brieven uit amerika
Waarde vriend,
In mijn laatste brief beloofde ik U te schrijven, hoe het mij verging, toen ik Nederland verliet en koers naar New York zette, Mijn gevoelens van die dagen laten zich echter zo moeilijk onder woorden brengen. Ik dacht soms of ik verbannen was, want het gescheiden worden van broer en zusters, vrienden en gemeenten, van alles, wat je bekend en dierbaar geworden is erl het tegemoet reizen van een je volslagen onbekende toekomst, doet je denken alsof je van allen verlaten zijt. Met is net als een schip, dat van zijn ankers losgeslagen is en dat nu hulpeloos rondzwalkt. Toch was er één ding, dat mij tot sterkte was. Ik wist mijn eigen weg niet te gaan. O, wat is dat toch een voorrecht, wanneer wij in de beproevingen, die over ons komen toch zeggen mogen: Heere, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik mijn eigen weg niet koos, maar dat Gij mij daartoe inwon en overwon. Wanneer deze sterkte door mij niet ervaren was, gewis ik had gedacht te zullen bezwijken. Maar dan geeft de Heere ook kracht en moed. Die twaalf dagen op een stormachtige zee waren spoedig voorbij en wij hebben op zee ook aangename ogenblikken doorleefd, toen in aan boord belegde samenkomsten bleek, dat de Ileere Zijn heilige, algemene, Christelijke kerk in stand houdt en Zich Zijn volk vergadert uit alle volken en talen en natiën. Ik meen daarover al eens eerder aan U geschreven te hebben, zodat ik daar nu niet verder over schrijven zal. Toen op de morgen van de 4e Februari eindelijk de Oost-kust van de Verenigde Staten van Amerika opdoemde, was er een stille erkentenis van de Heere in ons hart, die ons veilig geleid had over de roerige wateren en ons in veiligheid tot de plaats van onze bestemming leidde. Wij waren dan eindelijk in Amerika aangekomen. Een veelheid van indrukken van het leven van de nieuwe wereld maakt je oordeel die eerste tijden onzuiver. Men kan zulke eerste weken en maanden geen betrouwbaar oordeel vellen, want men moet er eerst een poosje zijn, alvorens men alles verwerkt heeft en de dingen werkelijk op hun juiste waarde schatten kan. Na eerst nog enkele dagen in de gemeenten van het Oosten vertoefd te hebben werd de voortzetting van de reis ondernomen, om de uiteindelijke plaats van onze bestemming te bereiken. Wij gingen met de trein en kwamen na een veertig uren sporen en een autoreis van drie uren in het kleine plaatsje Corsica in de staat van South-Dakota. Allerhartelijkst zijn wij daar ontvangen en men deed alles, wat mogelijk was om het mijn moeder en mij zo aangenaam mogelijk te maken. Toen ook de bevestiging en intrede voorbij waren, konden wij zeggen, dat de Heere Zijn Woord bevestigd en ons naar Zijn toezegging niet had beschaamd. Eindelijk waren wij er en onze arbeid kon een aanvang nemen. Ik heb, waarde vriend, dit even als een korte inleiding beschreven om nu eerst U iets te vertellen over mijn eigen gemeente, de omgeving waar ik vertoef, de omstandigheden, waaronder men werkt, om dan over te gaan tot het schetsen van verschillende toestanden op kerkelijk en maatschappelijk gebied, die U naar ik hoop zullen interesseren.
