VRAGENBUS
f Correspondentie voor deze rubriek aan: T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam Zuid : \
V J C. J. te Kr. vraagt: Hoe komt men aan het zgn. „Hugenotenkruis"? Wat is oorsprong, symboliek? Gebruikt men het tegenwoordig niet ter ondersteuning van financieel minder draagkrachtige kerkgroepen in streken waar haast alle mensen behoren tot de Roomse kerk?
Antwoord. Het Hugenotenkruis is afkomstig uit de streek tussen de Cevennen en de Middellandse Zee, in de buurt van Montpellier, waar het ontstond uit de combinatie van twee zeer bekende motieven uit de Franse siersmeedkunst: het omlaag vliegende duifje en het Maltezer kruis. Hoe de Franse Protestanten er toe gekomen zijn het Hugenotenkruis te gaan dragen ligt in het duister.
Het Maltezer kruis, dat er in verwerkt is, was een algemeen erkend zinnebeeld. De acht punten ervan werden beschouwd als een symbool van de acht zaligsprekingen. De hanger onderaan komt in twee vormen voor. De oudste heeft een afbeelding van de oliefles, waarin de zalfolie bewaard werd, waarmede de Franse koningen werden gezalfd. Later heeft me» de ampul meest vervangen door de duif, als zinnebeeld van de Heilige Geest. Dit duifje werd soms versierd met vijf edelstenen, respectievelijk op de staart, de kop, het lichaam en de beide vleugels.
Het dragen van het kruis was bij de Franse Hugenoten zeer in zwang. Men vertelt, dat een in de gevangenis opgesloten Protestantse vrouw aan een in de gracht staand familielid een pakje overreikte met een Psalmboek en haar Hugenotenkruis. Hieruit blijkt, dat het dragen van het Hugenotenkruis niet alleen was een herkenningsteken, maar ook en vooral als een getuigenis.
Dat blijkt nog wel uit het volgende: Toen in de jaren na 1685 (opheffing van het edict van Nantes) verscheidene Hugenoten tot de Roomse kerk terugkeerden, werd als eis gesteld, dat zij dat kruis nooit meer zouden dragen. In 1739 eiste een bisschop, dat van hun geloo'f afgevallen Protestanten een bewijs toonden, dat zij hun Hugenotenkruis hadden ingeleverd. Bij huwelijksbevestigingen moesten de nieuwe bekeerlingen zelfs een kwitantie tonen van de goudsmid, aan wie zij hun Hugenotenkruis hadden verkocht. Deze berichten doen denken aan de tijd der vervolging in de oude christelijke kerk, toen van de christenen geëist werd een bewijs, dat zij geofferd hadden voor het beeld van de Keizer of hun heilige boeken hadden ingeleverd.
Wat het laatste gedeelte van de vraag betreft, moet ik tot mijn spijt meedelen, dat ik het antwoord moet schuldig blijven, aangezien ik er niets over kan vin-, den. Ik heb me afgevraagd of U gedacht heeft aan de Maltezer ridders, die tot een orde behoorden, die zich vooral op het gebied der liefdadigheid verdienstelijk heeft gemaakt. Echter, dat was een Roomse orde, waar al wat Hugenoot was niets mee te maken had.
Nu nog een enkele opmerking. In de Middeleeuwen en ook later werden, ja zelfs tegenwoordig worden nog door sommigen aan het kruisteken geheime krachten toegeschreven. Door velen werd het als een soort amulet beschouwd en als een middel om de boze geesten af te weren. In Roomse landen ziet men kruisen opgericht tot bescherming van het land en het veldgewas. In vele delen van ons land vindt men herhaaldelijk aan de gevels van huizen en staldeuren of in daken der huizen dezer gebouwen als afweermiddel tegen ziekte en kwaad.
Hoewel ook de Luthersen het kruisteken behouden hebben, hebben de Protestanten alle bijgelovig gebruik van dit teken verworpen. En wij, leden van de Geref. Gemeenten kunnen evenmin mee met cfie eigenwillige godsverering. De Gereformeerden, die naar de eis van Gods Woord (tweede gebod) de beelden in de kerken veroordeelden hebben ook het kruisteken afgekeurd, als een inzetting der mensen, die tot allerlei bijgelovigheid leidt en die wij niet volgen mogen als wij God willen aanbidden in geest en in waarheid.
Naar aanleiding van de vraag in „Daniël" van 15 April 1.1. die aldus luidde: Wat is de reden, dat in de kanttekening der Statenvertaling staat geschreven, dat Jozefs gebalsemd lichaam 155 jaar later werd meegevoerd naar Kanaan, terwijl men in Dachsel leest: Totdat zij 144 jaar later hem meenamen, kreeg ik van de heer A. L. te W. het volgende schrijven, waarvoor ik hem bij dezen hartelijk dank zeg.
Ik heb het werkje opgeslagen van G. Menken, waarin vermeld staat onder de cronologie der Heilige Schrift:
Jacob geboren 2168 jaar na de schepping Overleden 2315 jaar na de schepping Jozef geleefd na Jacobs dood 54
dus overleden 2369 jaar na de schepping Uittocht uit E. 2523 jaar na de schepping Dit verschil is de 154 jaar na Jozefs dood, wat dus overeenkomt met de Kanttekening.
Dat Jozef 54 jaar na zijn vader gestorven is, las ik in de „Kleine Bijbelse Geschiedenis door J. C. de Koning. De Kanttekening vermeldt bij Gen. 37 : 3, dat Jacob 91 jaar was bij de geboorte van Jozef. Dus dan wordt het:2168 + 91 + 110 = 2369. Dit is weer dezelfde uitkomst als boven genoemd."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1955
Daniel | 8 Pagina's