Kerkgeschiedenis
CALVIJN
Tijdens zijn rechtsstudie komt er weer een schommeling in zijn leven: hij schakelt na het behalen van zijn doctorstitel rechten (1532) over op de studie der z.g. humaniora d.i. vooral de studie van het Latijn en Grieks c.a.
Maar ook dit heeft hem ten slotte niet bevredigd. II ij bereikte echter, dat zijn belezenheid van de klassieke schrijvers enorm was, wat hem later bij zijn theologische arbeid uitnemend te stade kwam.
Calvijn's bekering. Terwijl liij nu weer te Parijs was, schijnt zijn bekering te hebben plaats gegrepen.
Veel is er over die bekering geschreven, veel gevorst, maar het rechte weet men er niet van.
Calvijn sprak weinig over zijn zieleleven. Hij had er een grote alkeer van, over zichzelf te spreken. Alleen in de voorrede van zijn verklaring der Psalmen komt nog een passage voor, die enig licht werpt op zijn bekering.
Hij meldt daarin, dat hij voorheen hardnekkig overgegeven was aan de bijgelovigheden van het pausdom, „totdat God door een plotselinge bekering zijn verharde hart beteugelde." Meer zegt hij niet; wil hij blijkbaar niet zeggen. Men neemt aan, dat het geschied is midden 1533.
De AUcrheiligenpreek van Nicolaas Cop: Pit wordt een vermakelijke geschiedenis.
Nicolaas Cop was de rector van de Universiteit en zeer bevriend met Calvijn. Hij was dc zoon van de lijfarts des konings, bij wie, gelijk ik vroeger schreef, Calvijn eertijds veel aan huis kwam. Het was gewoonte, dat de rector op Allerheiligendag (1 Nov.) voor professoren en studenten een academische rede hield. Men bedenke, dat Cop geen theoloog, maar medicus was. Toch nam hij een tekst als uitgangspunt, nl. Matth. 5 : 3: alig zijn de reinen van hart.
Vooral de theologen kregen er hevig van langs. Wij kunnen verder zeggen: men vernam blijkbaar recht reformatorische klanken! Er was dus, zoals zeker schrijver opmerkt, door de rector partij gekozen. De theologen en rechtsgeleerden waren hevig verbolgen op Cop en beschuldigden hem van ketterij; de overigen namen het echter voor de rector op. Men besloot deze gevangen te nemen. Maar Cop had de bui zien groeien en tijdig de benen genomen.
De tegenstanders kenden echter ook zeer goed de verhouding tot Calvijn en besloten ook deze gevangen te nemen. We weten, hoe deze het gevaar ontsnapt is. Gewaarschuwd door enige studenten, ontkwam hij door het venster langs aan elkaar geknoopte beddelakens, vluchtte de stad uit en dook onder bij een wijnboer.
Want men hield Calvijn voor de maker van de rede! Beza heeft dit dan ook later erkend. In alle geval is er een hoge mate van waarschijnlijkheid.
Calvijn's zwerftochten. Calvijn was het ontkomen, maar de politie bleef zoeken; echter op hoog bevel werd de vervolging gestaakt.
Hij ging nu naar Saintonge, waar een vriend van hem woonde. Hier moet hij reeds begonnen zijn aan het ontwerp van zijn Institutie. Ook vervaardigde hij daar op verzoek enige preken, die door pastoors uit de omtrek den volke werden voorgelezen.
In 1534 is hij nog eens in Noyon geweest. om er afstand te doen van de kerkelijke prebende. Zijn vader leefde toen niet meer. Hier is een z.g. Calvijnlegende ontstaan: hij zou tijdens het bezoek korte tijd in de gevangenis gezeten en er een brandmerk opgelopen hebben wegens het verwekken van tumult in de kerk! Altemaal lasterpraatjes van roomse geschiedschrijvers. Daarop ging hij naar Poitiers en heeft hier buiten de stad in een grot gepreekt. (De Calvijn-. grot).
Ook hier begon het te dreigen en daarom trok hij via Orleans en Straatsburg naar Bazel, waar hij o.m. zijn welbekende vriend Nic. Cop weer eens ontmoette en ook Viret leerde kennen. Bazel was een vrije stad; daarom zat hij er betrekkelijk veilig. Hier zou de Institutie haar voltooiing vinden.
Nu begaf hij zich een korte tijd naar het hof van hertogin Renata (= Rénée, zij was een Fran^aise) van Ferrara in Italië. Zij was een hoogstaande vrouw, hervormingsgezind en gaf aan bekende geleerden van die tijd toegang tot haar woning. De hertog, die fijn rooms was, maakte echter aan dat vertoef gauw een eind en ook Calvijn moest vertrekken. Er zijn aan die terugreis interessante verhalen vastgeknoopt, maar dit schijnt alles legende te zijn.
Calvijn besloot weer terug te keren naar Bazel. Maar troepenbewegingen dwongen hem via Genève te reizen. Hij zou niet in Bazel komen, maar onder de wondere leiding der Goddelijke voorzienigheid hier zijn arbeidsveld vinden.
De Institutie of Onderwijzing in de Christelijke Godsdienst. Alvorens zijn eerste verblijf te Genève te schetsen, dienen wij dit onvolprezen standaardwerk der gereformeerde theologie, zij het kort, nader te bespreken.
Gelijk ik zoeven al schreef, was het ontwerp er van reeds in Saintonge ontstaan. Maar te Bazel is het voltooid en in 1536 verscheen het in druk.
Hier te Bazel, vertoefde hij enige tijd bij een vriendelijke dame, Catharina Klein, die hem nooit vergeten is en later nog dikwijls over hem sprak.
In haar huis is heel wat belangrijke arbeid bericht. Niet alleen de Institutie is er ontstaan, maar ook schreef Calvijn er de voorrede voor de franse Bijbel van zijn familielid Olivétan: „de toekomstige Bijbel van de Gereformeerden in Frankrijk." En hier ontstond dan ook de Institutie.
Praamsma zegt het heel mooi: „Dit boek is geschreven en met geheel het hart en met geheel het verstand. Met geheel het hart: het is een cri de coer (een harte kreet) en een cri de conscience (een conscientiekreet)."
Inderdaad. Daarvan getuigt het voorwoord: „Aan de machtigste verhevenste monarch, Frans I, de allerchristelijkste koning der Fransen." Het boek wordt hem aangeboden als een belijdenis des geleofs.
Dit voorwoord is de sleutel tot het ontstaan. Calvijn neemt het op voor zijn zo zeer vervolgde broeders in Frankrijk. Zelfs de Duits-evangelische vorsten hadden zich er mee bemoeid en de koning gevraagd naar de reden van zijn bloedig optreden. Zijn antwoord luidde, dat het maar anabaptistische rebellen waren, wederdopers.
Nu, Calvijn heeft in dit voorwoord alle beschuldigingen weerlegd. En als de koning kennis wilde nemen van dc hem gezonden Institutie, dan zou de koning bemerken, dat alle beschuldigingen tegen de ketters vals waren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 augustus 1954
Daniel | 8 Pagina's