangebracht met daaromheen de woorden: „Hic de Virgine Maria Je-
sus Christus uatus est." (= Hier is Jezus Christus uit de maagd Maria geboren.") Jaarlijks brengen duizenden pelgrims een bezoek aan deze — roomse — plaats. Deze kerk is niet de eerste, die op deze plek gebouwd werd. Die werd er neergezet, door Keizerin Helena, de moeder van Constantijn de Grote. Want zij had zich voorgenomen een kerk te stichten op de plaats, waar Christus geboren was. En dat heeft zij gedaan. Boven de plaats verrees een prachtige basiliek, die haar zoon, volgens Eusebius, met vele koninklijke wijgeschenken, gouden en zilveren kleinodiën versierde. Deze basiliek is verwoest en herbouwd.
Nu rijst de vraag: Kunnen wij er nu zeker van zijn, dat deze kerk op de juiste plaats staat? Is daar werkelijk de Zone Gods geboren? We zullen trachten haar te beantwoorden.
Ongetwijfeld moet 11a de Kerstnacht in Bethlehem de traditie bestaan hebben, die de juiste ligging van de stal precies wist aan te geven. De herders maakten het immers alom bekend. Men kan dan ook veilig aannemen, dat er in het stadje van het begin onzer jaartelling af tot 69 na Chr. in bepaalde kringen niet de minste onzekerheid heerste over de plaats, waar Jezus geboren was. De ene generatie leverde het over aan de volgende. Maar of die overlevering rechtlijnig zo doorgegaan is, moet sterk betwijfeld worden. Daarvoor zijn te veel stormen over Bethlehem gegaan.
In de eerste Joodse oorlog tegen de Romeinen, waarin Jeruzalem werd ingenomen in 70 na Chr., ons uitvoerig beschreven door Josephus, lag Bethlehem in het brandpunt van de strijd. Toen zijn de Christenen naar Pella in het Overjordaanse gevlucht, gedachtig aan het woord: Dat alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen." (Matth. 24 : 16.) Niet één is er achtergebleven, ook in Bethlehem niet. Behalve Jeruzalem werd ook Bethlehem verwoest door de Romeinen. Later werd Bethlehem herbouwd, maar volgens Epiphanius zijn de meeste Christenen niet naar Judea teruggekeerd. Of er dus onder de nieuwe bewoners van Bethlehem Christenen geweest zijn. weten wij niet.
Later brak onder Bar-Kochba weer een geweldige opstand tegen de Romeinen los. Jeruzalem werd in 135 na Chr. opnieuw grondig door de Romeinen verwoest en daar Bethlehem als 't ware onder de rook van Jeruzalem lag, onderging het hetzelfde lot. Op de puinhopen van de hoofdstad werd het nieuwe Aelia Capitolina gebouwd, dat door
geen besnedene betreden mocht worden. Volgens Tertnllianus gold dit verbod ook voor de omgeving. De onzedelijke dienst van Adonis werd officieel in Aelia Capitolina, evenals in de steden en dorpen van de omgeving, ingevoerd. Zeker ook in Bethlehem. Dit weten wij uit een brief van Hiëronymus, die het laatste gedeelte van zijn leven daar als kluizenaar gesleten heeft.
Nu zijn er twee mogelijkheden:
le De historisch betrouwbare traditie, die reeds vanaf de Kerstnacht dateerde, was zo taai, dat zij de catastrophe van 70 en 135 na Chr. overleefde.
2e De oorspronkelijke historisch betrouwbare traditie overleefd de catastrophes niet; zij stierf. De dragers er van trokken weg of kwamen om.
De eerste mogelijkheid is zeer, zeer onwaarschijnlijk. Dat zal uit het bovenstaande wel duidelijk zijn.
Blijft dus over de tweede mogelijkheid. Daarbij moet men bedenken, dat Bethlehem door de inrichting van de Adonisdienst een heidense stad werd. En wij weten niet, hoe lang deze dienst zich in Judea heeft weten te handhaven.
Waarschijnlijk heeft zich in Bethlehem voorgedaan, wat zich later in de geschiedenis dikwijls herhaald heeft: Men stempelde een oorspronkelijk Heidense eültus-plaats. (Adonis) om en gaf deze een Christelijk karakter. Men bereikte er tweeërlei doel mee: Men gaf de aanhangers van de verdwijnende Adonisdienst als het ware geestelijk een trap achterna, want was het niet meer dan infaam de „heilige grond", waarop Christus geboren was, te ontwijken door hun zedeloze practijken? En in de tweede plaats had men nu iets om aan de bezoekers te tonen, want volgens Origenes en Hiëronymus begonnen reeds tussen 200 en 300 na Chr. pelgrims in steeds groter getal naar Jeruzalem te komen. En natuurlijk wilden deze ook de plaats zien, waar Christus geboren was. Men krijgt dan te doen met wat we noemen de scheppende kracht der behoefte. Deze scheppende kracht der behoefte, de pelgrims toch iets te laten zien, kan er tegen het einde van de tweede eeuw na Chr. ook in Bethlehem aan meegewerkt hebben, dat men in aansluiting aan de veldwinnende mening, dat Christus in een grot geboren moest zijn — wat tussen twee haakjes niet Bijbels is — het ondergrondse tempeltje van Adonis als Zijn geboorteplaats aanwees.
In dat geval is uit het graf der oude een nieuwe traditie geboren, waarvan geldt, dat zij kwam, zag en overwon. Want zij was ten tijde van Origenes' bezoek aan Bethlehem (t 240 na Chr.) reeds algemeen gangbaar. De grot was toen als stal ingericht, waarin de kribbe stond, waarvan men verzekerde, dat Christus er in gelegen had. Maar dan moet zij 250 jaar oud geweest zijn en dat is met de hierbovengeschetste verwoestingen niet mogelijk.
Conclusie: Tot 69 na Chr. mag men in Bethlehem het bestaan van een historisch betrouwbare traditie aannemen, doch na de Joodse oorlog verliest haar spoor zich in het duister. Wij moeten dus besluiten, dat er niet de minste zekerheid bestaat omtrent de plaats, waaide stal in Bethlehem lag.
De grote hoofdzaak blijft voor een ieder onzer, of Christus in ons hart geboren is. Dan zullen we ons over het andere niet druk meer maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 1955
Daniel | 8 Pagina's