DE DIENST DER BARMHARTIGHEID
(6).
Het tweede deel van de taak der diakenen is het uitdelen der gaven. Voorwaar geen gemakkelijke taak, want er zijn mensen, die zich armer voordoen dan ze in werkelijkheid zijn en anderen daarentegen lijden soms armoede in stilte, zonder daarvan iets te laten merken. Tegenwoordig hoort men wel eens de vraag stellen:
„Zijn er dan 1111 nog arme mensen? " Vroeger toen de lonen nog niet zo hoog waren, werd er in veel arbeidersgezinnen vaak armoede geleden. Vooral als men dan nog met veel ziekten te kampen had. Maar tegenwoordig zijn de lonen beter; in de meeste arbeidersgezinnen krijgt men kinderbijslag en doordat men verplicht verzekerd is, betalen de fondsen in geval van ziekten, zo niet alles, dan toch wel het grootste deel. Vandaar de vraag: „Zijn er nu nog arme mensen? " Ja, die zijn er inderdaad; maar we moeten ze zoeken in gezinnen, waarvan men het vaak niet verwacht. Eén groep, waarop ik b.v. de aandacht zou willen vestigen, zijn de ouden van dagen. Onder hen zijn er velen, die van een klein pensioentje moeten leven. Dit is vooral aan het licht gekomen toen enkele jaren geleden van regeringswege in 19 gemeenten in Zuid-Holland een onderzoek werd ingesteld naar de levensomstandigheden van de ouden van dagen. Ondergetekende heeft toen ook aan dat onderzoek meegewerkt. Enkele maanden geleden verscheen er over dat onderzoek een uitvoerig verslag. Als men dat verslag leest, wrijft men zich af en toe wel eens de ogen uit, dat er nog zulke toestanden heersen in onze 20e eeuw. Na het noemen van veel voorbeelden uit verschillende plaatsen komt men tenslotte tot deze conclusie: „Nog altijd vormt het grootste deel van deze groep (bejaarden boven de 65) een economisch uiterst zwakke categorie, levend op de rand van armoede en gebrek".
Enkele voorbeelden wil ik u noemen, waarbij ik de plaatsnaam zal weglaten. Een man van 72 jaar heeft de zorg voor een imbeciel kind, een volwassen zoon reeds. Deze moet hij dagelijks behandelen, daar betreffende steeds onzindelijk is. Een weduwe van 80 jaar heeft de zorg voor een achterlijke dochter. Haar uitkering is niet toereikend, zodat zij bittere armoede lijdt. Een vrouw van 78 jaar is gebrekkig en haar man wordt te oud om nog alles zelf te doen en een werkster gaat boven hun financiële draagkracht, maar is toch onmisbaar. Een man van 93 jaar kan niet meer voor zichzelf zorgen. Hij heeft 9 kinderen, die op een paar na, hoegenaamd niet meer naar hem omkijken. Een man van 87 jaar is bijna blind en woont met een zoon samen. Af en toe knappen zijn dochters de boel een beetje op. Voor het eten wordt ook slecht gezorgd, evenals voor kleren en wasgoed.
Laat ik maar niet meer voorbeelden noemen. En wat zeggen ons nu deze dingen? Vooreerst dat er gevallen zijn, waarbij de kinderen schromelijk hun plicht verzaken en hun ouders onder zulke omstandigheden laten voorttobben. Het vijfde gebod leert ons toch wel anders! Al is het soms wel eens moeilijk zulke oudjes uit hun omgeving weg te halen, toch is het een voorrecht dat onze gemeenten drie tehuizen voor ouden van dagen hebben te Rotterdam, Middelburg en Ierseke, waarin zulke mensen kunnen worden ondergebracht.
„Diaconos".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1955
Daniel | 8 Pagina's