JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

RONDOM KERK EN STAAT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM KERK EN STAAT

6 minuten leestijd

Wij kennen dus door het volk gekozen leden van de diverse colleges. Wellicht is het niet overbodig te wijzen op het verschil tussen een bestuurscollege (ge-

meenteraad, provinciale Staten) en een vertegenwoordigend college, zoals Eerste en Tweede Kamer. Want wel zijn ook gemeenteraads-en statenleden ver-

tegenwoordigers van het volk, maar zij mogen zelfstandig besturen. Met de beide Kamers is dat anders, zoals wij zageri; zij hebben de handtekening van H.M. de Koningin en van één of meer ministers nodig om hun besluiten tot wet te zien verheffen.

Om niet te langdradig te worden zullen wij ons niet zeer verdiepen in de geschiedenis van Eerste en Tweede Kamer. Slechts wat hoog nodig is stippen wij aan; wij krijgen en passant een idee van ons kiesrecht.

In 1813, na de franse overheersing, meende men met één Kamer van volksvertegenwoordigers te kunnen volstaan, maar in 1815 reeds kwam in de Grondwet te staan, dat er twee Kamers zouden zijn. De leden der Eerste Kamer werden, voor het leven benoemd door de Koning en er was bepaald dat zulke leden diensten aan de Staat moesten bewezen hebben of door geboorte of gegoedheid onder de aanzienlijken des lands moesten behoren. Men sprak daarom wel eens van „le menagerie du Rot". In 1848 — toen er zulk een revolutiestorm over Europa trok — werd bepaald dat de Eerste Kamer gekozen zou worden door de Provinciale Staten uit de hoogst-aangeslagenen in de Rijks directe belastingen. De „aanzienlijkheid" was toen teruggedrongen, maar in 1887 werd het weer: „hoogst aangeslagenen en die één of meer hoge en gewichtige betrekkingen hadden bekleed". Het bleef dus alles gewichtig met die Eerste Kamer. De Tweede Kamer werd door het volk gekozen, rechtstreeks, maar de Eerste via een omweg. De Eerste Kamer moest — en moet — de Tweede voor overijlde besluiten behoeden.

Terloops zij opgemerkt, dat voor de leden der hier genoemde colleges, dus ook voor Statenleden en gemeenteraadsleden een uniform bestaat, voor elk college verschillend, heel fraai, met wapperende steek en een degen, dat zij naar verkiezing bij bijzondere gebeurtenissen mogen dragen en in hetwelk ik de heren meermalen heb gadegeslagen. Wie dan geen uniform droeg kleedde zich toch „in rok", maar ik hoor en zie, dat thans onder vigeur van kameraden Drees en Vos en wie al niet, het colbertje mooi genoeg gevonden wordt, 't Zit 'm niet in de kleren, zegt men. Accoord; 't zit 'm ook niet in de pillow-broek en de gele pet of de wapperende zelfgestrikte das. Uit deze structuur voor de Eerste Kamer volgt dat, wanneer de Koningin bij een conflict de Eerste Kamer ontbindt, de Prov. Staten er weer precies zo een kunnen verkiezen, want de Statencolleges kunnen niet tussentijds ontbonden worden. Maar, als 't ooit zo hoog loopt, dan komen er meestal nieuwe verkiezingen voor beide Kamers en spreekt dus het volk weer zijn woordje bij de Tweede-Kamer verkiezing.

Nu gaat het echter bij het bezetten van bestuursposten of vertegenwoordigerszetels meer om persoonlijkheden dan om geld. In het oude systeem waren het de gegoeden die over de overheidsgelden gingen — ik kom daar direct op terug — terwijl de „mindere man" als ik dat lelijke woord gebruiken mag, weinig of niets in te brengen had. Hier werd toch* tekort gedaan aan de waardigheid van een volk. Evenwel is ons algemeen mannen-en vrouwenkiesrecht een ander uiterste. Aan het kiesrecht mogen wel degelijk enige condities behalve de leeftijd en het in aanraking geweest zijn met de strafrechter verbonden zijn. De jongste leeftijd der kiezers is nu 25 jaar; er gaan stemmen op om daar 21 jaar van te maken, maar dat lijkt ons niet gewenst. Enige bezonkenheid van oordeel is toch wenselijk, al weten wij niet precies waar de leeftijdsgrens zou moeten liggen.

