JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HET OFFER DES HEEREN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET OFFER DES HEEREN

Brieven uit de gevangenis

5 minuten leestijd

I.

Met welk een vooruitziende blik heeft Jezus Zijn discipelen onderwezen van hetgeen Zijn gunstvolk zou overkomen hier op aarde. In de wereld zouden zij verdrukking hebben. Jammer en ellende zou hun deel zijn.

Zij zouden ook vervolgd worden, gemarteld en gedood worden; voor stadhouders en koningen geleid en van allen gehaat worden.

Hoe vaak zijn in de wereldgeschiedenis deze woorden bewaarheid! Wat heeft de duivel geraasd om Gods werk ongedaan te maken! Maar het is hem nooit gelukt, want wie volstandig zou blijven tot het einde, die zou zalig worden.

Wat is het al lang geleden, dat ook in onze steden en dorpen de schavotten dropen van het bloed, de brandstapels laaiden en in het IJ bij Amsterdam de zakken dreven met de lijken van vermoorde vrouwen.

We kunnen ons dit haast niet indenken. Het lijkt overdreven en onwaarschijnlijk. O, er zullen zeker schrijvers zijn geweest, die een en ander hebben overdreven!

Maar wie de moeite neemt eens te lezen „Het Offer des Heeren", die zal diep ontroerd worden en zeggen: Was het werkelijk zo erg? Dan moet men wel tot de slotsom komen, dat onze zalige voorouders onmenselijk hebben geleden.

Het Offer des Heeren is n.1. geen opgesmukt verhaal, maar een verzamelboek van brieven, die de ter dood veroordeelden in de gevangenis schreven aan hun vrienden en verwanten. Hoe die brieven uit de gevangenis werden gesmokkeld is niet bekend. Dit vermeldt het boek niet. Dat was zeker de moeite niet waard. In de laatste helft van de 16e eeuw heeft Tileman van Braght deze brieven verzameld en uitgegeven. Van 1562 tot 1599 is dit boekje 11 maal opnieuw gedrukt. Wel een bewijs hoe de lezers van die dagen deze lectuur op prijs stelden. Er heerste toen wel een andere mentaliteit als in onze dagen, 1111 men liever grijpt naar een roman dan naar een degelijk boek, dat de weg ter zaligheid leert.

We stellen ons wel eens voor, dat onze voorouders 11a de Synode van Dordrecht voor het eerst een Bijbel, de Statenbijbel, in handen kregen. Niets is echter minder waar. Wie de brieven in Het Offer des Heeren leest, wordt getroffen door de Bijbelvastheid van de vervolgden. Deze ter dood veroordeelden hadden in de gevangenis natuurlijk geen Bijbel tot hun beschikking. Toch lezen we in één enkele brief tientallen aangehaalde Bijbelteksten. De taal waarin ze schreven was de tale Kanaans, die ze kenden, niet alleen in de praat, maar vooral in de daad.

Wat brengen wij daarvan toch weinig terecht! ondanks ons christelijk onderwijs, ondanks catechisatie, verenigingsen kerkelijk leven.

Met welk een blijmoedigheid hebben de martelaars van hun geloof getuigd! Met vuur en overtuiging spraken zij voor hun beulen van de liefde Gods die in Christus is. En, hoe kunnen wij het rijmen.. zij baden voor hun kwelgeesten.

En nu moet men niet denken, dat het alleen oudere en doorgeleide Christenen waren, die de marteldood vrijmoedig ingingen. Neen, er waren er onder uit alle lagen der maatschappij en ook veel jonge mensen.

Hier volgt een Belijdinghe van een teeder Meysken, geheeten Elisabeth, dewel eke tot Leeuwarden gevangen ende ghedoot is int Jaer 1549.

Als de heren haar bij de rechtzitting vragen wie haar in de ketterse leer onderwezen hebben, dan antwoordt zij: „Och neen, mijn Heeren, laat mij in desen toch met vreden ende vraecht mij nae mijn Ghelove, dat wil ick u soo gheerne segghen".

De heren dreigden haar met: „Wij sullent u wel soo banghe maecken, dat ghijt ons wel segghen sult".

Waarop Elisabeth antwoordt: „Ick hope door de ghenade van Godt, dat hij mijn tonghe bewaren sal, dat ick gheen verraderesse worde ende mijne broederen niet en levere in den doot".

Als de heren haar vragen of zij haar zaligheid in de doop zoekt, antwoordt zij: „Al dat water van de zee mocht mij niet salich maecken".

Aan het slot van de rechtzitting betuigt Elisabeth: „Ick beken, dat ick overtreden heb tegen de ordinantie van de paus, dewelcke de keyser met placcaten bevesticht heeft, maar bewijst mij in eenighe articelen, dat ick overtreden heb teghen mijn Heer ende mijn Godt".

Daerna leiden se in den Pijnigtoren. Doen sprack de Procureur Generaal: „Meester Hans, tast haer aen".

Doen setten sij haer de duijmijsers op beide haer duymen ende op beyde haer voorste vingheren, dattet bloedt tot haeren nagelen uitspranck.

Elisabeth riep: „Help mij, o Ileere, uw arme dienstdeerne!'! Doen sij noch niet wilde belijden, setten sij haer twee schroefijsers op beyde schenen.

Doen beswijmde sij. Het arme kind werd nadat zij weer bijgekomen was, verder gemarteld. Maar het mocht de heren van het gerecht niet gelukken haar van haar kinderlijk geloof af te brengen. Hoe overtuigend en voor ieder bevattelijk zij van haar Heiland sprak, het kon de heren niet vermurwen. Hier gold het weer: Zij hebben mij zonder oorzaak gehaat.

En clan volgt het slot van deze gruwelijke moord op een lief kind van God. Iiiernae is cle sentencie over Elisabeth ghegaen, int jaer 1549, den 27. dach van de Meert, ende is veroordeelt ter doot, ghedrenct te worden in eenen sack, ende heeft also haer lichaam Code op geoffert.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1954

Daniel | 8 Pagina's

HET OFFER DES HEEREN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1954

Daniel | 8 Pagina's