Niet te rade met vlees en bloed
„Zo hen ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed." (Gal 1 : 16b.)
De Apostel Paulus is verdacht gemaakt in Galatië door de zogenaamde Judaïsten. mensen van de zware godsdienst uit de wet; zij verdachten Paulus' bekering en bijzonder zijn leer of evangelie welke bij de Galaten verkondigd had.
En helaas, in de nog jonge gemeente dei-Galaten verkregen de zware broeders ingang door hun gewichtigheid en zwaardoenerij, en omdat de jonge Christenen uit de heidenen daarin alie onderscheid nog misten. Alzo werden de Galaten onder een juk der wettische dienstbaarheid gebracht, waardoor de luister der vrije genadeleer werd ontluisterd en daardoor de drieënige God der genade onteerd en ontkroond.
Dit alles was aanleiding tot het schrijven van de kostelijke Galatenbrief, waarin hij allereerst zijn eertijds bericht, openbaar in vijandschap tegen de gemeente Gods welke hij vervolgde en trachtte te verwoesten.
Vervolgens schrijft hij over zijn krachtdadige bekering en roeping tot het apostelambt. Opdat ik dezelve, namelijk Christus, door het Evangelie onder de Heidenen zou verkondigen.
In onze tekst vermeldt de Apostel zijn Gode welbehagelijke wijze van doen, namelijk dat hij niet te rade gegaan is met vlees en bloed in deze gewichtige zaak.
Luther schreef hierover, de Apostel heeft er recht in gehandeld, dat hij niet met vlees en bloed is te rade gegaan; het zou toch een goddeloosheid zijn geweest, als hij de Goddelijke openbaring eerst door mensenwoord had willen laten bekrachtigen, als iemand er aan zou getwijfeld hebben. De Apostel is niet te rade gegaan met Petrus, Johannes, Jacobus en de anderen, in deze zaak, niet omdat hij ze miskende, integendeel, doch omdat in zijn ziel niet de minste twijfel was betreffende de Goddelijke opdracht tot dat werk.
Ook is hij niet te rade gegaan met eigen eer of voordeel, want dit alles lag in het tegenovergestelde, ook dit heeft hij schade en drek mogen achten om Christus' wil. Met vleselijke rust en veiligheid heeft hij evenmin gerekend en overleg gepleegd, doch heeft zich onvoorwaardelijk overgegeven, zijn leven niet achtende heeft hij het veil gehad voor Christus.
O, dierbaar geloof, wat alleen te rade gaat met God, wat wilt Gij dat ik doen zal, en het Goddelijk bevel opvolgende niet te rade gaande met vlees en bloed. Heeft Noach te rade gegaan met vlees en bloed toen de Heere hem opdracht gaf tot het bouwen der ark? Neen toch. (Hebr. 11 : 7) „Door het geloof heeft Noach door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien werden, en bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin."
Noach heeft niet geraadpleegd met anderen betreffende de Goddelijke opdracht, eerstens, of deze wel van de Heere was, en ten andere, of hij dezelve wel zou opvolgen, zulk een wijze van doen zou zeer goddeloos geweest zijn. Niet te rade gaan met vlees en bloed sluit echter de innerlijke en uiterlijke strijd niet uit gelijk wc dit klaar zien in Mozes, welke de Heere opdroeg naar Farao te gaan en als leidsman werd aangesteld om Israël te leiden uit Egypte naar het beloofde land.
Onbekwaamheid, ongeschiktheid en onvrijnioedigheid deed Mozes uitroepen: Och Heere, zendt toch door de hand desgenen dien Gij zoudt zenden, doch overreed en gesterkt is hij gegaan in des Heeren kracht.
Ook Gideon heeft vanwege de zwakheid zijns geloofs tweemaal een teken van de Heere begeerd, hetwelk hem verleend is tot sterking van zijn geloof. De Heere weet wat van Zijn maaksel zij te wachten, hoe zwak van moed wij zijn en klein van krachten.
Hoe bitter, ja, droevig is voor Gods kinderen en knechten het te rade gaan met vlees en bloed.
Zo verviel Abraham tot de leugen zeggende tot Sara, uit vreze voor zijn leven: „Zeg toch zij is mijn zuster", alsmede ook zijn opvolgen van Sara's verzoek om tot Hagar in te gaan.
Hoe bitter zijn de gevolgen voor Jona geweest en voor de naar Bethel gezonden profeet, welke, als gevolg van het te rade gaan met vlees en bloed, door een leeuw gedood werd.
Anderzijds, hoe Godeverheerlijkend zijn de vruchten van het niet te rade gaan met vlees en bloed in de drie jongelingen welke weigerden te buigen voor liet gouden beeld van Nebukadnezar. Hoor hun Godverheerl ijkend getuigenis tot de koning en zijn groten: „Wij hebben niet van node u op deze zaak te antwoorden." „Zal het zo zijn, onze God, die wij eren, is machtig ons te verlossen uit de oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uwe hand, o koning, verlossen. Maar zo niet, u zij bekend, o ko-
ning, dat wij uwe goden niet eren." zullen
Hoe noodzakelijk toch in alles is ons Davids bede:
„Och schonk Gij mij dc hulp van Uwen [Geest,
Mocht die mij op mijn paan ten leidsman [strekken.
7c Hield dan Uw ivet, dan leefd' ik [onbevreesd' enz.
Want buiten en zonder des Gcestes verlichting en leiding gaan wij altijd te rade met vlees en bloed, leunen en steunen wij op eigen verstand en inzicht of op dat van anderen en bewandelen een weg, die wel recht schijnt doch ten laatste blijkt een weg des doods te zijn. Het niet te rade gaan met vlees en bloed, wil niet zeggen dat in alle zaken, het geestelijk leven betreffende, geen raad gevraagd mag worden aan zulken die met genadelicht, godsvrucht en wijsheid begiftigd zijn, integendeel, zulks kan zeer nuttig en profijtelijk zijn als strijd en twijfelmoedigheid in zekere zaak, ons hart vervuld.
Samuel, nog geen klaarheid en onderscheid hebbende betreffende de sprake Gods, liet zich door Eli onderwijzen in deze, of gelijk de kanttekenaren ter plaatse opmerken dat hij, namelijk Samuel, de roepende stem des Heeren niet kende daar hij die niet gewoon was te horen, of, hij had nog geen verstand van die manier van openbaringen, door welke de Heere door aanspraak aan de mensen verschijnt.
Evenwel in alle zaken moge onze bede zijn of worden:
Heer! Wijs mij toch Uwe wegen, Die Gij wilt dat ik zal gaan. Tot dezelven maakt genegen Mij, en doe mij die verstaan. Leer en stier mij naar Uw woord, In Uwe waarheid geprezen. Gij zijt mijn hulp dies nu voort, Wacht ik op U in dit wezen.
Ps. 25 : 2 (oude rijm).
Ds M. BLOK,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1954
Daniel | 8 Pagina's