De staat lsraël
De grenzen.
Chaim Weizmann, de eerste president van de staat Israël, heeft eens verklaard: „Ik weet, dat God Palestina aan de kinderen Israëls heeft beloofd, maar ik weet niet, welke grenzen Hij gesteld heeft. Ik geloof, dat zij ruimer waren dan die, welke ons nu worden voorgesteld en dat zij Transjordanië omvatten. Wij hebben het oostelijk gedeelte opgegeven en nu vraagt men ons, ook iets van het westelijke gedeelte prijs te geven. Als God Zijn beloften aan Zijn volk houdt, is het onze taak, als arme stervelingen, die in een moeilijke tijd leven, zoveel zij kunnen van de overblijfselen van Israël te redden."
Als men deze verklaring goed leest, tussen de regels door leest, dan blijkt, dat Israël met de thans bestaande grenzen niet tevreden is. Dat kan in de toekomst weer moeilijkheden opleveren. Want zoals uit ons vorige artikel bleek, is de vrede tussen Joden en Arabieren nog steeds geen feit. Er is alleen nog maar een wapenstilstand en dat houdt ook in, dat de grenzen nog niet definitief geregeld zijn. We kunnen hier dus slechts iets schrijven over de voorlopige grenzen.
Momenteel grenst Israël in het westen aan de Middellandse Zee in tegenstelling met vroeger, toen een groot deel der kustvlakte in handen was der Filistijnen. Daardoor kan Israël een maritieme staat worden. Weizmann zei eens: „Als het de juiste relaties aanknoopt, kan Israël een modern Fenicië worden, waarvan de schepen uitvaren tot naar de kusten van Amerika." Men moest hierbij echter opmerken, dat de Israëlieten nooit een zeevarend volk zijn geweest en dat de Bijbel hier en daar de indruk wekt, dat ze de zee zelfs gevreesd hebben.
In het zuidwesten gaat dc grens dan in een vrij rechte lijn naar de Golf van Elatli. Hier heeft Israël dus de mogelijkheid een haven in te richten voor de vaart op de Indische Oceaan enz.
Van de Golf van Elath loopt de grens weer met een tamelijk rechte lijn naar de Dode Zee en van hier in grillige vorm ten Westen van Jeruzalem langs met een grote boog naar de Jordaan bij Beisan en van hier noordwaarts naar het Hermongebergte zodanig, dat het Meer van Galilea en het Hulemeer tot het grondgebied van Israël behoren.
Van de Hermon loopt de grens dan weer westwaarts langs het oude Dan naar de Middellandse Zee.
De omwonende volkeren zijn dus: Libanon, Syrië, Jordanië, Egypte en Saoedi-Arabië, dus vijf Arabische staten.
De corridor van Jeruzalem.
Willen de Joden van uit hun staat Israël naar Jeruzalem, dan moeten ze dooi' een vrij nauwe corridor, die ingesloten wordt door Arabisch .gebied, (enigszins te vergelijken met de toestand bij Berlijn voor de westerse mogendheden.) De grens loopt daar (bij Jeruzalem) zeer grillig tengevolge van de oorlogshandelingen. De Joden hebben geen kans gezien om dit gebied te veroveren, voordat de wapenstilstand een feit werd. De oorzaak hiervan was waarschijnlijk, dat alle Joodse legeronderdelen hier de bevelen niet goed begrepen hebben, omdat die in het Hebreeuws werden gegeven, een taal, die alle officieren niet meester waren.
Wil men nu van uit het westen, b.v. uit
Tel Aviv, cle grootste Joodse stad ter wereld naar Jeruzalem reizen, clan kan men dat doen langs twee wegen en via een spoorlijn. Alle drie lopen ze door de corridor.
Alle drie zijn het wegen vol historie. 1. Neemt men de eerste weg dan komt men langs de plek, waar het Bijbelse Geser lag, clat nu opgegraven is. IToe vaak is daar geen slag geleverd. „Hoeveel duizenden manschappen zijn rondom uw citadel gevallen, o koning Horam! Op hoeveel legers en kolonnes hebt gij gedurende al die eeuwen neergezien, sedert gij voor de eerste maal cle vreemde Hebreen bij de opgang der zon over cle bergen zag snellen, op de dag, toen zelfs dc zon de overwinning hielp voltooien." (G. A. Smith).
Verder komt men langs het vroegere Kirjath Jearim, waar cle Ark des Verbonds is geweest bij kilometerpaal 15 van Jeruzalem af.
