JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Rondom kerk en staat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondom kerk en staat

5 minuten leestijd

Het is te begrijpen, dat een enigszins volledige bespreking van de Kieswet zeer lang. zon worden en voor velen ook niet zo erg genietbaar. Laten wij dus met een paar hoofdtrekken volstaan, dan krijgen we toch wel een indruk van het geheel.

Wanneer er in een college b.v. 21 zetels bezet moeten worden en er worden 21000 geldige stemmen uitgebracht, dan ligt het voor de hand dat elke candidaat die 1000 (of meer) stemmen verkreeg, gekozen is. 1000 is dan de kiesdeler. Nu bestaat er ten onzent een lijstenstelsel. Zeg, dat de candidaten van een lijst 1000 (of meer) stemmen verkregen, dan worden van die lijst zoveel personen gekozen verklaard als er aantal malen 1000 stemmen op die lijst zijn uitgebracht. Er blijven natuurlijk op een lijst meestal stemmen over; ook zijn er ten laatste een paar zetels te verdelen over.

Die komen dan aan de partij of lijst die: le na toekenning van die zetel per zetel het grootst gemiddeld aantal stemmen heeft; 2e aan wie het meest dit cijfer of overschot nabij komt, en zo voort. Er bestaat óók een berekening van de „grootste overschotten, " wij gaan dat hier nu maar voorbij. Zodat er allerlei voor-en nadeeltjes kunnen optreden. Het kan inderdaad op een stem aankomen. Ons nu meer tot de Kamerverkiezingen bepalende, wijzen wij er op, dat om versnippering van stemmen te voorkomen, en het aantal lijsten beperkt te houden, bepaald is, dat de indiener van de lijst voor de Kamerverkiezing ƒ 500.— moet storten, welke hij verliest, wanneer zijn partij minder dan 75% van de kiesdeler aan stemmen verwerft. Het optreden van een grote groep partijen, die zich niet voldoende realiseren hoe groot getal aanhangers er wel voor één zetel nodig zijn, geeft enorm veel werk en voert tot een enorme verspilling van stemmen.

(In 1933 waren er lijsten ingeleverd, waarvan 14 een of meer zetels kregen en 20 lijsten hadden nog geen 1000 stemmen, terwijl men er wel 40000 voor een zetel nodig had). Fraai is de bepaling van de 500 gulden niet. Immers, men hangt de democratie aan, of niet. Wil het volk kleine groepen steunen, het is zijn recht. Zij spreken daarmede uit dat het beleid der andere partijen hun niet aanstaat. Hoe een dwergpartijtje later nog eens groot wordt kan niemand te voren zeggen. En wat het werk betreft, ach, de ambtenaren doen wel eens meer iets dat niet zo heel veel nut heeft. Dit kon er nog wel bij. Anderzijds is er met het indienen van candidatenlijsten ook veel de spot met een zo ernstige aangelegenheid als het bestuur van land, gewest en gemeente gedreven. Speciaal in de grote steden heeft dat wel eens tot weerzinwekkende dingen geleid, wanneer een of andere man uit de heffe des volks verkozen werd; candidatenlijsten, die uit vermaak aan de bitterafel waren in elkander gezet. In Amsterdam werd vele jaren geleden een straattype tot lid van de raad gekozen; Rotterdam heeft iets soortgelijks mede gemaakt. Maar dat is een volk onwaardig.

Anders wordt het echter, wanneer de grote partijen de koinst der kleinere willen beletten of als ze er zijn, die willen uitroeien. En dat is voorgekomen, nog wel in een tijd die zo roept om recht en vrijheid voor iedereen. Een tijd die immers geen verbanden erkent, maar alleen van een troep kiezers weet! Hebben tot circa 1917 de liberalen het zo weten te draaien dat de Kieswet op hun hand bleef en de anderen in de verdrukking bleven, later heeft de A.R. partij helaas deze rol ook gespeeld. Hier was de koe vergeten dat zij kalf geweest was en dat Kuijper juist zo voor de kleine luijden die niet mochten mededoen, was opgekomen. In 1929 stelde een der A.R. kamerleden voor weer provinciale stemdistricten in te voeren. Precies als de liberalen vroeger! In 1933 kwam Minister Ruijs de Beerenbrouck met een wetsvoorstel, dat elke lijst de volle kiesdeler moest halen om in de Kamer te komen. Maar.... schoten de zetels over, dan gingen die naar de grote partijen, die na toekenning 90, 80, ja tot 10% toe van de kiesdeler hadden. Dat mocht dan wel! Toch is dat zo aanvaard, maar pas na de Kamerverkiezing van 1933. Want behalve de vele bladen, die dit voorstel onrechtvaardig vonden, moest ook de voorzitter van de Eerste Kamer de Chr. Hist. heer baron de Vos van Steenwijk, er niets van hebben en hij weigerde deze wetswijziging te behandelen nog vóór de Kamerverkiezing. Na de verkiezing is het voorstel wet geworden. De S.G.P. bleef toen echter met 3 zetels bestaan, maar bij de verkiezing van 1937 viel er onder deze wet een zetel voor deze partij af.

In 1933, toen men de Staatk. Ger. er uit wilde werken, kwam het helemaal zo niet uit. Merkwaardig was, dat enige duizenden roomsen in Brabant en Limburg hun stem per abuis op de S.G.P. uitbrachten, want toen stonden die 2 lijsten naast elkaar op het stembillet! Van die tijd dateert, dat elke lijst op het stembillet in een rand of raam gedrukt staat, opdat toch niemand zich vergisse. Bovendien is de volgorde nu geheel anders dan toen; de groten gaan nu voorop, de kleinen achteraan.

Om te besluiten: van Minister de Wilde was nota bene in 1935 het voorstel om te bepalen dat geen partij in de Kamer mocht komen die niet 3 zetels had! Daar ga je met de kleine luijden! Maar dat was al te bar, zodat claar niets van inkwam. Ook jlir. mr. de Geer van de Chr. Hist. Partij kwam daar fel tegen op. U moet hierbij bedenken, dat er in die jaren zeshonderd duizend stemmen

plachten te gaan naar kleine partijen. Die zouden nu allemaal van alle affect beroofd worden.

Het zou beter geweest zijn wanneer zij, die nog aan Woord en Belijdenis willen vasthouden eens overwogen hadden, hoe zij de godslasterlijke en staatsgevaarlijke praktijken van het communisme konden beteugelen. Nog steeds maken dezen deel van de Kamer uit en propageren alzo met hun spoor-billet en hun vergoeding als Kamerlid de goddeloze theoriën van Rusland. Soms maakt dit alles u droef te moede. Want Nederland heeft een zo heerlijk verleden, nu is het zeer vervallen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1955

Daniel | 8 Pagina's

Rondom kerk en staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1955

Daniel | 8 Pagina's