„Frankrijk" aan de zijde van Hunt
Men zegt wel eens: „Die persoon is omgekeerd als een blad van een boom." Dat kon men ook wel zeggen van Verani. We hebben gehoord, clat hij God niet vreesde en geen mens ontzag. Maar nu, wat een ommekeer! Niets en niemand kon hem meer tegen houden om Christen te worden. Het besluit stond vast.
Hoe groot was de indruk, clie de doopspleehtigheid op cle menigte maakte, toen cle overal gevreesde man neerknielde om besprenkeld te worden met water. Dat gebeurde 21 Maart 1945, op Goede Vrijdag. Eerst had Verani belijdenis van zijn geloof afgelegd en toen kreeg hij cle naam El ia bij het dopen.
En wat waren nu cle vruchten? Zijn vroegere vrienden verlieten hem, maar clat deerde hem niet; hij was niet langer cle vriend meer van Thakombau, maar wat kon hem dat schelen? Op één na zond hij al zijn vrouwen weg en zijn grote oorlogsschip, clat hij eens op cle Fransen had veroverd, werd nu in dienst gesteld van de zendingsarbeid. Zendeling Hunt mocht het schip gebruiken zo vaak hij maar wilde. Op de inspectiereizen was Verani van cle partij. De hele eilandengroep reisde hij af. Wat stonden de mensen te kijken, als ze Verani aan cle zijde zagen van cle zendeling. Wat was clat toch voor wonderlijke godsdienst, clie tot zulk een verandering in staat was!
Hij, clie vroeger haast niets anders deed dan strijden en moorden, was nu een man geworden, die niets zou ontzien om moord en doodslag te voorkomen. Als hij wist, clat hij een arm mens van de worgingsdood zou kunnen redden, was er geen afstand te groot om er heen te gaan.
Trouw bezocht hij cle samenkomsten van cle gemeente. Maar niet alleen in het openbaar betoonde hij zich een Christen, ook in het verborgen bracht hij veel tijd door om zich tot de Heere te wenden in den gebede.
Er zijn gebeden van Verani opgeschreven. Een enkel voorbeeld mag hier wel een plaats hebben.
„O Heere, onze Heere! O God, onze Vader, clie in cle hemel woont! Wij staan vóór U, wij komen niet in onze eigen gerechtigheid, opdat Gij op ons let. Wij komen met Jezus en in Zijn naam wijden wij U ons samenzijn, Gij zijt God. Wij weten, clat Gij alléén God zijt. Wij komen tot U, clie wij tevoren niet kenden. Toen dienden wij cle goden, die geen goden zijn en op wie wij niet langer kunnen vertrouwen. Wij zijn gekomen om U te aanbidden, maar het zal ons niet baten zo Gij niet bij ons zijt. Wij zijn in Uw huis, maar het is niet meer Uw huis als Gij niet aanwezig zijt. Wij naderen tot U, nader Gij tot ons en zegen ons."
Dit was een gedeelte uit een gebed voor de godsdienstoefening. In cle binnenkamer bad hij aldus:
„O Heere! wij zijn van U gekomen en verlangen naar U terug te keren. Wij willen daar binnengaan, waar Christus binnengegaan is, en bij U zijn. O Heilige Geest, bereid onze harten voor die plaats. Zeg ons, clat onze namen geschreven staan in het boek des levens.
Verhoor onze gebeden tot heil van Fidsji. Wanneer onze geest aan Fidsji denkt, is hij zeer bedroefd, want cle mannen en vrouwen van Fidsji zijn Uw volk en zij worden geworgd en gedood. Spaar Uw dienaren uit liefde voor Fidsji, opdat zij Uw woord der waarheid hier kunnen verkondigen. O Heilige Geest, doe ons leven, clat Uw rijk zich over gans Fidsji uitbreide.
Verhoor ons om je liefde van Hem, wiens offer Gij, o Ileere, hebt aangenomen in onzè plaats."
Acht jaren heeft Verani door wandel en gebed mogen meewerken aan het verbreiden van het Evangelie des kruises. Bij pogingen om de vrede te behouden vond hij de dood.
Het ging zo: zijn oude meester en vriend Thakombau werd door zijn bondgenoten in cle steek gelaten. Die afvalligen moesten weer voor Thakombau gewonnen, wilde er geen vreselijk bloedbad ontstaan. Er werd gezocht naar een bemiddelaar, clie een groot onheil zou kunnen voorkomen. Het zou een gevaarlijke opdracht zijn. Wie zou er beter toe in staat zijn dan Verani?
Verani stelde zich disponibel, maar hij gevoelde wel cle ernst van cle zaak. Vóór hij zich met enkele vrienden op weg begaf naar het eiland Ovalau, regelde hij zijn zaken, trof maatregelen voor zijn gezin, en zocht het Aangezicht des Heeren, daar hij er stellig van overtuigd was, dat het een werk was dat God behaagde. Het was immers te doen om de vrede te bewaren! In het begin scheen zijn bemiddeling vrucht te zullen dragen. Nog enkele bijeenkomsten met cle hoofden en clan zou het wellicht beklonken zijn. Helaas, op weg naar de plaats van onderhandeling, werd hij met zijn vrienden verraderlijk overvallen en gedood. Slechts één kon zich door de vlucht redden. Zo viel de man bij zijn poging om vrede te houden waar vrede was.
Als zijn grote ommekeer een werk des Heeren is geweest, dan zingt hij nu eeuwig van Gods goedertierenheden. Dan is voor een doren een denneboom opgegaan en voor een distel een mirt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1955
Daniel | 8 Pagina's