PREDIKER EN DOCENT
Niet langer dan drie jaren bleef Hunt op Somosomo. Hij werd overgeplaatst naar de grote gemeente op het eiland Viwa. Bovendien kreeg hij het opzicht over het zendingswerk op de Fidsji-eilanden. Het pleit wel voor de bekwaamheid van Hunt, dat ze hern dit werk opdroegen. Hij was slechts dertig jaar oud en had nog maar een ervaring van vier jaar.
Over het verblijf op Somosomo schreef Hunt: „Somosomo is voor ons een oord geweest, waar al onze natuurlijke gevoelens en godsdienstige beginselen op een zware proef werden gesteld. Wij geloven nochtans, dat ons verblijf dit eiland ten zegen is geweest, ofschoon de vruchten van onze arbeid zich nog niet vertoond hebben en zich ook nog wel niet spoedig zullen vertonen."
Het laatste jaar op Somosomo, toen hij een nieuw huis had betrokken, hield Hunt elke dag een korte toespraak. Uit gevonden aantekeningen is een gedeelte van zo'n toespraak gevonden. Het werpt een helder licht op de manier waarop de zendeling trachtte een tekstgedeelte voor zijn hoorders verstaanbaar te maken. Het betreffende deel handelt over Matth. 16 : 24: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij". Hunt sprak dan als volgt: Wij moeten niet alleen onszelf verloochenen, maar ook ons kruis opnemen, d.w.z. die dingen die we moeilijk vinden. De Heere volgen en dienen is moeilijk, vooral voor wie pas daarmee beginnen. Maar ik vraag u: s er wel één goed en nuttig ding, dat niet tevens moeilijk is? Een tuin aanleggen, zonder eerst het onkruid uit te roeien, is gemakkelijk, maar wat hebt ge er aan? Een slechte boot is vlug gebouwd, maar men kan ze niet gebruiken. Een slecht huis is o zo spoedig klaar, maar wat kunt ge er mee beginnen? De goede tuinen, boten, huizen, bijlen, messen, walvistanden zijn moeilijk te krijgen, maar zijn alle heel nuttig. De medicijnen zijn dikwijls erg bitter, maar eveneens erg nuttig. En zo is het nu ook met het volgen van de Heere. Onze zielen houden er eigenlijk niet van, maar wij leven er door. We houden niet van de bekering en het geloof in Christus, evenmin als van Gods geboden, en juist zij zijn de weg tot het leven.
Uw manier van de zieken te behandelen is veel gemakkelijker dan onze manier. Is er iemand ziek, dan verwaarloost ge hem of erger, dan doodt ge hem. Inderdaad heel gemakkelijk! Maar wij waken bij onze zieken, bereiden medicijnen en verplegen hen; dat is veel moeilijker, maar onze zieken genezen dan ook dikwijls en de uwe sterven. Onze manier is de moeilijkste, maar brengt het leven, de uwe is de gemakkelijkste, maar leidt ten dode. En zo is 't ook met uw godsdienst. Die is gemakkelijk, maar voert naar de dood; de onze is moeilijk, maar voert naar het leven. Doch niet altijd is de onze moeilijk, alleen maar voor wie er mee begint; gaandeweg wordt hij voor hem gemakkelijk. Begin maar en let niet enkel op de moeilijkheden. Wanneer we een nieuw hart ontvangen, wordt onze weg gemakkelijk." In Viwa, waar Hunt eind Augustus 1842 arriveerde, waren al meer dan honderd personen, die met het heidendom hadden gebroken. In het uitgebreide arbeidsveld zou Hunt veel voordeel hebben van medewerkers. Hij begreep dan ook, dat een opleidingsschool van grote waarde zou zijn. Inheemse jonge mannen, die aanleg hadden, konden de school bezoeken. Voor Hunt bracht deze opleiding weer een heleboel werk extra mee. Hij moest ook zorgvuldig rekening houden met de ontwikkeling van deze knapen, wilde het onderwijs vruchtbaar zijn.
Om aan te tonen, dat er maar één God bestond, ging hij ongeveer als volgt te werk: „Als wij mensen twee Scheppers hadden, zou het toch onmogelijk zijn, dat wij allen zoveel op elkander lijken. Kijk eens: deze man hier voor me heeft twee ogen, twee oren, twee handen, twee voeten net als ik; zijn neus staat boven zijn mond net als de mijne. We lijken precies op elkaar, behalve in huidkleur, maar dat is slechts iets van cle buitenkant. Kunt ge u nu voorstellen, dat uw god op dit punt mijn God jehova zou hebben kunnen nadoen? " Als uit één mond klonk het antwoord: „Het is waar, slechts één God heeft ons kunnen scheppen en dat is Jehova!"
Ilunt vervolgde: „Ja, zo moet het wel zijn, want anders konden wij niet zo op elkander gelijken. Hoe komt het, dat uw boten zo verschillen van de onze en dat gij geen huizen, geen messen of ander gereedschap kunt maken zoals wij? Ziet ge niet, dat cle werken der mensen van elkander verschillen, maar Gods werken zijn in alle landen dezelfde, en dat komt, omdat er wel vele mensen zijn, doch slechts één God is."
* Met deze kwekelingen kon de zendeling het goed vinden. Hij schreef voor hen een „Kleine Catechismus" en een bundeltje korte preken. Ze studeerden ijverig en gedroegen zich ernstig en bescheiden. Mettertijd zou Hunt er veel steun van kunnen hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1955
Daniel | 8 Pagina's