JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Om de eenheid en vrede der Kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Om de eenheid en vrede der Kerk

6 minuten leestijd

RONDKIJK

Wie de titel boven dit stukje leest, denkt wellicht, dat het deze keer eens over de scheuringen in onze kerken zal gaan. Maar dan heeft men het mis. „Daniël" is geen strijdblad en mengt zich daar niet in. „Om de eenheid en vrede der Kerk" is de titel van een kort geleden verschenen, door Dr J. de Groot uit het latijn vertaald werk van Johannes Calvijn, dat uw rondkijker met veel belangstelling heeft gelezen. Daarom kan hij niet nalaten, onze jongens er iets uit te vertellen. Op gevaar af dat ik daarmee enigszins op het terrein kom van mijn veelbelezen vriend Lamoré, die in de rubriek Kerkgeschiedenis het leven en het werk van Calvijn juist aan een beschouwing onderwerpt. Dat moet hij mij dan maar vergeven!

In de eerste plaats merk ik op, dat er in onze tijd gelukkig hernieuwde aandacht geschonken wordt aan Calvijn en zijn geweldige schriftelijke nalatenschap. Bij de uitgeverij H. A. van Bottenburg te Amsterdam worden Calvijn's commentaren op de zendbrieven, opnieuw vertaald uit het latijn, uitgegeven. De uitlegging op de zendbrief van de Romeinen is reeds verschenen. Van dezelfde persen kwam nu dit werkje, vertaald naar de latijnse uitgave van Baum, Cunitz en Reuss. Dit boekje van Calvijn behoort niet tot de geschriften van de hervormer, die het meest bekend zijn. Het is door hem geschreven in de critieke fase van het wankelende en bedreigde Protestantisme en het heeft er niet weinig toe bijgedragen om te verhinderen, dat de kerken der Reformatie onder het bedriegelijke voorwendsel van pacificatie, onder het juk van de paus zouden worden teruggebracht.

Wat toch was het geval? Het Protestantisme in Duitsland, had een geduchte knauw gekregen. De Schmalkaldische oorlog, die van 1546—1547 door de protestantse vorsten van het Duitse Rijk tegen de keizer en zijn roomse bondgenoten was gevoerd, was op een mislukking uitgelopen. De keizer lïad een geweldige overwinning behaald en wat zou hem verhinderen, nu de militaire kracht der protestantse vorsten gebroken was, zijn rijk weer geheel onder de roomse religie te brengen? In de Zuid-Duitse steden, de bolwerken van de reformatie, en ook in Zürich en Genève zag men de toekomst met bange zorg tegemoet. De leiders der reformatie kregen van alle zijden brieven, die getuigden van diepe neerslachtigheid en angstige spanning. Het zou wel eens op een strijd van bloed en tranen kunnen uitlopen. De keizer speculerend op die geest van teleurstelling en moedeloosheid liet het voorkomen alsof hij toegeeflijk was t.o.v. de protestanten; in 1548 werd op de te Augsburg gehouden Rijksdag het beruchte Augsburgse Interim aanvaard, waarin voorlopig werd vastgesteld op welke voorwaarden de vrede tussen roomsen en protestanten en de eenheid der kerk zou worden bewerkstelligd. Dit Augsburgse Interim was opgesteld door de roomse Julius Pflug en Michaël Helding, met medewerking van de protestantse Johannes Agricola, destijds hofprediker van de keurvorst van Brandenburg. Het was echter in feite geheel rooms; de concessies aan de protestanten gedaan waren van geen betekenis, dan alleen dat het vieren van het H. Avondmaal onder beide gestalten en het huwelijk der priesters in bepaalde gevallen werd toegestaan, tot op de tijd, dat een algemeen concilie daarover nader zou beslissen.

De keizer voerde dit Interim in enkele Zuid-Duitse steden met geweld door en verbood op straffe des doods er tegen te schrijven. Niettemin gebeurde dit toch, al mankeerde het aan een magistrale weerlegging in grote stijl. Bullinger uit Zürich spoorde Calvijn aan zijn welversneden pen op te nemen, om het bedrog te ontleden en het ingezonken protestantisme met nieuwe moed te bezielen.

