JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

RONDOM KERK EN STAAT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM KERK EN STAAT

6 minuten leestijd

Alvorens over de ministeriële regeervorm nog iets op te merken, zij hier een verschrijving hersteld uit no. 6 over de Raad van State: daar de kroonprinses van rechtswege lid van deze vergadering wordt, is er natuurlijk geen benoemingsbesluit voor Haar nodig op haar 18e jaar.

Over de parlementaire geschiedenis van ons land zijn boekdelen geschreven. De bedoeling van deze artikelen is er de hoofdlijnen van te laten zien. Uit de eerbiediging van het gezag die van ons in het vijfde gebod geëist wordt volgt, dat wij nooit smalend over onze regeerders mogen spreken. Wij hopen dat ook nimmer te doen. Zij dragen een grote verantwoording en zullen ook daarvan eenmaal rekenschap geven. Maar dat sluit billijke critick niet uit; er kan zelfs felle strijd ontstaan. Als 't dan maar om des beginsels wille is. En is er al eensdoor een der ministers in de Kamer gezegd: „het ministerie is geen kerkeraad", dan zij er op gewezen dat ook zuiver stoffelijke belangen, als het beheer der geldmiddelen, deelname in bedrijven, emigratie enzovoorts onder de belichting van beginselen vallen. Wat kan men nu opnoemen dat ons als christenen geheel onverschillig zou zijn?

Wij zagen dus reeds dat, le de koningin na de verkiezingen aan iemand (soms ook aan twee personen) opdracht geeft • een kabinet saam te stellen; 2e dat men sedert 1868 vasthoudt, dat er geen ministerie mag optreden in strijd met de staatkundige strevingen van de meerderheid der Tweede Kamer. In speciale gevallen, als de nood dringt, wordt hiervan wel afgeweken; er ontstaat dan een extra-parlementair kabinet. De reden daarvan kan zijn: oorlogsgevaar, ook gebrek aan overeenstemming tussen de partijen. Er moet ten slotte toch geregeerd worden. Extra-parlementair was het Kabinet-de Geer in 1927, nadat het Kabinet-Colijn was afgetreden wegens terugroeping van de gezant bij de Paus, waarin de S.G.P. de hand had, waarop wij als voorbeeld van regeren nog even zullen terugkomen. Men heeft toen circa 4 maanden zonder regering gezeten omdat de roomsen zo beledigd waren! De ambtenaren deden toen de zaakjes maar af, de ministers waren demissionnair, d.i. zij ontwikkelden geen regeerkracht meer.

Het ligt voor de hand, dat er nog al eens verschil van mening bestaat. Dat heeft zijn goede zijde; het volk spreekt zich uit en is niet, zoals in Spanje, aan een dictator onderworpen. Daar mag men alleen maar ja-knikken. In ons land kan men nog voor de vrijheid des volks opkomen. Intussen grijpen de zaken van landsbestuur diep in. Dat blijkt b.v. daaruit, dat men thans een sociaal-gerichte regering heeft, nu de Partij van de Arbeid zoveel stemmen aantrok. De Rooms Katholieken werken met hen samen, al is er wel eens wrijving. Ook de roomsen staan een krachtige sociale politiek voor. De rest van het volk, christelijk of wel vrijzinnig-liberaal, loopt er zo'n beetje achteraan.

Wanneer nu de stembus gesloten is, worden de kamerzetels verdeeld. Dat is ook weer een werkje-apart.

Daar nog geen der partijen de volstrekte meerderheid kan halen (er zijn 100 zetels in de Tweede Kamer) wordt er naar een bondgenootschap gezocht, dat ruim 50 zetels vertegenwoordigt. Dan is zulk een regering wanneer zij benoemd is zeker van haar mensen. Dit betekent niet dat het altijd koek en ei is, neen, het kost soms moeite om binnen de regering de vrede te bewaren.

