JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

5 minuten leestijd

Kon de Overheid van Genève ook in de excommunicatie alles op losse schroeven zetten?

De kerkorde bevatte wel een bepaling, dat de ban in handen van de kerk lag, maar het „naar het geval vereist" (zie vorig art.) maakte de zaak wel erg twijfelachtig, althans onzeker.

Mocht voor Calvijn het onvervreemdbaar recht der kerk in dezen vaststaan, voor de Overheid was dit niet zo. Het verdere verloop heeft getoond, dal een hevige strijd zich ging ontwikkelen, juist om dit vitale punt.

Wij meenden daarom goed te doen het voorgaande wat uitvoeriger te behandelen ter verduidelijking van wat volgt.

Onze lezers zullen zich echter ook de vraag gesteld hebben: maar hoe zit dat met die bestraffing? In kerkelijke tuehtzaken denken wij aan de geestelijke straffen; niet aan vergeldings-, maar aan medische straffen, tot heil van de afgedwaalde.

Inderdaad. En hierin zit nu het verschil met de tuchtgang van die tijd, waarover wij nu handelen. De kerk deed vaak, wat tot de taak der Overheid behoorde, maar ook de Overheid, wat speciaal de taak der kerk was.

Praamsma citeert dienaangaande het volgende: „De kerk had zeggenschap in verscheiden dingen, die voor ons besef tot de staatstaak behoren. Maar nog veel meer regelde er de staat heel wat kerkelijks. De kansel critiseerde de magistraat, maar zag zich anderzijds zelfs ten aanzien van zijn preken, weer door die magistraat gecontroleerd. Het kerkelijk consistorium hield opzicht over de manier, waarop de burgerij zich gedroeg en de magistraat was scheidsrechter in geval er verschil van mening onder de predikanten voorkwam. Ja, ook zelfs in zulke onberekenende aangelegenheden, als de kwestie, of een predikant voor korte tijd van huis kon gaan, de stad verlaten, was de goedkeuring der autoriteiten een beslissende factor."

Zo kon het dan gebeuren, dat de kerk zich bezig ging houden met burgerlijke bestraffingen, dus niet louter met geestelijke straffen.

We haasten ons, hier een verkeerde gedachte weg te nemen omtrent Calvijn, alsof de grote man hier aan het uitglijden was. Ver van dit! Zijn kamp in dezen tot heil van het reformatorisch belijden, toont dat wel anders. Hier is weer opnieuw het bewijs, dat men om een principiële gang te verkrijgen, niet beginnen moet alles ondersteboven te keren. In dezen moest tactvol gehandeld worden, om tot het rechte inzicht te komen.

Ter illustrering, dat de kerk vaak deed, wat tot de taak der Overheid behoort en omgekeerd, geef ik nu een paar feiten. Een zeker persoon werd voorgeleid, omdat hij gezegd had, dat noch God, noch de duivel, noch de Overheid, noch predikanten, hem zouden kunnen beletten, zijn vrouw te slaan!

Straf: gevangenis.

Een ander, op jacht zijnde, braakt de hevigste godslasteringen en duivelse verwensingen uit tegen zijn zoon, omdat het jongmens een vos had laten ontsnappen. Straf: drie dagen te water en brood en verbod van jagen.

Drie jonge arbeiders hadden drie dozijn pastijtjes veorberd, dat als een grote losbandigheid werd beschouwd. Straf: drie dagen te water en brood in de gevangenis.

Afgezien van het niet louter geestelijke der straffen, zou men zeggen: dat loopt nog al los.

En toch hebben onderscheiden schrijvers, tot op de jongste tijd, Calvijn van onrechtvaardige gestrengheid, van wreedheden beschuldigd, die op een ware inquisitie geleek, waarbij zelfs de pijnbank te hulp werd geroepen en allerlei martelingen aangedaan, om bekentenissen af te persen, vooral in de zgn. heksenprocessen.

Het hoogtepunt van alle euveldaden vormt dan de verbranding van dr. Servet.

Gelukkig dat ook andere ter zake kundige stemmen worden vernomen, die veel recht zetten.

In alle geval ligt in dit alles een ernstige waarschuwing, om toch niet alles te slikken, wat ons in dezen door tegenstanders van de Hervormer wordt voorgezet.

III. Herziening van de wetgeving in Genève.

De Raad benoemde in 1541 een commissie van vier, om onder leiding van Calvijn de wetten van Genève te herzien.

Nu kwamen de Hervormer zijn juridische studiën uitnemend te pas.

Men maakte het hem gemakkelijk, doordat de Raad hem vrijstelde van zijn wekelijkse preekbeurten en hij 's Zondags maar één keer behoefde op te treden. In 1543 was deze herziening gereed,

liet ligt niet in onze bedoeling er diep op in te gaan. Alleen hierop willen we wijzen, dat het een pracht onderwerp vormt voor een politieke studie vereniging.

Eén punt slechts.

Naar aanleiding van deze wetgeving heeft men de vraag gesteld, of Calvijn democratisch gericht was, d.w.z. of hij voorstander is geweest van vermeerderde volksinvloed op politiek terrein.

De nieuwe wetgeving blijkt er op te wijzen, dat deze meer ging in aristocratische dan in democratische richting. Ook voorheen had die wetgeving een aristocratisch cachet en dat was nu versterkt. Toch zij men weer voorzichtig met te menen, dat de volksinvloed daardoor te veel gedimd werd.

De rechte vrijheid ligt voor alle levensverhoudingen in de gebondenheid aan Gods Woord. En dat stond Calvijn met alle kracht voor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1955

Daniel | 8 Pagina's

Kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1955

Daniel | 8 Pagina's