South-Dakota is een nog betrekkelijk jonge staat. Zoals gij weet bestaat Amerika eigenlijk uit een bond van Staten. Deze staten vormen samen een federatie. Deze federatie heeft een gouvernement, dat genoemd wordt „the federal government" (de federale regering). Deze landsregering moet wel onderscheiden worden van „the state government" (d.i. de regering van de staat.) Elke staat is namelijk ook een zelfstandigheid met een eigen gekozen regering, met eigen wetten en bepalingen en een eigen belastinggebied. Deze staten hebben een grote mate van zelfstandigheid, die ge in het geheel niet vergelijken kunt met de Nederlandse verhoudingen van de regering van het land ten opzichte van de besturing van de provincies. Deze staten verhouding is een gevolg van
de wijze, waarop Amerika eerst gekoloniseerd is. Toen de eerste, voornamelijk Engelse, kolonisten zich in Amerika hebben gevestigd deden zij dit met toestemming van de Engelse koning, die zij ook als hun souvereine overheid bleven erkennen. Deze koning gaf de verschillende groepen kolonisten eigen wetten en bepalingen en onderscheiden gebied, zodat de ene groep kolonisten zich vrij voelde van de andere groepen. Deze groepsgewijze kolonisatie, waarbij de ene groep zich niet inlaat met de levenswijze van de andere heeft de eerste grondslagen gelegd voor de huidige staatkundige indeling van de Verenigde Staten van Amerika. Na de onafhankelijkheidsoorlog hebben de toenmalige staten wel een federatie met elkander aangegaan, maar in hun staatkundige indeling de vrijheid van de verschillende staten niet aangetast, maar die laten voortbestaan. Toen na voortgaande kolonisatie van het grote continent steeds grotere gebieden bevolkt werden, die aanvankelijk onder het bestuur van het federale gouvernement stonden, ging men over tot de vorming van nieuwe staten. Zo ook ontstond de staat, die nu de naam van Zuid-Dakota draagt. Pas in het jaar 1859 vestigde zich in deze staat de eerste blanken. Deze vestiging en de daarmede verband houdende schending van een verdrag, dat men met de in die staat levende Indanen was aangegaan leidde tot een oorlog tussen de Indianen en de blanken. In deze oorlog waar vele bloedige taferelen zijn afgespeeld en waarbij vele Amerikanen en vele Indianen het leven verloren, omdat er van beide zijden met grote bitterheid werd gestreden, hebben toch de Indianen een overwinning behaald. In de Amerikaanse geschiedenisboekjes staat deze oorlog aangegeven als de enige oorlog, die Amerika tot dusver verloren heeft. De Amerikaanse troepen werden volkomen vernietigd bij de slag bij het „Little Big Horn" gebergte. Daarom werd opnieuw een verdrag met de Indianen aangegaan, waarbij met hun omstandigheden rekening gehouden werd. Na dit verdrag echter stroomde het tegenwoordige Zuid Dakota vol.
Duizenden immigranten, vooral Duitsers en Noren vestigden zich hier. Zodoende werd in 1889 aan Zuid Dakota het recht gegeven een staat te vormen, die als 29e tot de Unie werd toegelaten. Ge moet echter niet denken, al hebben zich hier duizenden gevestigd, dat daarmede dit een dichtbevolkte staat geworden is. Deze staat die 6 maal zo groot als Nederland is telt echter maar 652.000 inwoners, zodat het heel wat dunner bevolkt is, dan Nederland, waar op een gebied dat slechts een zesde van de oppervlakte van Zuid-Dakota omvat 10.5 millioen inwoners leven. Deze staat is dus van betrekkelijk jonge datum, daar er heel wat mensen hier wonen, die nog weten van een toestand, waarbij nog geen Zuid-Dakota bestond en toen deze nu zo vruchtbare vlakten bevolkt werd door rondtrekkende Indianen en zwervende buffel-kudden. Het is dan ook vanzelfsprekend, dat in deze staat vele dingen zich nog bevinden in een toestand, waar gij in Nederland U eenvoudig geen denkbeeld van vormen kunt. Wij hopen U ter zijner tijd, daarvan nog wel eens enkele voorbeelden van te kunnen geven.
Zo'n staat nu is weer verdeeld in kleine onderafdelingen. Zulke afdelingen noemt men „county's", wat eigenlijk graafschappen betekent. Er zijn in onze staat hier 68 van zulke counties, die een omvang van een Nederlandse provincie hebben. Zo'n „county" heeft zijn eigen rechtbank en ook een eigen bestuur. In de hoofdstad van de county, de countyseat genaamd wordt, staat het countyhouse, waar de rechtbank zetelt, waar de bevolkingsboekhouding wordt bijgehouden en alle mogelijke andere dingen zijn, die in Nederland meestal in een gemeentehuis te vinden zijn. De county waar Corsica in ligt is de Douglas-countv. En in het midden van deze county ongeveer ligt een plaatsje, dat in de komende Augustus maand hoopt te herdenken, dat het 50 jaar bestaat. Dit ongeveer 500 inwoners tellende plaatsje is dan de plaats, waar ik tegenwoordig woon. Een plaatsje, dat wij in Nederland onder de gehuchten zouden rekenen of met de bijbelse naam van „vlek" zouden aanduiden. Eén klein plaatsje geheel ingericht op de er omheen wonende farmers en dat toch in zijn soort een liefelijk plaatsje is. U over de bewoners van (leze plaats iets te vertellen, waarde vriend, is mij een heel groot genoegen, want mijn dagelijks leven is hier temidden van deze vriendelijke bevolking, die bijna in haar geheel van Nederlandse oorsprong is. Laat ik echter nu mijn brief afbreken en een volgende keer U iets vertellen over de oorzaak van deze Nederlandse vestiging in het wijde Zuid-Dakota en over de oorzaak van het ontstaan van onze kleine gemeente hier. Met hartelijke groeten,
Uw vriend A. VERGUNST.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 1955
Daniel | 8 Pagina's