In de praktijk is het vaak zo, dat de samenwerkende partijen heel gewoon de ministerszetels verdelen. Vindt een der deelnemende groepen het nog niet helemaal billijk, dan maakt men er voor haar soms een ministerie bij. Allicht kan een of ander volksbelang zo opgeschroefd worden dat er een apart ministerie voor nodig wordt geacht.

Beter was het wanneer men zich eens gelegen liet liggen aan de geestelijke belangen van het volk. Het lijkt er nu erg op, dat er niets hogers bestaat dan geldelijk voordeel, sport, recreatie, vrije tijdbesteding, volkshuizen, ouderdoinsvoorziening, sociale wetten en dergelijke meer. Ondertussen is er weinig oog voor de heiliging van Gods Naam en Dag in het openbare leven; ja, daaraan wordt door overheidsmaatregelen schade berokkend. Dit verkeerde voorbeeld van rijk, provincies en gemeenten werkt funest op het volk in. Juist doordat ons volk zo ver van Woord en kerk af leeft, is het zo vatbaar voor afdwaling. Al wat er geschiedt komt het hart van de gevallen mens in het gevlei. Boven een volk, dat zozeer vervreemdt van de dienst des Heeren moest een regering staan die het daarnaar terugriep.

Onder onze lezers bevinden zich ongetwijfeld mensen die staatsinrichting leren. De fijne kneepjes er van vragen breedvoerige uiteenzetting, die voor anderen soms weer wat „droog" wordt. Laat mij thans besluiten met een nietwereldschokkend maar toch eigenaardig voorval.

Toen in 1913 het a.r.-ministerie Heemskerk moest wijken, trad het extra-parlementaire Kabinet-Cort van der Linden op. Dit kabinet bracht het algemeen mannen-en vrouwenkiesrecht en beleefde de eerste wereldoorlog. Deze mr. P. A. Cort van der Linden was een manop-leeftijd, fel verbeten voor zijn tegenstander en een geconfeit liberaal. Hij had een zilverwitte puntbaard en harde, staalblauwe ogen. Geheel reglementair en parlemenatir was hij aan 't roer gekomen.

Een ander politicus was ook niet voor de poes: Jhr. mr. de Savornin Lohman, leider van de Clirist. Hist. Partij. Deze had een grote haviksneus, scherpe oog-

jes en twee bakke-baardjes, zoals men toen veel zag. Hij was een man van grote juridische kennis met een aangeboren gevoel voor recht. Met Abr. Knijper is hij ten slotte in conflict gekomen, en toen is de Chr. Hist. Partij ontstaan. Knijper en Lohman correspondeerden druk, maar telkens zaten zij elkaar in de haren. Die correspondentie is allemaal bewaard gebleven.

Maar nu het geval, hierboven bedoeld. Nadat in Sept. 1913 het werk was aangevangen en Cort van der Linden in zijn departements-werkkamer was getrokken, liet de Savornin Lohman zich aandienen. Daar zaten zij recht tegenover elkander; twee mooie jongens! Cort van der Linden zat steil overeind achter zijn bureau; de andere zat er vóór.

— Wat voert U hierheen, meneer Lohman?

— Ik kom eens vragen wat dat allemaal beduidt. Bent u nu heus van plan lang te blijven zitten?

Lohman doelde natuurlijk op heel het kabinet en hield zich of hij de gang van zaken niet begreep.

Nu strekte Cort van der Linden nog meer de rug dan altijd; zijn felle blauwe ogen boorden zich in die van de haviks-man daar voor hem en hij beet hem toe: „Ja. Natuurlijk. Zo lang mogelijk." — „O, " zei Lohman; nou, dan ga 'k maar weer heen."

Cort staat er bij mij niet goed op. Hij bracht een algemeen mannen-en vrouwenkiesrecht, dat in wezen revolutionnair is. En hij liet toe dat er lijkverbranding kwam; althans, hij bleef in gebreke de Wet te verduidelijken, waar dooi dat gedoe de kop zou zijn ingedrukt. Nu zitten we er nóg mede.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1954

Daniel | 8 Pagina's

RONDOM KERK EN STAAT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1954

Daniel | 8 Pagina's