Vrije-tijdsbesteding
De winter met z'n lange avonden staat weer voor de deur. Men zou geen echte Hollander zijn, als men niet van die gezellige winteravonden hield. Het hele gezin zit bij elkaar in de lichte, warme huiskamer, ieder is bezig met z'n eigen werk, dat af en toe wordt onderbroken voor een korte gedachtenwisseling. Het kan tóch gezellig zijn, ook al wordt er niet veel gesproken. Of stellen we het Hollandse gezin misschien te idealistisch voor? Vinden we nog ergens die gezellige, huiselijke sfeer in de gezinnen?
We spreken nu maar niet eens over het moderne gezin in de grote steden: Vader heeft een kaartavond, moeder is op visite, de zoon naar de bioscoop, de dochter gaat dansen. Misschien past een student op de kleuters. En dit is geen uitzondering, zo gaat het avond aan avond, in duizenden gezinnen. Een ontstellende werkelijkheid.
Hoe is het in onze gezinnen? Heeft het jachtige leven van onze eeuw nagelaten een stempel te drukken op ons gezinsleven? Vader is soms tot laat in dc nacht bezig met de boekhouding, óf hij moet overwerken. De oudste zoon heelt een vergadering, de tweede gaat drie avonden per week naar een cursus, de dochter heeft zóveel huiswerk, dat moeder de hele avond geen woord mag spreken.... Zo zouden we kunnen doorgaan. We ontkomen er haast niet meer aan.
Is er dan nog sprake van vrije tijd? Zo ja, hoe besteden we die? Of zitten we ermee verlegen? Men hoort zo vaak spreken over „de tijd korten", „de tijd doden" zelfs. Of we doen iets voor „tijdverdrijf". Al deze dingen hebben niets te maken met „vrije-tijdsbesteding".
Vrije-tijdsbesteding betekent dat we onze tijd, die we niet nodig hebben voor ons dagelijks werk, nuttig besteden, zo productief mogelijk maken.
De techniek heeft het ons zo gemakkelijk gemaakt: Eén draai aan de knop van de radio en die hoorn des overvloeds giet voor „elck wat wils" uit. In vele gezinnen is men er zo aan gewend dat niemand het hoort, dat hij aanstaat! liet moge ouderwets klinken, maar één van de belangrijkste factoren in onze vrije-tijdsbesteding is voor ons nog altijd: lezen. En dan doet zich opnieuw een vraag voor: Wat lezen wij?
Wellicht grijpen we allereerst naar de krant. Hoe weinig verkwikkend het nieuws ook meestal is, we moeten er kennis van nemen. Krantlezen is óók een kunst.
We moeten niet alleen de grote koppen lezen om zonder veel moeite tóch op de hoogte te blijven. Misschien wordt onze zucht naar sensatie erdoor bevredigd, maar we houden er niets van over.
Het nieuws op zichzelf is ook niet het voornaamste. Alle gebeurtenissen moeten we zien in het raam van het grote wereldgebeuren. Het is niet zo belangrijk dat er weer een conferentie is mislukt, dat er een vliegtuig is verongelukt, dat er een grote brand heeft gewoed. Maar al deze gebeurtenissen wijzen ons heen naar de komst van Gods Koninkrijk. We moeten ons niet verwonderen over de chaotische toestand op de wereld of over de geweldige vooruitgang van wetenschap en techniek. In de krant staat eigenlijk dagelijks met andere woorden precies hetzelfde wat Christus heeft gezegd in Zijn profetische rede. Bekend is het woord van Newton: „Ik lees in de krant hoe God de wereld regeert." Als we het zó zien, dan blijft het ook niet gelijk, wélke krant we lezen. Het komt helaas nog voor dat men in onze kring neutrale of liberale dagbladen leest. De invloed die van deze bladen uitgaat op onze gezinnen, mag niet worden onderschat.
Behalve de krant lezen we een boek, zowel voor onze ontwikkeling als voor onze ontspanning. Er zijn niet zoveel goede boeken. Als we in deze geschenkentijd eens stilstaan voor de etalages van de boekhandel, dan twijfelen we soms of er nog wel goede boeken gelezen worden, ja, of er nog wel goede boeken aan de markt komen.
Er is zoveel waardeloze lectuur. Waardeloos op cultureel gebied en gevaarlijk op moreel en religieus gebied. In Amerika heeft men een onderzoek ingesteld naar het verband tussen het lezen van stripverhalen en beeldromans en de toenemende misdadigheid. Dat heeft ons wel iets te zeggen. De Roomse Kerk heeft een index, een lijst van verboden boeken. Dat moet voor ons niet nodig zijn. Wij moeten „nee" zeggen tegen al die verderfelijke lectuur omdat we „ja" zeggen tegen goede lectuur. Want er zijn toch nog zóveel goede boeken dat we niet verlegen behoeven te zijn met onze vrije tijd.
De ouderen klagen erover dat de jeugd niet meer leest, niet alleen in onze kring, maar ook in andere kerkelijke bladen wordt aandacht aan dit verschijnsel besteed. Iemand schreef onlangs: „Dit geslacht verslindt alleen nog wat prentjes." Maar hij constateerde bijvoorbeeld een ontstellend tekort aan kennis van onze historie.
We pretenderen niet, het laatste woord over dit onderwerp te hebben gesproken, wij wilden er slechts aandacht voor vragen. Vandaar misschien dat we meer negatief dan positief zijn geweest.
Laten onze gezinnen op de regel, dat de tóch al zo beperkte vrije tijd niet productief genoeg wordt besteed, de uitzonderingen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 december 1954
Daniel | 8 Pagina's