JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Verkiezing en  verwerping

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verkiezing en verwerping

4 minuten leestijd

(13)

Doel der verkiezing

Nog één vraag dringt zich aan ons op bij de behandeling van het stuk der uitverkiezing, en daarmede beëindigen we dan de reeks, die aan de besluiten Gods werd gewijd. Deze laatste vraagt luidt: „Waartoe heeft God uitverkoren? " Met andere woorden: Welk doel heeft God gehad met de uitverkiezing?

We stipten daarvan reeds iets aan bij de behandeling van de vorige vraag, maar hier komt ze meer in het bijzonder ter sprake. Reeds zeiden we, dat het niet in de eerste plaats gaat om de mens, maar om God-zelf. Hij heeft uitverkoren tot Zijn eigen glorie en heerlijkheid. Tot de volmaking van Zijn geestelijke Tempel van Zijn eeuwig Koninkrijk.

gen tot hun hemelse Koning, wordt er Allen, die ter zaligheid uitverkoren zijn, zijn dat, opdat zij eeuwiglijk God zullen dienen en gehoorzamen; zij zijn het om eeuwiglijk Gods getrouwe dienstknechtten en dienstmaagden te zijn. Want wel is de verhouding van God tot Zijn volk dezelfde als van de Vader tot Zijn kind; doch dit ziet slechts op de tedere zorg en liefde, die God aan de Zijnen ten koste legt. Zodra echter de Schrift spreekt van de verplichting der gelovisteeds wag gemaakt van de verhouding van Heer en dienaar. Vooral in de Openbaring aan Johannes, waar de Heere in Zijn Koningheerschappij getekend wordt, treft ge de benaming van Koning en knecht telkens aan.

Uitverkoren te zijn, wil dus niet zeggen: te mogen doen, wat men wil en daardoor gelukkig te zijn. Maar het wil zeggen: bestemd te wezen om tot in alle eeuwigheid er nooit meer een eigen wil op na te houden, maar enkel en alleen te vragen: „Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? " Eigen zin verloochenen, en alleen te dienen en te gehoorzamen en vaardig te passen op het woord van Gods mond, om dat te volbrengen.

We verliezen hier — nogmaals zij het

gezegd — volstrekt niet uit het oog, dat de staat van Gods uitverkoren en gezaligde kinderen in de hemel niet gelijk is aan die der engelen. De engelen immers zijn dienstknechten en niets meer. Gods gekochte gemeente daarentegen bestaat uit kinderen van een hemelse Vader; maar dat verandert niets aan het feit, dat die kinderen in gehoorzaamheid en bereidwilligheid en ondergeschiktheid toch net zo goed als de engelen hebben te tonen dat zij hun Vader wensen te dienen.

Er is voorzeker groot verschil tussen een kind en een knecht. Maar als reeds een aardse vader aan zijn kind een boodschap opdraagt, dan verlangt hij, dat het kind zonder morren en tegenspreken doen zal wat hij zegt-, en niet minder is dat waar bij de Vader in de hemelen ten opzichte van Zijn uitverkoren kinderen.

Hoevele oppervlakkig-godsdienstigen zijn er niet, die God van onrecht betichten en zeggen: „Ik zou wel uitver-koren willen wezen, maar als ik het niet ben, kan ik er toch zelf niets aan doen." Maar zoudt ge nu heus denken, dat de mensen, die zó spreken werkelijk graag uitverkoren zouden willen wezen? Geen sprake van! O ja, zij willen wel uitverkoren zijn, maar dan alleen om in de hemel te kunnen doen, wat ze zelf gaarne wensen, en te leven naar de begeerten van zichzelf. Ze willen uitverkoren zijn, o ja, maar om helemaal vrij en onafhankelijk te zijn. En, o mensen, die zo. spreekt!, bedenkt eens goed, dat de uitverkiezing niemand vrij en onafhankelijk maakt, maar dat uitverkoren te zijn eigenlijk zeggen wil: tot in alle eeuwigheid toe nooit vrij en onafhankelijkheid te zijn, maar altijd te moeten doen, wat God gebiedt en wil, en enkel de Heere naar de ogen te zien, om de taak te volbrengen, die Hij u opdraagt. En daar wil de natuurlijke mens immers niet aan!! De heilige kunst om gelukkig te zijn in het volbrengen van Gods wil, verstaat alleen de wedergeborene. Zulk een vraagt niet: Hoe kan ik in de hemel gelukkig zijn, maar heel anders: Hoe zal ik ooit mijn God genoeg groot maken voor Zijn liefde en genade!?

Wie hier op aarde de zonde wil dienen, om dan toch in de hemel als een uitverkorene te mogen leven, verstaat in de verste verte niet, wat het zeggen wil: uitverkoren te zijn. Maar wie door de Heere is opgezocht en getrokken uit de poel der zonde, die weet het wel; die verstaat het, dat hij niet meer zichzelf, maar het eigendom van Christus is, Wie te dienen en te gehoorzamen, hit*r reeds op aarde, in alle gebrek, maar straks volmaakt in de hemel, al de lust van zijn leven is.

Maar hieruit volgt dan ook, dat elk wie waarlijk zó uitverkoren wil zijn, n.1. om niet anders dan eeuwiglijk Gods wil te volbrengen, ook metterdaad een uitverkorene is; want vlees en bloed heeft hem dat niet geleerd! Hierover nog in een slotartikel! Tot de volgende maal D.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1955

Daniel | 8 Pagina's

Verkiezing en  verwerping

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1955

Daniel | 8 Pagina's