2. nemen we de meer zuidelijke weg, dan komen we langs het oude Zora waar Simson als jongen rondzwierf.
3. De spoorlijn gaat door het dal van de Bijbelse beek Sorek als een natuurlijke weg naar Jeruzalem. Hierlangs trokken oudtijds de Filistijnen het land van Israël in. Hier leefde ook Simson in zijn mannelijke jaren. Verder oostwaarts komt men dan nog langs de ruïnes van Beth Semes.
Het valt ons dus op, dat langs de 3 belangrijke wegen door de corridor naar Jeruzalem vele plaatsen herinneringen opwekken aan gebeurtenissen en personen uit Israëls grote geschiedenis. Mede daarom is deze corridor voor de Joden van Israël van het hoogste belang. En omdat dit gebied aan beide zijden door Arabische gebieden bekneld wordt, liggen hier knooppunten van spanningen, waar meer dan eens geweervuur gehoord wordt.
Jeruzalem.
Via de corridor kunnen de Joden dus langs 3 wegen nog in Jeruzalem komen. Nog altijd leeft bij cle Joden cle sterke begeerte, om Jeruzalem nog eens te zien als cle hoofdstad van cle nieuwe staat. Chaim Weizmann schreef hierover eens: „Wij willen Jeruzalem zien als de hoofdstad van Israël. Die stad is uniek in het hart van iedere Jood. De wederopbouw zal het symbool wezen van de verlossing van Israël. Het is de stad van God, de zetel van het oude heiligdom, het centrum van de historische nationale glorie, cle eeuwige moeder voor het Joodse volk."
Daarom is het voor cle Joden wel een zeer bittere pil, dat ze alleen maar de westelijke wijken van cle voorstad in hun bezit hebben, wat zij „het nieuwe Jeruzalem" noemen. De rest, dus het oude, hooggebouwde Jeruzalem is in de macht van het koninkrijk Jordanië, dus van de Arabieren.
In dat „nieuwe Jeruzalem" klopt de polsslag van de nieuwe tijd, al leeft er ook het oude hart van Joodse cultuur en traditie. Tussen dit „nieuwe Jeruzalem" en het oude, heilige Jeruzalem is een „niemandsland" en aan weerszijden daarvan is militaire bewaking, aan de ene zijde de Joden, aan de andere zijde cle Arabieren.
En toch hebben de Joden in het oude Jeruzalem dierbare plekken. Daar hebben ze voor de oorlog gebouwd de Hebreeuwse universiteit en het Hadassaziekenhuis, daar ligt het Tempelplein, waar eens Israëls eredienst was en waar nu het Verheven Heiligdom van cle Islam pronkt. Dat Tempelplein was eens omringd door een zware buitenmuur, waarvan aan de westzijde nu nog een deel bewaard is: de Klaagmuur. Opgravingen hebben aangetoond, dat deze muur staat op muurblokken van de tempel uit Nehemia's dagen en daaronder ligt nog het fundament van de tempel van Salomo.
Eeuwenlang kwamen de Joden uit allerlei landen naar de Klaagmuur om daar te bidden. „In cle morgenstond schitterden de dauwdroppen aan de grasbundels, die in de voegen groeien: an weende de Klaagmuren met de kinderen Israëls mee." (v. Dursen). In die voegen hebben talloze pelgrims spijkers geslagen: En Ik zal hem als een nagel inslaan in een vaste plaats." (Jes. 22 : 23) Maar nu komen geen Joden meer bij de Klaagmuur. Want de oude stad binnen
de muren en de poorten is Arabisch en voor de Jood: „Verboden toegang." Zo werd het stil bij de Klaagmuur. .. .
E11 dat kunnen de echte Joden niet goed zetten.
Zo is Jeruzalem een stad van spanning, begeerd door nationalisme en religieus sentiment. Maar afgezien hiervan zijn er nog zeer veel vrome Joden, die vast geloven, dat gans Jeruzalem eens weer de stad wezen zal voor het volk Israël, wat zal geschieden als de Messias met bazuingeschal zijn intocht zal houden in Zion, Joden die denken aan de oude woorden: Maar weest gijlieden vrolijk en verheugt u tot in der eeuwigheid in hetgeen Ik schep; want ziet, Ik schep Jeruzalem een verheuging en haar volk een vrolijkheid. En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem en vrolijk zijn over Mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden de stem der wening, noch de stem des geschreeuws." (Jes. 65 : 18, 19).
Voor het verdwaasde bondsvolk, helaas.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1954
Daniel | 8 Pagina's