Godsbestuur
Een arbeider, die te voet door Rusland reisde, trok in de winter door een ëenzame streek, waar wijd en zijd geen menselijke woning te zien was. Hongerig en vermoeid van de verre wandeling, tot neerzinkens toe uitgeput, raapte hij al zijn krachten bijren, en snelde voorwaarts, om eindelijk het doel van zijn reis te bereiken
Maar plotseling stond hij verschrikt stil; op de weg lag een zwart voorwerp in de witte sneeuw; wat kon dat anders zijn dan een wolf?
dat anders zijn dan een wolf? Zou hij terugkeren ? Dat kon hij niet. De afstand, die hij al doorlopen had. was te groot; hij moest vooruit, en naderde de wolf.
Doch het was geen wolf, maar een groot brood, dat daar lag: voedsel voor de hongerige man!
De zaak was heel eenvoudig. Een proviandwagen was er voorbij gereden, en het brood was er afgerold. Maar al was de zaak eenvoudig, het was toch alles gebeurd onder des Heeren genadig bestuur, .Die deze man niet wilde laten omkomen van gebrek. Deze arbeider mocht ook door genade opmerken, dat het een Godsbestuur was, en dankte de Heere met ontroerd hart.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1954
Daniel | 8 Pagina's