De persoonlijkheid van de gekozene moet gewicht in de schaal leggen.

Salomo zegt dat één arme man de stad verloste. Het eenzijdig zien op geld en stand is niet goed, is niet bijbels. De liberalen hebben lang gemeend dat zij het denkende deel der natie waren; en zij hielden het eenvoudige volk onder de duim, denk maar eens aan de schoolstrijd. En aan de Zondagsheiliging b.v. bij de Posterijen. Niet dat het met de heiliging van Gods dag nu zo mooi staat maar toen evenmin.

En met alle waardering voor de titels, na studie verkregen, met respect voor alle wetenschap; ik heb mannen gekend met ringetjes in de oren, maar die heel gezond en gedegen over de vraagstukken konden spreken; mannen van eenvoud en levenswijsheid. En zo zijn er buiten de grote steden gelukkig nog best te vinden.

Dan was er dus vroeger het belastingkiesrecht, dat is, dat slechts hij stemmen mocht, die een zekere som, nader te bepalen, in de directe belasting betaalde, die van ƒ 20.— tot ƒ 160.— liep (1848, Thorbeeke). Dr. A. Knijper heeft in 1887 nagekeken hoe dat werkte en gevonden dat toen voor Friesland ƒ 24.— als minimum gold en dat dit toevallig meebracht dat alleen de liberale heren daar aan 't roer kwamen. Zo hielden zij de oude regentenkliek nog een poosje in stand, met voorbijzien dat een volk er niet is om de Vorst, maar een Vorst om het volk.

Nu is er iets voor te zeggen, dat wie voor zijn zaken of huizen of schepen aan de overheid veel geld kost, en veel belasting betaalt, ook medespreekt over het besteden der gelden. De eenvoudige huisvader in zijn woninkje arbeidde vlijtig om zijn gezin te onderhouden en genoot van overheidswege vrijwel niets dan een algemene bescherming. Toen echter de hogere standen zich heer en koning waanden en de arbeider vaak maar slecht beloonden, rees er verzet, niet ten onrechte. De vakbeweging kwam op, het volk begon zich te roeren, kortom, men gedoogde geen scheidslijn meer tussen kapitaal en geen-kapitaal. In 1887 werd de belasting-eis verlaagd en hield de wet aan op „zekere tekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand". Bedeelden b.v., mochten niet stemmen. En zo waren er nog enkele groepen verstoken van kiesrecht.

Hier zij direct opgemerkt, dat een volk in zijn hogere standen een bewijs van zijn welstand moet kunnen zien; dat daar gaven van intellect zijn die nu eenmaal onder de minder bedeelden niet zo worden aangetroffen. Is de ambachtsman niet al te rood of rose, zo zal hij toch in zijn patroon zijn beschermer zien, tot wie hij zich bij moeilijkheden gaarne en met vertrouwen wendt.

En hoevele van deze edele, wijze werkgevers zijn er niet! Onze tijd echter vaagt hiervan veel weg, over en weer gaat de liefde verkillen. Het was Dr. Kuijper die jaren lang „het volk achter de kiezers" opriep om voor hun rechten op te komen. Zij moesten „de hekken die gesloten waren met hoofden-en-al wegnemen!" De socialisten deden natuurlijk dapper mede en onder de roomsen kwam ook een nieuw geslacht op, dat om erkenning riep. Over dit alles later nog iets.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1955

Daniel | 8 Pagina's

RONDOM KERK EN STAAT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1955

Daniel | 8 Pagina's