Kerkgeschiedenis
Er was nog iemand, die in dit troebel water ging vissen, nl. kardinaal Sadoleto. Nu de reformatoren verdreven waren, trachtte een aantal bisschoppen hun slag te slaan en Genève weer terug te brengen tot de „Heilige Moederkerk".
Genoemde Sadoleto was een buitengewoon geleerd man, humanist en hervormingsgezind.
Men versta a.u.b. dit laatste woord niet verkeerd: hij wilde een hervorming in de kerk. Hij was een vriendelijk man, toonde schijnbaar begrip voor de situatie. Daardoor bleek hij echter dubbel gevaarlijk.
De bisschoppen vroegen hem een brief aan de stad te zenden en aan te dringen op terugkeer naar Rome.
Men had geen betere briefschrijver deze taak kunnen opdragen. Als een echte vogelaar, op bedriegen uit, begon hij aldus te fluiten! Zeker, de kerk had veel gebreken en reformatie was dus broodnodig. Maar waarom de kerk zo ruw aangepakt, die toch eeuwenlang de waarheid Gods op aarde had bewaard? Doch het vergif zat in de staart. De kardinaal schetst op het einde van zijn venijnig epistel twee personen, die op de oordeelsdag voor de rechterstoel van Christus moeten verschijnen. De een vertegenwoordigt de roomse kerk en de ander het protestantisme. Het lag er dik op, dat hj.j in de laatste Calvijn typeerde. De Protestant verdedigde zijn strijd tegen de roomse kerk, omdat zijn verdiensten niet naar waarde waren beloond, terwijl onwaardigen met ereambten waren overladen. En nu beloont Christus de Rooms-katholiek voor zijn trouw, maar de Protestant moet naar de hel.
Deze toch heeft de eenheid van Christus' Kerk verbroken en er een chaos van twistzieke secten voor in de plaats gesteld. (bij Pr.)
De Raad van Genève wist nu, wie Calvijn was, al werd deze niet bij name genoemd.
Het gevolg van dit schrijven (Maart 1539) was, dat de Protestanten nu goed wakker werden. Zelfs Bern zag het groot gevaar dreigen.
De brief moest natuurlijk beantwoord, weerlegd worden. Maar door wie? Niet één van de aanwezige predikanten in Genève was er toe in staat!
Toen heeft Bern er bij Calvijn op aangedrongen, dat werk ter hand te nemen en hij heeft het gedaan. In zes dagen tijds schreef hij zijn schitterend antwoord op de brief van Sadoleto.
Zelfs de vijanden moesten erkennen, dat hier een krachtige persoonlijkheid aan het woord was.
En Calvijn, zijns ondanks, de verdediger van de Waarheid, — ook voor Genève! Men mene nu echter niet, dat er bij hem weer een hang was naar de stad, die hem uitgeworpen had. O, neen. Hoor maar, wat hij aan Viret schreef als antwoord op diens brief, waarin deze trachtte hem weer naar Genéve terug te *doen keren.
„Dat gedeelte van uw brief kon ik niet zonder lachen lezen, waarin ge zo goed voor mijn gezondheid zorgt. Naar Genève zou ik gaan, om het beter te hebben? Waarom niet liever aan het kruis? Beter zou het zijn, driemaal te sterven, dan op een pijnbank altijd weer gekweld te worden. Daarom, lieve Viret, wanneer gij mij gezond wenst, geef dan dit plan op."
En ondertussen hadden binnen Genève de gruwelijkste zonden vrij spel. De Raad trachtte door drastische maatregelen de zaken nog in het goede spoor te brengen, 't hielp alles niets.
De aanwezige predikanten verloren hun invloed en verdwenen de een na de ander. Het werd al duidelijker: Calvijn alleen was de rechte man op de rechte plaats. En hij wilde er niet heen!
De gehele stad raakte in wanorde. Wat men er van leest, is in een woord, verschrikkelijk: één keer kwam het zelfs tot een vechtpartij!
Een vriend van Calvijn wordt nu dooide Raad afgevaardigd, om hem te smeken, toch terug te keren. Calvijn staat in tweestrijd. Hij vraagt zijn vrienden, vooral Farel, dringend om raad. Vooral de brief aan Farel is een kostelijke brief. En ook Genève krijgt een schrijven, getuigend van meeleven. Maar overkomen, neen, dat gaat niet. Hij moet voor Straatsburg naar Worms en stelt daarom voor, zijn vriend Viret te beroepen. Al weer dus dat dralen.
Opnieuw verschijnt een gezantschap, , maar vergeefs.
Tenslotte is het, na veel vergeefse pogingen, weer Farel geweest, die hem tenslotte deed besluiten, terug te keren. Het ging in krasse bewoordingen: „Als ge zo langzaam geweest waart bij uw vertrek, toen wij moesten heengaan, als ge nu traag zijt, om terug te keren, ook na zovele smeekbeden, zouden de zaken anders gelopen zijn. Ziet ge niet in, dat ge God en alle vromen beledigt, als ge niet onmiddellijk komt? "
Dat sloeg in. Óp 13 Sept. 1541 zag Genève hem weer binnen haar muren.
Calvijns tweede verblijf in Genève. (1541-1564).
I. Calvijns kerkorde. Het eerste, wat Calvijn na zijn terugkeer aan de Raad van Genève verzocht, was, dat een kerkorde zou opgesteld worden.
Volgens de reformator „kon een kerk niet bestaan, wanneer niet een bepaalde tucht werd ingevoerd, zoals ze ons door Gods Woord is voorgeschreven en in de oude kerk werd onderhouden".
De Raad ging met dit verzoek accoord en benoemde een commissie, bestaande uit de predikanten en zes raadsheren, die een concept-kerkorde zouden samenstellen. Binnen drie weken was het gereed. Het werd nu door de kleine Raad en de Raad van Tweehonderd doorgenomen en hier en daar gewijzigd.
Eindelijk, 20 Nov. 1541, werd het door de grote Raad aanvaard. De officiële naam der kerkorde was: Ordonnances Ecclésiastiques de 1' Eglise de Genève. Men mene echter niet, dat de beraadslagingen altijd van een leien dakje gingen. „Het ging weer om dezelfde zaak, een schriftuurlijke kerkorde, die aan de kerk de vrije hand zou laten, om haar eigen zaken te regelen en de staat slechts dan te hulp zou roepen, wanneer dat nodig zou zijn: om onwilligen tot de orde te roepen". (Pr.)
Vooral één zaak gaf nog al haken en ogen en dat was het recht van excommunicatie (= de kerkelijke ban).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1955
Daniel | 8 Pagina's