Het liftverbod
Voordat ik met mijn artikel begin, wil ik gaarne een paar brieven beantwoorden die ik een dezer dagen mocht ontvangen.
Ik heb een brief ontvangen van een jongen uit Venlo. Zijn legerno. is 35.04.27. 429. Deze jongen is lid van één onzer Gemeenten. Hij voelt zich daar in Venlo niet erg thuis. Nu jongen, dat kan ik best begrijpen. Die jongen reist gelukkig niet op Zondag en nu zou hij zo graag een thuiskomen hebben bij één ^an onze mensen. Ik kan die jongen niet aan een adres helpen waar hij in z'n vrije tijd, vooral des Zondags, zou kunnen vertoeven. Zou één van de lezers van „Daniël" deze jongen kunnen helpen. Mocht U zon adresje weten lezers, schrijf mij dan vlug terug. Ik beloof U: ik zal het die jongen direct doen toekomen. In afwachting dus!
In een tweede brief vraagt mij een jongen iets over de vaccinatie. Die jongen ligt in Oirschot. Hij schrijft me: „Mijn vader heeft een verzoek ingediend om vrijstelling van vaccinatie aan de Min.
v. Oorlog, reeds vóór ik in dienst moest. Dit verzoek is toegestaan, want toen ik in dienst kwam zei de dokter dat ik niet ingeënt behoefde te worden". Tot zover de brief. Dat zit goed, m'n jongen. Je vader heeft daar heel goed voor gezorgd. Vermoedelijk heeft je vader daar wel bericht van gekregen van de Minister. Als dat zo is, dan moet je dat heel goed bewaren. Je behoeft nu niets meer te doen hoor. Voor jongens die nog in dienst moeten is het een beetje anders, maar daar hoop ik de volgende keer D.V. wel nader op terug te komen. En nu m'n laatste brief. Dat is een heel andere. Van wie die eigenlijk is weet ik niet. Hij schrijft, dat hij een trouw lezer is van „Daniël" en dat hij in Dordrecht woont en voorts noemt hij de letters van zijn naam. Ik weet ook niet of het een man of een vrouw is. Wat schrijft me nu die onbekende lezer. Ik zal het maar kort weergeven. Hij heeft al geruime tijd geen stukjes meer gelezen van „Krijgsman" en nu vraagt hij hoe dat komt. Daar zit je nou, Krijgsman, want
dat is niet zo eenvoudig. Toch zou ik wel enkele redenen kunnen noemen hoor, maar ze alle te noemen is mij in Daniël niet mogelijk. Ik zal U er echter één noemen en dat is drukte. Ik ben zeer erg druk geweest. Dat brengt mijn functie mee. Ik kan U dat zo niet allemaal schrijven. Nu is die drukte aanmerkelijk minder geworden, omdat ik hulp heb gekregen. Wat ik geruime tijd alleen moest doen, wordt nu door drie man gedaan. Misschien kunt ge nu begrijpen, dat 's avonds mijn hoofd niet erg naar schrijven stond. Vervolgens moet U goed beseffen dat schrijven geen eenvoudig werk is. Ik heb voor mijn artikeltjes geen bronnen. Indien men een onderwerp behandelt aan de hand van een bepaalde bron, dan kan men daar uit putten en dan is het schrijven veel gemakkelijker. Mijn plan is echter, als de Ileere mij in 't leven spaart en mij de krachten geeft, weer regelmatig, althans meer dan in 't verleden te gaan schrijven. U bent niet de enige die mij schreef en dus zullen we maar weer proberen. Zo heb ik dan mijn post afgedaan en ga ik mijn gedachten eens zeggen over het liftverbod voor militairen. Dat is een onderweq) jongens waarvan we gerust kunnen zeggen, dat het in het middelpunt van de belangstelling staat.
Nu ben ik er niet geheel gerust onder of die belangstelling ook wel zo groot is bij hen die een luxe auto hebben. Dat zal de practijk straks wel bewijzen. Maar daar kom ik straks nog wel op terug.
Ik wil bij het begin beginnen jongens. Vóór Januari mochten jullie vrij liften. Werd er toen veel gelift? Bij sommige korpsen wèl, bij andere in mindere mate; over het algemeen werd er nog al druk gelift. Vooral Zaterdags kon het langs de weg nog wel eens behoorlijk druk zijn.
De eerste vraag die we nu eens samen gaan beantwoorden is deze: Is het nodig dat een soldaat iedere week gaat liften? Met mijn antwoord jongens, zijn jullie het vast niet eens en toch wil ik mijn antwoord geven.
Is het dringend noodzakelijk dat een militair en ik bedoel nu een ongehuwd militair van 18 a 20 jaar iedere week thuis is. Dan zeg ik beslist „neen". Is het dan zeer gewenst dat jullie iedere week thuis zijn. Dan zeg ik weer „neen". Ik weet dat ik hiermee een zeer gevoelige snaar aanraak maar toch geloof ik dat het goed is om daar eens even bij stil te staan. Ik vind het een goede eigenschap van ons volk dat het graag thuis is, dit in' tegenstelling met vele andere volkeren. En toch is het niet noodzakelijk dat een jongen iedere week beslist thuis moet zijn. Men heeft het steeds over de militairen dat die iedere week naar huis toe moeten maar zeg me eens jongens, geldt dat niet voor burgerjongens. Hoeveel burgerjongens zijn er niet, die in maanden niet thuis komen. Waarom moet die jongen die soldaat is nu persé iedere week naar huis? Kan dit beslist niet eens 1 x per 14 dagen? Is men in de gelukkige omstandigheid dat men iedere week gemakkelijk naar huis kan, ja dan zeg ik, ga naar huis jongen. Maar dat zeg ik ook tegen die burgerjongen. Vroeger kwam een soldaat ook niet iedere week thuis en toch kon dat vroeger gemakkelijker dan nu. Toen was het zo: een jongen uit Zeeland die kwam bij het 3e Regiment in Bergen op Zoom of bij het 14e Regiment in Middelburg of Vlissingen en een jongen uit Groningen kwam bij het 12e Regiment in Groningen en een jongen uit Friesland of Drenthe kwam bij het 9e Regiment in Leeuwarden of het le Regiment in Assen. Dat bestaat nu jammer genoeg niet meer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1955
Daniel | 8 Pagina's