JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

4 minuten leestijd

I Correspondentie roor deze rnhriek aan : | T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid

V. J De J.V. te A. vraagt: Wat is precies het verschil tussen een voorwerpelijke en een onderwerpelijke predikatie? Kunt u ons ook iets zeggen over de taalkundige herkomst van deze woorden?

Antwoord: met de laatste vraag. Laat ik eerst eens beginnen

Voorwerpelijk of objectief en onderwerpelijk of subjectief zijn termen, die oorspronkelijk in de taal der wijsbegeerte thuis hoorden, maar thans doorgedrongen zijn in de volkstaal. Eer dat laatste gebeurde hebben deze woorden een volkomen omzetting van betekenis ondergaan. D.w.z. wat 1111 subjectief wordt genoemd was eigenlijk objectief en omgekeerd.

Subjectief en objectief is de Latijnse overzetting van twee Griekse termen, die Aristoteles voor de taal van het Europese denken schiep. Het Griekse woord van Aristoteles en zijn Latijnse vertaling subjectum, betekende: het wezen van een zaak, het blijvende te midden van het veranderlijke. Juist dus wat thans het voorwerpelijke heet is hier het onderwerpelijke, het subjectieve, terwijl omgekeerd, wat thans het subjectieve of onderwerpelijke heet, al wat ziet op datgene wat men omtrent een zaak denkt en meent ongeveer door „objectief" werd uitgedrukt.

Dit duurde heel de middeleeuwen en ook nog in de nieuwere tijd. Toch ziet men de gewijzigde betekenis al spoedig opkomen, en b.v. Professor de Moor gegruikt in zijn commentaar op a Marck de uitdrukking geheel in onze zin. Dit te weten is niet van belang ontbloot voor het gebruik van de twee termen in ons kerkelijk spraakgebruik, waarin zij thans, evenals in de volkstaal, worden gebezigd.

Nu kom ik tot de eerste vraag. Een voorwerpelijke predicatie geeft uitsluitend* tekstverklaring. Het eenzijdig voorwerpelijke, dat meent te kunnen volstaan met een prediking, die alleen op tekstverklaring uit is, en nooit aanwijst de velerlei schakering van het innerlijk leven, voor de verschillende stand van genade geen oog heeft, doet de liefde verkoelen in plaats van te verwarmen. Dit eenzijdig voorwerpelijke is een miskenning van het eigen werk des Geestes in de ziel en, lasterend wat het niet kent of althans miskent, spot het ontederlijk met dit „binnenwerk" met de „bevinding", om aldus Christus zelf in Zijn leden te bedroeven en, als God het niet verhoedt, te stranden op het dorre intellectualisme van een dood orthodoxisme. Het kan niet genoeg gezegd worden, dat tekstverklaring zonder meer nog geen bediening des Woords is. Een predikatie is nog iets meer dan een college van exegese.

Een onderwerpelijke predikatie besteedt weinig of geen tijd aan exegese en tekstverklaring, maar het bevindelijk element is hoofdzaak. Toch zij men ook hio; r voorzichtig. F^en eenzijdig onderwerpelijke bediening kan ook z'n gevaren meebrengen. Dan meent men alleen te kunnen volstaan met een prediking, die alleen zegt hoe het met eigen en anderer bevinding in een kind van God is en er zich bijna nooit over uit laat, hoe het er in de Christen op grond van Gods Woord moet uitzien. Dan neigt men er zo licht toe eigen bevinding voor de enig ware te houden, en al wat daarmee niet in overeenstemming is, als vals te brandmerken. Zo voert dit eenzijdig onderwerpelijke een separatisme en een liefdeloos keuren en wegen in de hand. Bij dit ene komt al spoedig het andere gevaar, dat men al meer los komt van de Heilige Schrift en eindigt met de Bijbel opzij te zetten.

Eenzijdig „voorwerpelijk" en eenzijdig „onderwerpelijk" is gevaarlijk.

De „onderwerpelijke" waarheid moet vloeien uit de „voorwerpelijke". Al wat niet is naar Gods Woord, zal geen dageraad hebben.

Men bedenke, dat de voorwerpelijke waarheid, wil het met ons wel zijn op weg naar de eeuwigheid onderwerpelijk moet worden toegepast aan ons hart. Dan kunnen we spreken van echte bevinding. Daarom is het volk van God er zo op gesteld, wanneer, met behoud van de objectieve Waarheid, de gangen Gods met z'n volk uit dat Woord worden verklaard tot lering en onderwijzing.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1954

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1954

Daniel | 8 Pagina's