JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkzang in de Middeleeuwen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkzang in de Middeleeuwen

Het Gregoriaans

4 minuten leestijd

De man, die na Ambrosius op de voorgrond trad op het gebied van de kerkzang in de middeleeuwen was paus Cregorius I (590-604).

Het zangmateriaal, dat de eerste vijf eeuwen van Christendom hadden opgeleverd, werd door hem besnoeid, geregeld en geconsolideerd. Al te simpele wijzen werden opgeluisterd, al te moeilijke vereenvoudigd, al te banale geweerd en nieuwe toegevoegd.

Het valt niet te ontkennen, dat Gregorius een organisator van formaat was. Met straffe hand regeerde hij de toenmaals roomse kerk, wat gezien de rumoerige en onzekere tijden, hard nodig was. Zo zorgde hij er voor, dat zijn ordening in het hele romeinse rijk gelding kreeg. Om ons slechts tot zijn arbeid op kerkzang te' bepalen, stichtte hij een schola cantorum, d.i. een school voor zangers en zangleiders. Dezen werden, na hun studie voltooid te hebben, het hele rijk doorgestuurd als opzieners der kerkmuziek, terwijl ze later zelfs filialen van de zangschool stichtten. In 596 werden er b.v. 40 zangers naar Engeland gestuurd, die er voor gezorgd hebben, dat ook daar het Gregoriaans al spoedig ijverig beoefend werd. Bonifacius, de bekende Engelse zendeling, die in 754 bij Dokkum werd vermoord, heeft er kennis mee gemaakt.

De eveneens zo bekende Karei de Groote hechtte grote waarde aan uniforme kerkzang. Er is wel eens gezegd, dat deze koning christaniseerde met muziek en met het zwaard. Hoe dan ook, het Gregoriaans heeft hij er voor gebruikt. Hij ging zelfs zo ver, dat hij terwille van de eenheid de Ambrosiaanse liederenbundels liet verbranden ter wille van de Gregoriaanse om de eenheid en omdat in zijn tijd Ambrosiaans en Gregoriaans als tegenstrijdig golden.

Wat is nu eigenlijk „Gregoriaans? "

Och, iedereen zal het van zijn leven wel eens gehoord hebben. Loopt men langs een roomse kerk, waar dienst is, en hoort men een mannenstem op een vrij eentonige, manier zingen, dan hoort men 't Gregoriaans.

Voor leken is het niet gemakkelijk, om in enkele regels te vertellen, wat het is. We zouden te veel vaktermen moeten gebruiken, die voor oningewijden in de zang niet te begrijpen zijn. Daarom lijkt het ons het beste, enkele kenmerken op te sommen. Gregoriaans is:

le eenstemmige muziek. 2e de taal is latijn. 3e men zingt verscheidene noten op een lettergreep. 4e de volgende noot verschilt met zijn voorafgaande slechts één toon (naar omhoog of omlaag). Grote intervallen komen dus niet voor, dus net als de eerste regel van b.v. onze psalm 42. 5e geen verbinding van tonen tot aecoorden. 6e een rustig, vloeiend tempo. 7e de accenten worden hoger en sterker gezongen. 8e er bestaat geen maat, dus onregelmatig wisselende accenten (eigenlijk is dit het voornaamste kenmerk). 9c de teleenheid wordt nooit verdeeld. 10e verder onderscheidt men nog a. de gebedsrangen en wat het volk zingt. b. de kunstzangen van koor en solisten.

c. een tussenvorm voor eenvoudige kunstzangen en enkele volkszangen.

De koorzangen begeleiden de kerkelijke handelingen. Bij de kunstzangen houdt de handeling op en luistert men terwille van de zang.

Aan dit soort kerkmuziek kleven onoverkomenlijke bezwaren.

De gemeente mocht niet zelf zingen, maar ze moest luisteren naar wat de priesters in het latijn voorzongen, dus ook nog in de taal, die door het volk niet eens begrepen wordt. Deze gedwongen nietsdoenerij zou zich wreken: het volk eiste zijn aandeel en maakte later de volkszang zelf. Het toestaan van die volkszang en dan in de eigen taal zou de eenheid tussen de verschillende onderworpen volkeren weer niet bevorderen en Karei de Grote was toch allereerst politicus.

Ambrosius liet in zijn hymnen het volk zelf zingen, het Gregoriaans daarentegen is voornamelijk gebaseerd op de solozang. Bij de gebedszangen zong de priester, later bijgestaan door dienaars. Het volk zong slechts het amen. Bij de kunstzangen zong een solist, later het priesterkoor. Het volk gaf slechts de toejuichingen. Slechts enkele hymnen zong het volk zelf.

liet Gregoriaans bestaat, zoals men weet, nog altijd, al vierde het zijn hoogtepunt tussen 600 en 900.

Vrijmoedig trekken we echter deze conclusie:

Terwijl het Gregoriaans van 600 tot 900 bloeide, kwijnde de eigenlijke kerkzang.

Zijdelings hebben met dit onderwerp nog enkele vormen van spelen en zang en muziek te maken. Volledigheidshalve, zonder er verder op in te gaan, willen we er nog iets van zeggen.

Boven werd reeds opgemerkt, dat het volk zelf wou zingen. Zo ontstonden als gevolg van het Gregoriaans de tropen en de leisen bijvoorbeeld, echte volkszang, soms erg banaal. De beste zijn blijven bestaan, b.v. veel paas-en kerstliederen, zoals Christ ist erstanden en Nu svt wellecome. Om dezelfde reden ontstonden de roomse kerkelijke drama's, misteriespelen en passiespelen en later de oratoria.

De wereldlijke muzikale ontwikkeling bracht de strenge kerkzang op de achtergrond. Het Gregoriaans verwerldlijkte, wat eerst in 1850 werd aangepakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1954

Daniel | 8 Pagina's

Kerkzang in de Middeleeuwen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1954

Daniel | 8 Pagina's