In het voorjaar van 1949 verscheen dit (thans opnieuw vertaalde) werkje, waarin het „Interum aldultero germanum" zoals Calvijn het verachtelijk noemde aan scherpe critiek werd onderworpen. Op het titelblad stond: „Cavete a fermento Pharisaeorum": „wacht u voor de zuurdesem der farizeën." In de franse uitgave noemt Calvijn de mannen van het Interim verachtelijk „ces beaux moyenneurs" — valse bemiddelaars! Met diepe ernst vermaant Calvijn de protestanten liever duizend doden te sterven, dan de vrede en eenheid der kerk te verwerven ten koste van de verloochening der waarheid.

Met grote slagvaardigheid veerlegt hij de argumenten van zijn tegenstanders en ontmaskert hij hun sinistere bedoelingen. Uit de historie bewijst hij. dat de reformatie de steun geniet van de oudheid en de bewijsvoeringen uit de H. Schrift zijn bij hem het einde van alle tegenspraak. Hoe bijtend is soms de spot en snijdend de ironie, waarmee hij tegen , , de bemiddelaars" van leer trekt! Het is een strijdschrift, waarom de markante figuur van Calvijn groot te voorschijn treedt.

Onze jongens moeten dit werk op de vereniging aanschaffen èn — grondig bestuderen. Het is de moeite waard. De geleer-de vertaler dr de Groot heeft het ingedeeld in tien hoofdstukken, waarvan ik er enkele noem. Eerst over , , de ware vrede, die moet rusten op de waarheid." Dan het hoofdstuk over „de rechtvaardiging door het geloof." Mooi zijn daarin de vijf stellingen over het geloof. „In de eerste plaats" — zo schrijft hij — is het een vaste overtuiging, waarmee wij het Woord, dat door de profeten en apostelen gebracht is, aannemen als de waarheid, die van God afkomstig is. In de tweede plaats let het in het Woord Gods in het bijzonder op de uit genade gegeven beloften en met name op Christus, die daarvan het onderpand en het fundament is, zodat wij rust vindend in de vaderlijke gunst van God, een zekere hoop op de eeuwige zaligheid durven koesteren. In de derde plaats is dit geloof maar niet een blote kennis, die ronddwarrelt in het bewustzijn, maar het brengt ook een levend verlangen met zich mee, dat woont in het hart. In de vierde plaats vindt dat geloof niet zijn oorsprong in de scherpzinnigheid van het menselijk verstand of in eigen aandoening van het hart, maar het is een heel bijzonder werk des Heiligen Geestes, die alleen de verstanden verlichten en de harten Verzegelen kan. En tenslotte ervaren niet alle mensen zonder onderscheid deze krachtdadige werking van de Heilige Geest, maar alleen zij, die verordineerd zijn tot het leven." Ziedaar een staal van de gedegen uitspraken van Calvijn, waarmee hij zonder omslag op de hoofdzaken ingaat. In hoofdstuk 4 behandelt hij „de dienst van God" en waarom geen concessies gegeven kunnen worden.

Ieder hoofdstuk is even zakelijk, over de kerk, en vooral ook over de sacramenten. De bepaling van de leer over de heilige .Doop — waarop hij in het Naschrift terug komt — is kostelijk. Dit bestek laat jammer genoeg niet toe er verder op in te gaan, ik wil het echter warm aanbevelen. In deze tijd van onvrede en onenigheid in de kerk in zijn geheel, is het goed dat het uit de vergetelheid weer naar voren is gebracht. Het is nog even actueel als 400 jaar geleden. De ware eenheid en vrede der kerk is alleen mogelijk door de band van het ware geloof en een onvoorwaardelijke onderwerping aan de ganse Heilige Schrift. Daarop legt Calvijn de nadruk en het is ook het enige veilige kompas, waarop men op het streven naar eenheid kan varen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1954

Daniel | 8 Pagina's

Om de eenheid en vrede der Kerk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1954

Daniel | 8 Pagina's