JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

5 minuten leestijd

Vooral één zaak gaf nog al haken en ogen en dat was het recht van excommunicatie (de ban).

Naar zijn kerkprincipe wilde de Hervormer dit recht natuurlijk in handen leggen van de kerkeraad. Maar de heren Raden hadden in dezen een gans andere mening. Hoor slechts. Zij wilden de volgende toevoeging: „Ook hebben wij bevolen, dat de genoemde dienaren geen enkele bevoegdheid hebben tot rechtspleging, maar alleen de partijen moeten horen en de bovengenoemde vertogen tot hen richten. En volgens hun mededeling kunnen wij dan advies uitbrengen en een oordeel uitspreken, naardat het geval vereist."

Met andere woorden: Wij, overlieden, willen dit banrecht in onze handen!

Het is wel niet geschied, maar het bleef een principiële kwestie. De kerk wilde in dezen vasthouden aan zijn eigen recht. Geen overheidsbemoeiing. Toch wisten de Raden nog door te zetten, dat opgenomen werd, dat de kerk geen burgerlijke straffen mocht toepassen.

Onnodig natuurlijk. De kerkelijke discipline moet geestelijk zijn: niet juridisch, maar medisch.

Ik wil thans iets uit de inhoud van deze kerkorde meedelen. Men vergelijke deze met die van onze kerkorde.

Eerst spreekt Calvijn van de vier ambten in de kerk: e dienaren, doctoren, ouderlingen en diakenen, naar Ef. 4 : 11, 1 Kor. 12 : 28 en Rom. 12 : 7.

Voor de dienaren is nodig een wettige beroeping, bestaande in een onderzoek door de overige leraren, hun voordracht bij de Raad, waarna deze hen goedkeurt. Volgt ten slotte de bevestiging door een der aanwezige predikanten.

Hun ambt was de prediking des Woords, de bediening der sacramenten en het broederlijk vermaan.

Der doctoren ambt was het onderzoek der leer en haar verdediging tegen dwalingen.

Dienaren en doctoren vormden de „Vénérable Compagnie", welke elke Vrijdag vergaderde tot onderlinge Schriftbespreking. Men noemde deze vergadering ook wel „Congrégation".

Der ouderlingen ambt was opzicht en tucht te houden over leraren en leden. Het waren er twaalf en ze werden gekozen uit de Raden: twee uit de kleine Raad, vier uit de Raad van zestig en zes uit de Raad van tweehonderd.

Met de dienaren vormden zij het Consistorium (= de kerkeraad).

Het werk der diakenen was de verzorging der armen alsmede de ziekenzorg. Men ziet het, de diakenen stonden hier buiten de kerkeraad. Een verkiezing van ambtsdragers door de manslidmaten bestond niet. Het consistorium had in dezen alles te zeggen.

Het schoolwezen, gymnasium en lagere school, stond toen onder leiding van Mathurin Cordier en Castillio. Er mocht maar vier maal per jaar Avondmaal gevierd worden, — zeer tegen de zin van Calvijn.

Men voerde echter een wijk-(of paro-

chie-) verdeling in, drie in getal. De avondmaalstijden der parochies waren niet gelijk, zodat, wie wilde, twaalf maal per jaar ten Avondmaal kon gaan.

Verder werd in de K.O. gehandeld over de kerkdiensten, doopsbediening, avondmaalsviering, catechisaties, ziekenbezoek enz.

Het volgende heeft zeer zeker tot op heden nog zijn volle waarde. Het betreft het ziekenbezoek. „Aangezien meerderen onachtzaam zijn hun troost in God te zoeken door Zijn Woord, wanneer zij ziek zijn en tengevolge hiervan meerderen sterven, zonder enige waarschuwing of lering, welke dan voor de mens heilzamer is dan ooit, om deze reden hebben we vastgesteld en bevolen, dat niemand langer dan drie gehele dagen op zijn bed mag liggen, zonder het aan de predikant te laten weten en dat ieder er aan denkt de predikanten te roepen, als hij ze hebben wil, opdat ze niet afgeleid worden van hun dienst, wanneer ze het geheel van de kerk dienen." (bij Pr.)

II. De kerkelijke discipline te Genève.

Wij wezen er reeds op, dat de Overheid van Genève trachtte het kardinale punt: de excommunicatie, de kerkelijke ban, alleen op zich te betrekken; maar hoe Calvijn deze zaak als een onvervreemdbaar recht van de kerk van Christus beschouwde.

Gelukkig, dat de Raad in dezen zijn zin niet kreeg. Ter verduidelijking citeren we nu, wat dienaangaande besloten werd: „Dit alles diene zo te worden opgevat, dat de dienaren geen enkele burgerlijke rechtspleging kunnen uitoefenen en slechts het geestelijk zwaard van het Woord Gods gebruiken, zoals de heilige Paulus hun voorhoudt; en dat het gezag van de Overheid in niets worde verkort door de kerkeraad, evenmin als dat van de gewone justitie, maar dat de burgerlijke macht blijve bestaan. En dat zelfs de dienaren met de kerkeraad, wanneer het nodig zal zijn enige bestraffing uit te delen of dwang op de partijen uit te oefenen, na de partijen gehoord te hebben en te hebben betoogd en vermaand na behoren, het geheel aan de Raad zullen hebben te rapporteren, welke volgens hun mededeling zal besluiten, om te bevelen en een oordeel uit te spreken naar dat het geval vereist."

Het kwam dus hierop neer: de kerk gebruike alleen het geestelijk zwaard, d.i. Gods Woord en passé alleen toe geestelijke straffen; houde haar handen af van wat speciaal tot de burgerlijke machts-positie behoort; het gezag der Overheid worde in niets verkort.

Maar nu het laatste deel. Als men goed leest is het een vreemde en ook een gevaarlijke zaak die uitdrukking „wanneer het nodig zal zijn enige bestraffing uit te delen of dwang op de partijen uit te oefenen."

Bij enig nadenken komt men tot de conclusie: hier kan men twee kanten uit, n.1. het betrekken op de kerk of op de Overheid.

Maar duidelijk is het toch wel: de kerk mag beoordelen of burgerlijke bestraffing nodig is, moet dit rapporteren aan de Raad en deze zal het geval nader beschouwen en na gedaan onderzoek de burgerlijke bestraffing voor zijn rekening nemen „naar het geval vereist".

M.a.w. de bestraffing kan ook geannuleerd worden! Of anders: in de kerkelijke tuchtoefening doet ieder wat; de kerk en de Overheid.

Maar de laatstgenoemde kan alles op losse schroeven zetten!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1955

Daniel | 8 Pagina's

Kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1955

Daniel | 8 Pagina's